Natuur en Elverding-aanpak in nieuwe Omgevingswet

Adviesraden adviseren over fundamentele herziening omgevingsrecht 

Een nieuwe Omgevingswet is een kans voor het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. Dit stellen de raden voor de leefomgeving en infrastructuur in het advies over de fundamentele herziening van het omgevingsrecht dat vandaag is uitgebracht aan minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu (IenM). De raden staan positief tegenover het voornemen van het kabinet om de regelgeving voor de fysieke leefomgeving te vereenvoudigen en integreren. Eén omgevingswet zal de complexiteit rond ruimtelijke projecten beperken, en daarmee de besluitvorming vergemakkelijken. Het kan eenvoudiger en sneller, maar de raden waarschuwen dat de kwaliteit van de leefomgeving ook een centrale rol moet houden in de nieuwe wet. De raden wijzen er ook op dat het succes van de nieuwe wet sterk afhankelijk zal zijn van hoe burgers, bedrijven, ambtenaren en bestuurders ermee om kunnen gaan.

De minister van IenM wil alle wetten en regels die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving integreren tot één wet die in 2014 van kracht moet worden. De raden zijn in een vroeg stadium gevraagd te adviseren over het systeem van de wet, de uitgangspunten en de vormgeving ervan. De raden geven daartoe een aantal algemene aanbevelingen en doen ook ‘meedenksuggesties’.

De raden adviseren het Rijk te kiezen voor een structuur voor de nieuwe wet die toekomstbestendig is, straks alle relevante regelgeving integreert (inclusief de ruimtelijke aspecten van de Natuurwet die nu bij het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie in de maak is), aansluit bij het Europese begrippenkader en die voortbouwt op het systeem van de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening (Wro). Na de omslag van toelatingsplanologie naar ontwikkelingsplanologie in de Wro moet er in de Omgevingswet een stap gezet worden naar uitnodigingsplanologie.

De commissie-Elverding heeft een aanpak ontwikkeld voor een betere en snellere besluitvorming over infrastructuur. De raden ondersteunen het plan van de minister om deze aanpak te verbreden naar het fysieke leefmilieu. De raden pleiten daarbij wel voor maatwerk, met niet alleen aandacht voor grote projecten, maar juist ook voor de bulk van veelal kleinere projecten die bij gemeenten aan de orde zijn. Voor grote projecten zou een model uitgewerkt kunnen worden, waarin het bestuur de vrijheid krijgt verschillende fasen te integreren in één besluit en ook kan kiezen in welke fase beroep tegen een besluit wordt opengesteld (‘harmonica-model’). Voor middelgrote projecten wordt een lichter proces bepleit: een ‘Elverding-light’ procedure. Voor kleinere projecten geven de raden handreikingen gericht op een routinematige en snelle afhandeling bij gemeenten.

De raden zijn voorstander van het werken met algemene regels, waardoor het aantal af te geven vergunningen wordt verminderd. Daarbij wordt een meldingsplicht als tussenvorm voorgesteld, om zo zekerheid aan de burger te bieden. Een flexibelere omgang met verkregen rechten vergroot tot slot de mogelijkheden voor creativiteit en innovatie, zoals een instrument voor stedelijke herverkaveling.

Noot voor de redactie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met lianne.vanduinen@rli.nl, projectleider, 070-4562070 of miep.eisner@rli.nl, communicatieadviseur, 06 15369339.

Algemene informatie

De Raad voor het Landelijk Gebied, de Raad voor Verkeer en Waterstaat en de VROM-raad zijn de strategische adviesraden voor regering en parlement op het gebied van de fysieke leefomgeving. De raden worden ondersteund door het secretariaat raden voor de leefomgeving en infrastructuur (RLI), Postbus 90653, 2509 LR, Den Haag, 070 4562070, www.rli.nl