Naar een duurzamer en gezonder voedselsysteem

Wat is er nodig om de transitie te versnellen en wat is daarin de rol van de overheid?

Verwacht begin 2018

Aanleiding en adviesvraag

De Nederlandse voedselproductie is van hoog niveau, er vinden veel innovaties en vernieuwingen plaats door en in het voedselsysteem. Er is een levendig debat over ons eten en hoe dat wordt geproduceerd. Consumenten willen steeds vaker een bewuste keuze kunnen maken voor gezonder en duurzamer voedsel. Een gezonder voedselpatroon heeft positieve effecten op de kosten van de gezondheidszorg. Een duurzamer voedselpatroon heeft positieve effecten voor de leefomgeving.

In de afgelopen decennia is het voedsellandschap ingrijpend veranderd. De landbouw- en voedselproductie is verder geïntensiveerd, geïndustrialiseerd en geglobaliseerd door onder andere de toegenomen handel, innovaties en toegenomen welvaart. De machtsverhoudingen in de ketens zijn gewijzigd. Eetpatronen zijn wereldwijd veranderd naar meer samengestelde producten, meer vlees en zuivel, meer suiker en suikerhoudende dranken. Dit heeft consequenties voor het klimaat en voor de leefomgeving. Het voedselsysteem, van productie tot en met consumptie, levert een grote bijdrage (20-30%) aan de mondiale uitstoot van broeikasgassen en daarmee aan klimaatverandering (UNEP, 2016). Daarnaast zijn er aan de consumptie en productie van voedsel gerelateerde volksgezondheidproblemen en problemen met de kwaliteit van de directe leefomgeving.

Om ook op termijn voldoende, duurzaam en gezond voedsel, in een gezonde leefomgeving, te kunnen garanderen zijn aanpassingen noodzakelijk in het voedselsysteem.  

Stier van groenten
Foto: Rein Janssen

Toelichting

Dit advies neemt als vertrekpunt een aantal nationale en internationale afspraken zoals het Klimaatakkoord van Parijs, de Agenda voor Duurzame Ontwikkeling en de Richtlijnen Gezonde Voeding 2015. Als de hierin genoemde randvoorwaarden op het gebied van klimaat, gezondheid en duurzaamheid worden toegepast op het gewenste voedselpatroon, dus als er gezond en duurzaam wordt gegeten en geproduceerd, wat vraagt dit dan van het beleid ten aanzien van voedsel in Nederland? Wat is er nodig, welke mogelijkheden en kansen zijn er, om de transitie naar een duurzaam en gezond voedselsysteem te versnellen? Welke keuzes zijn onontkoombaar?

In de ‘Voortgang van de Voedselagenda gezond, duurzaam en veilig voedsel’ heeft het kabinet de ambitie uitgesproken dat Nederland over vijf tot tien jaar wereldwijd de onbetwiste koploper moet zijn in gezonde en duurzame voeding. Dat Nederland voorop moet lopen met innovatieve, gezonde producten met meer groente en plantaardige eiwitten. Dat voedsel geproduceerd moet worden met een zo laag mogelijk uitstoot van broeikasgassen en met het laagste gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en antibiotica. En dat de voedselproductie in balans moet zijn met de draagkracht van de aarde.

De opkomende vraag naar meer duurzaam en gezond voedsel, geeft de goede richting aan. Voor een duurzamer en gezonder voedselsysteem lijkt een verschuiving in de productie en consumptie van dierlijke naar meer plantaardige eiwitten onvermijdelijk. De eerste stappen in deze transitie zijn gezet. In Nederland zijn vele partijen, van producent tot consument, hier mee bezig. De overheid streeft naar een voedselbeleid (de Voedselagenda veilig, gezond en duurzaam voedsel) waarin de verschillende actoren in de voedselketen meer worden betrokken en geïntegreerd, zoals in 2014 door de WRR werd geadviseerd.

De transitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten brengt echter ook grote veranderingen met zich mee voor de consument, de retail en voedselindustrie en voor de boerenbedrijven.

Door tijdig te anticiperen op die veranderingen kunnen een aantal met elkaar samenhangende problemen worden aangepakt. Zo kan de transitie resulteren in een gezondere en duurzame leefomgeving voor de burger en een gezonder en duurzamer menu voor de consument. Maar ook in een duurzaam economisch perspectief voor de actoren in de voedselketen.

Hoe deze transitie te versnellen en wat daarbij de taken zijn voor de verschillende overheden is onderwerp van dit adviestraject.

Planning

De verwachting is dat dit advies begin 2018 zal worden uitgebracht.

Samenstelling raadscommissie

drs. K.J. Poppe, commissievoorzitter (lid Rli)
ir. M. Demmers MBA (lid Rli)
I.Y.R. Odegard MSc, Junior-raadslid

Belangenverklaringen

 

Informatie of reactie: 

Voor uw reactie op dit onderwerp of voor meer informatie kunt u contact opnemen met Hannah Koutstaal, projectleider, hannah.koutstaal@rli.nl