De doelen van het natuurbeleid dienen gerealiseerd te worden bij een forse verandering in uitvoeringsstrategie. De actuele beleidsontwikkelingen zijn de basis voor de actualisering van de vraagstelling van dit onderwerp uit het werkprogramma 2011-2012 (vereenvoudiging van groene gebiedscategorieën).
In het natuurbeleid is gekozen voor verandering van de uitvoeringstrategie. Het gevoerde beleid en de gedane investeringen in nieuwe natuur door de rijksoverheid, Europa, provincies en terreinbeherende organisaties hebben niet tot het gewenste resultaat geleid. De (inter)nationale doelstellingen voor het natuurbeleid blijven van kracht.
De nieuwe strategie richt zich onder meer op de realisatie van een nationale Ecologische Hoofdstructuur (EHS) in 2018 die kleiner is, maar van vergelijkbare of zelfs betere kwaliteit dan de EHS die haalbaar zou zijn met het eerdere beleid. Ingezet wordt op verhoging van het inrichtingstempo en minder op verwerving. Voor verwerving, inrichting en beheer van natuur is minder geld beschikbaar. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het natuurbeleid wordt bij de provincies gelegd. Natuurregelgeving wordt vereenvoudigd en aangesloten op het omgevingsrecht. Er wordt naar ruimte gezocht in Europese regelgeving. Draagvlakvergroting bij particulieren wordt nagestreefd door hen meer verantwoordelijkheid te geven en meer te laten investeren in de ontwikkeling van natuur. Ook richt de nieuwe strategie zich op grotere inzet van agrarisch en particulier natuurbeheer. De tegenstellingen tussen landbouw en natuur dienen geslecht te worden. Deze stapeling van beleidsveranderingen noodzaakt tot een langetermijnvisie op de realisatie van biodiversiteitsdoelen en de borging daarvan.
De naleving van de internationale verplichtingen voor biodiversiteit is voor het kabinet uitgangspunt. Op welke wijze zijn met de nieuwe strategie de nationale doelstellingen en Europese verplichtingen te realiseren? Welke andere maatschappelijke functies van natuur zijn in de toekomst te realiseren? Welke mogelijkheden bieden verbindingen tussen natuurbeleid, economie en water en ook de integratie van regelgeving, de nieuwe financieringsconstructies en kennis(overdracht)? Welke rol is weggelegd voor het sectorale gebiedenbeleid (Natura 2000 gebieden, EHS), het soortenbeleid, de natuur- en milieueducatie en de organisatie van het beheer? Het advies zal raken aan de beleidsterreinen van de departementen van Infrastructuur en Milieu en van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
Het advies wordt in het derde kwartaal van 2012 uitgebracht.
G.J. (Geert) Jansen, voorzitter
A.J.A.M (Antoon) Vermeer
B.J.M. (Bas) Arts
T. (Tom) Bade
F. (Frank) Berendse
S. (Stefan) Kuks
Voor meer informatie of reactie kunt u contact opnemen Bas van Leeuwen, projectleider
Nieuwe Uitleg 1
2509 LR Den Haag
T 070 456 20 70
secretariaat@rli.nl