De investeringen in de fysieke leefomgeving zullen de komende jaren fors teruglopen. Op de rijksbegroting vinden bezuinigingen plaats. Een nog groter negatief effect op de investeringscapaciteit voor ruimtelijke ontwikkeling heeft echter lagere economische groei en demografische krimp. Door uitleglocaties te ontwikkelen konden gemeenten in het naoorlogse tijdperk forse opbrengsten genereren waarmee ze publieke investeringen financierden. Deze methode lijkt in de nabije toekomst niet meer te werken. Gemeenten kunnen hierdoor in de toekomst minder middelen inzetten om te investeren in de kwaliteit van de leefomgeving. Investeringen in de leefomgeving blijven echter noodzakelijk. Ten eerste omdat de behoefte aan herstructurering zal blijven. Met name bedrijventerreinen en woonwijken uit de naoorlogse periode blijken in toenemende mate niet meer te voldoen aan de eisen en wensen van deze tijd. Bovendien is een aantrekkelijke leefomgeving een belangrijke voorwaarde en concurrentiefactor voor het succes van de mainports, brainports en greenports en (andere) stedelijke regio’s in de internationale concurrentiestrijd.
In het advies ‘Leefomgeving zonder groei’ zoeken de raden naar manieren om de kwaliteit van de leefomgeving te borgen in tijden van afnemende groei. Welke bekostigingsmodellen zijn denkbaar om de gewenste omgevingskwaliteit te realiseren? Welke rol kunnen woningbouwcorporaties hierbij spelen? Er wordt ingegaan op de regionale verschillen die in de komende decennia kunnen optreden in groei, stagnatie en krimp. Ook wordt nagegaan hoe omgegaan kan worden met gebieden (bijvoorbeeld in de Randstad) waar de komende decennia eerst nog groei plaats zal vinden en waar pas daarna stagnatie en krimp wordt verwacht.
Het advies zal raken aan de beleidsterreinen van de departementen van Infrastructuur en Milieu, van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (WWI). Voor dit advies wordt samenwerking gezocht met de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en de Raad voor de Financiële Verhoudingen (Rfv).
De raden brengen dit advies in 2012 uit.
G.J. (Geert) Jansen, voorzitter
M.P.M. (Tineke) Ruigh-van der Ploeg
J. (Jan) Brouwer
A.G.M. (Tonny) van de Vondervoort
Voor meer informatie of reactie kunt u contact opnemen met Rogier Zelle, projectleider.