Toegang tot de stad

Verwacht 1 oktober 2020
De toegang tot onze steden lijkt niet meer vanzelfsprekend. Hoe problematisch is dat en hoe kan daar op worden geanticipeerd?
Foto stadspoort Leiden

Aanleiding en adviesvraag

Er zijn verschillende signalen dat er spanning staat op de stad, dat de toegang voor verschillende groepen niet vanzelfsprekend is. De wachtlijsten voor sociale woningen worden steeds langer. Het aantal dak- en thuislozen kent een sterke toename en zij hebben bovendien een steeds bredere herkomst. In steeds grotere delen van steden is het lastig om een woning te vinden voor groepen met lage en middeninkomens, zoals bijvoorbeeld leraren, verpleegkundigen, taxichauffeurs, schoonmakers en politieagenten. In andere wijken treedt een concentratie op van kansarme bewoners en bewoners met problemen.

Bovendien is het aanbod van maatschappelijke voorzieningen, zoals bibliotheken en welzijn in de afgelopen jaren verschraald. In verschillende gemeenten wordt melding gemaakt van vervoersarmoede, in kwetsbare wijken bij tot wel 20% van de bevolking.

Dit advies gaat over de toegang tot dat wat de stad te bieden heeft, bezien vanuit de fysieke leefomgeving: wonen (de gebouwde omgeving, huisvesting, leefbaarheid van de wijken), vervoer (bereikbaarheid van werk en onderwijs) en de voorzieningen in de publieke ruimte die de mogelijkheid bieden tot ontmoeten.

In algemene zin zijn er verschillende ontwikkelingen die invloed hebben op de mate van toegang van steden. Dat zijn ten eerste de economische conjunctuur en demografie, met ook gevolgen voor de woningbouw, de realisatie van infrastructuur of de vraag naar wonen, vervoer of drukte in de openbare ruimte. Ook beleidsmatige bewegingen hebben gevolgen voor de toegang, denk aan de decentralisatie of juist recentralisatie van diverse bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Of aan keuzes om voorzieningen door overheid, markt of andere partijen te laten realiseren of exploiteren.

Toegang wordt in dit advies als een relatief begrip gehanteerd, het gaat om het resultaat van ontwikkelingen: meer of minder toegankelijk. De raad wil in het advies de mechanismen blootleggen die invloed hebben op de mate van toegang. Daarbij wil de raad ook een beoordelingskader aanreiken: hoe kan gekomen worden tot een gewogen oordeel over veranderingen in de mate van toegang?

In de startnotitie is de vraagstelling voor het advies als volgt geformuleerd:
In hoeverre zijn er verschillen tussen groepen in de mate van toegang tot onze steden op het gebied van wonen, vervoer en de publieke ruimte, nemen die verschillen toe, is dat problematisch en op welke wijze kan hierop worden gestuurd?

Planning en presentatie advies

Het advies wordt op 1 oktober 2020 uitgebracht en aangeboden aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) en van Infrastructuur en Waterstaat (IenW).

Op 15 oktober 2020 van 16.00 - 17.15 uur  organiseert de Rli een online presentatie van het advies met diverse gasten. In een tijdsbestek van vijf kwartier krijgt u een toelichting op de hoofdpunten van het advies, hoort u reacties van verschillende gasten en is er gelegenheid om vragen te stellen.

Samenstelling raadscommissie

Niels Koeman, raadslid en commissievoorzitter
Pieter Hooimeijer, raadslid

Externe commissieleden

Karin Schrederhof, namens de PvdA wethouder gemeente Delft
Adriaan Visser, directievoorzitter van Brink Groep
Justus Uitermark, hoogleraar Urban Geography aan de Universiteit van Amsterdam

Informatie of reactie: 

Voor meer informatie over het advies kunt u contact opnemen met Douwe Wielenga, projectleider, douwe.wielenga@rli.nl  06-21240809.