Nederland kent talrijke initiatieven van burgers, organisaties en bedrijven die de duurzame samenleving bevorderen. De maatschappelijke kracht is volop aanwezig om de maatschappelijke uitdagingen op het terrein van de duurzame ontwikkeling aan te gaan. Het benutten van deze kracht is, zeker op langere termijn, ook onmisbaar voor onze economische ontwikkeling.
Duurzame leefstijlen zijn zichtbaar in vele domeinen van de fysieke leefomgeving waaronder voeding, gezondheid, wonen, recreatie en mobiliteit. Duizenden initiatieven volgen elkaar in rap tempo op, maar een robuust tipping point – waarin duurzaamheid de norm is – laat nog op zich wachten. Vormen alle maatschappelijke initiatieven ooit die kritische massa of is er meer nodig? De ontwikkeling van de duurzame samenleving zal vermoedelijk steeds sterker afhankelijk zijn van de kracht van burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven en minder van overheidsregulering of financiering. Welke mogelijkheden heeft de overheid om die kracht van de samenleving te versterken ten behoeve van duurzame ontwikkeling en de daaraan verbonden concurrentiekracht?
Wat kan de maatschappij doen om een groene economie te bevorderen, en daarbij het bedrijfsleven langetermijnzekerheid en een level playing field te bieden voor hun (duurzame) investeringen? Welke rol spelen persoonlijke leefstijlen van individuen daarbij, welke rol spelen samenwerkingsverbanden van individuen (maatschappelijke organisaties zoals woningcorporaties en consumentenorganisaties)? Geven individuen en maatschappelijke organisaties voldoende onderstroom om bij een verder terugtredende overheid meer verantwoordelijkheid te nemen en een nieuwe leefstijl ‘tussen de oren’ te krijgen? Hoe kunnen sectoren die nog niet tot de innovatieve frontrunners behoren - zoals de bouwsector - worden gestimuleerd? Welke onderwerpen dienen specifiek te worden benaderd en welke integraal, gebruikmakend van een collective awareness?
In het advies wordt gekeken naar de ervaringen van andere landen, zoals Duitsland en de Scandinavische landen. En naar de (kosten)effectiviteit om op Europese schaal te putten uit de kracht van de samenleving. Aandacht zal uitgaan naar de ontwikkeling van een samenleving waarin de overheid bij voorbaat met de nodige scepsis en wantrouwen wordt bejegend. Het advies zal ook ingaan op de aansluiting tussen de maatschappelijke waardering van duurzaamheid en de steeds betere inzichten in de duurzaamheidsopgaven en op de weerbarstigheid van praktische initiatieven. Eén van de doelen van dit advies is om in het verlengde van het signalenrapport ‘De energieke samenleving’ van het Planbureau voor de Leefomgeving (2011) concrete handelingsperspectieven uit te werken voor het faciliteren van maatschappelijke initiatieven door de overheid.
Dit adviestraject is nog niet gestart.
Voor uw reactie op dit onderwerp of voor meer informatie kunt u contact opnemen met Miep Eisner, communicatieadviseur.