Sinds 2008 wonen er wereldwijd meer mensen ín de stad dan er buiten. De stad is daarmee bij uitstek een dynamische plek. Dynamisch vanwege de concentratie van mensen die als bewoner, werknemer, toerist of recreant in de stad verblijven en zich verplaatsen. Dynamisch ook omdat de stad zichzelf voortdurend opnieuw blijft uitvinden. De stad van nu is niet meer dezelfde stad als dertig jaar geleden. Op dezelfde plek bevinden zich andere gebouwen en andere functies. De stad van de toekomst zal zichzelf dus eveneens uit moeten blijven vinden en zichzelf moeten blijven vernieuwen om de veranderende en steeds groter wordende stroom mensen te kunnen blijven faciliteren.
Rondom de stad en het duurzaam functioneren van de stad doet zich een veelheid aan zowel milieu- en energievraagstukken als sociale en economische vraagstukken voor. De economische motor die steden vormen (zie bijvoorbeeld de scenariostudie Netherlands 2040, CPB 2010) noopt tot voortdurende bezinning op het economische profiel en imago, infrastructuur, mobiliteits- en bereikbaarheidsvraagstukken, het vestigingsklimaat en de (internationale) concurrentiepositie. De Tweede Kamer vraagt aandacht van de RLI voor de (over)programmering van kantoren en (winkel)vastgoed. Op sociaal vlak signaleren de raden vraagstukken rond sociale woningbouw, criminaliteit en veiligheid. Het bij elkaar brengen en in samenhang bezien van deze vraagstukken in één stad of stedelijke regio is iets waar iedere stedelijke regio mee worstelt.
De raden voorzien een advies dat zich op dit snijvlak begeeft. Er zal verkend worden of nieuwe paradigma’s kunnen helpen bij het denken over de toekomst van de stad. Het advies zal de opgaven van de stad nadrukkelijk bezien vanuit de context van de regio, de stad en ommelanden en de relaties daartussen. Steeds minder is de stad immers een afgebakend bebouwd gebied gericht op één enkel centrum, en steeds meer ontstaan gedifferentieerde stedelijke regio's, met meerdere kernen en een grote variatie aan plekken. De netwerken waarin steden zich bewegen strekken steeds vaker en verder over landsgrenzen heen. Deze context bepaalt mede de opgaven van de toekomst. Waar relevant zal samenwerking worden gezocht met de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling en de planbureaus. Het advies zal raken aan de beleidsterreinen van de departementen van Infrastructuur en Milieu, van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (WWI). De adviesvraag zal in samenwerking met deze departementen nader worden uitgewerkt.
De raden brengen dit advies in 2012 uit.
H.M. (Henry) Meijdam, voorzitter
P.J.H.D. (Ellen) Verkoelen
A. (Arnold) Reijndorp, geassocieerd lid
A.M.J. (Annemiek) Rijckenberg, geassocieerd lid
Th.A.J. (Theo) Toonen, geassocieerd lid
Voor meer informatie of reactie of kunt u contact opnemen met Grieta Mensing, projectleider.
Nieuwe Uitleg 1
2509 LR Den Haag
T 070 456 20 70
secretariaat@rli.nl