Toerisme en recreatie in relatie tot de leefomgeving

Verwacht halverwege 2019

Aanleiding en toelichting

Toerisme is in de periode 2010-2015 belangrijker geworden voor de Nederlandse economie (trendrapport toerisme CBS, 2016). De bijdrage aan de bruto toegevoegde waarde steeg van 3 naar 3,8 procent. Jaarlijks zorgen toerisme en recreatie voor zo’n 72,7 miljard euro aan bestedingen in ons land. De gastvrijheidssector biedt werk en inkomen aan zo’n 626.000 mensen en vertegenwoordigt daarmee 6,3% van de beroepsbevolking (NBTC, 2017).

Toeristen in Madurodam bij het Binnenhof

De toerisme- en recreatiesector is gebaat bij een goede leefomgevingskwaliteit. Aantrekkelijke steden, hoogwaardige natuur en bijzondere landschappen zijn potentiële trekkers van binnen- en buitenlandse toeristen. Dat betekent ook dat investeringen om de aantrekkelijkheid voor toeristen en recreanten te vergroten, mede ten goede kunnen komen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Omgekeerd kan de druk van het toenemende toerisme en recreatie leiden tot nadelige consequenties voor de omgevingskwaliteit.

Daarbij lijken er verschillen te bestaan tussen stedelijke en landelijke gebieden. In stedelijke gebieden spelen vraagstukken als (interne) bereikbaarheid, overlast en spanning tussen bewoners en toeristen (leefbaarheid). Het actuele voorbeeld is de grote toeristenstroom in Amsterdam. Dit is geen nieuw verschijnsel, Venetië en Barcelona gingen ons al voor. In meer landelijke gebieden kunnen bijvoorbeeld spanningen (of juist synergie) tussen de toerisme- en recreatiesector en het landbouwbedrijf of natuurdoelen aan de orde zijn. Giethoorn is een veelgenoemd voorbeeld van die spanningen. Omgekeerd biedt toerisme en recreatie bijvoorbeeld in bepaalde gebieden kansen voor nieuwe verdienmodellen in de agrarische sector. Verschillen bestaan eveneens tussen gebieden met een sterke verstedelijkingsdruk en krimpgebieden. In krimpgebieden kunnen toerisme en recreatie een impuls geven aan de vitaliteit van dorpen en steden en een welkome bijdrage leveren aan de regionale economie.

Het toeristisch beleid is traditioneel gericht op het vergroten van het aanbod en het aantrekken van toeristen. Op nationaal niveau werkt bijvoorbeeld het Programma Nationale Parken van Wereldklasse van (thans) het ministerie van LNV aan het versterken van de (internationale) marktpositie van nationale parken in Nederland. Een samenhangend nationaal perspectief om de toerisme- en recreatiesector te verbinden met de omgevingskwaliteit, zowel in het stedelijk als landelijk gebied en in groei- en krimpregio’s, ontbreekt echter. De huidige gestage groei van de sector en de daarmee samenhangende toenemende (piek)belasting voor de leefomgeving maken toerisme en recreatie tot een interessant adviesonderwerp.

Mogelijke adviesvragen

  • Hoe kan de toeristische-recreatieve ontwikkeling van de steden en het platteland elkaar aanvullen, op een manier dat kansen optimaal worden benut en nadelige gevolgen voor de leefomgeving verkleind worden? Welke taak hebben Rijk, provincies en gemeenten hierbij?
  • Hoe kunnen investeringen in toerisme en recreatie bijdragen aan de leefomgevingskwaliteit en de instandhouding en uitbreiding van de natuur? Welke allianties tussen partijen zijn daarbij mogelijk of nodig en op welk schaalniveau moeten allianties worden gesloten? Welke rol heeft het Rijk daarbij?
  • Welke instrumenten kunnen ingezet worden om opbrengsten en maatschappelijke kosten van toerisme en recreatie met elkaar in evenwicht te brengen, zonder het regionaal economische belang van de toeristisch-recreatieve sector in gevaar te brengen?
  • Hoe kan toerisme en recreatie, gelet op de belasting van het milieu, verder verduurzaamd worden?

Planning

De verwachting is dat dit advies halverwege 2019 wordt uitgebracht.

Samenstelling raadscommissie

ir. M. Demmers MBA, raadslid en commissievoorzitter
drs. J. Kok, raadslid

De raad moet nog besluiten over het aanstellen van  externe commissieleden. Als deze besluitvorming heeft plaatsgevonden wordt daarvan op deze plaats melding gemaakt.

Informatie of reactie: 

Voor uw reactie op dit onderwerp of voor meer informatie kunt u contact opnemen met Douwe Wielenga, projectleider douwe.wielenga@rli.nl tel 06-21240809