Smaken verschillen: multicultureel bouwen en wonen

De raad ziet multicultureel bouwen als een verbijzondering van de ontwikkeling naar een vraaggericht woonbeleid en adviseert aan de vraag tegemoet te komen. Daarbij pleit de raad voor een ontspannen benadering waarbij multicultureel bouwen ook los van allerlei verwachtingen en opvattingen over assimilatie en integratie tot gelding kan komen. Een ruimtelijk invulling van het begrip is gewenst: niet alleen de woning, maar ook het woonmilieu, niet alleen functionaliteit, maar ook expressiviteit. Primair is echter een versterking van allochtonen op de woningmarkt gewenst.

Aanleiding

In het debat over de Nota ‘Mensen, wensen, wonen’ (maart 2001) in de Tweede Kamer ontspon zich de vraag of er in het nationale woonbeleid voldoende wordt ingespeeld op het multiculturele karakter van de samenleving. Om deze vraag te beantwoorden heeft de Tweede Kamer op 15 mei 2001 een adviesaanvraag bij de raad ingediend. Het was daarmee voor de raad de eerste adviesaanvraag uit de Tweede Kamer. In de adviesaanvraag vraagt de Kamer om een verkenning en een inkadering van het begrip multicultureel bouwen. Ook wordt om aandacht gevraagd voor de relatie met het woonbeleid en met de integratie van allochtonen.

Inhoud advies

Het advies ‘Smaken verschillen: multicultureel bouwen en wonen’ is op 6 maart 2002 aangeboden aan de Tweede Kamer. Aan het advies is een onderzoeksrapport ‘Multicultureel bouwen, de weerslag van culturele diversiteit op de gebouwde omgeving’ van het onderzoeksinstituut OTB toegevoegd. Dit rapport is een inventariserend onderzoek naar projecten van multicultureel bouwen en de stimuli en weerstanden hierbij.

Multicultureel bouwen

De raad ziet multicultureel bouwen als het tot uiting laten komen van culturele diversiteit in de gebouwde omgeving. Het is een cultureel concept en niet een sociaal-economisch of een ruimtelijk concept. Het past in een vraaggericht woonbeleid. Men kan verschillend denken over assimilatie van allochtonen en over het waarderen van verschillen in de maatschappij, maar dit hoeft een waardering van multicultureel bouwen niet te bepalen. Multicultureel bouwen hoeft ook niet gebukt te gaan onder de soms loodzware last van het integratiestreven. Het kan op een meer ontspannen wijze benaderd worden.
Het onderscheid tussen de functionele en de expressieve kant is van belang. Multicultureel bouwen is niet alleen multifunctioneel bouwen (goede afstemming tussen woning en gebruiker), maar ook expressief bouwen (verwijzing naar cultuur, identiteit). Het schaalniveau is niet uitsluitend de woning, maar ook het woonmilieu, de openbare ruimte en de voorzieningen. Niet alleen de inhoud, ook de proceskant is van belang. Bij dit laatste is de participatie van bepaalde groepen aan de besluitvorming aan de orde.
Verdwijnen de specifieke woonwensen met de verdergaande integratie van allochtonen in Nederland? Dat is mogelijk, maar ook is mogelijk dat als aan basiswensen in het wonen is voldaan meer aandacht voor de culturele dimensie zal ontstaan.

Initiatieven

Het aantal projecten van multicultureel bouwen is beperkt maar groeiende. Het blijkt dat participatie nog vaak tekort schiet. Er is ook een sterke afhankelijkheid van de inzet van enkele personen en instituties. Daarnaast is er enig koudwatervrees bij woningaanbieders voor categoraal woningaanbod. Ook blijkt dat soms algemene beleidskaders over grondprijsbeleid of woningbouwprogrammering botsen met initiatieven van onderop. Veel projecten zijn nog gericht op de woning, op het bouwen en op de functionele kant.Weinig initiatieven richten zich op de kant van identiteit of de woonomgeving.

Bevorderen multicultureel bouwen

Wie multicultureel bouwen wil bevorderen, zal dan ook meer ruimte moeten bieden voor initiatieven van onderop, de participatie van allochtonen moeten versterken en meer innovatie in het woningaanbod mogelijk moeten maken. Er zijn projecten met aangepaste woningplattegronden, met kangoeroewoningen en er zijn woongroepen voor allochtone ouderen. Wie rondkijkt ontdekt in Rotterdam bijvoorbeeld een project van collectief opdrachtgeverschap van Turkse bewoners voor koopwoningen (Biz Botuluyuz) en in Dordrecht een project waarin niet voor sloop van boven- en benedenwoningen is gekozen, maar voor samenvoeging tot tweegeneratiewoningen.

Kern van het advies

Er is dus wel degelijk vraag, maar niettemin is voor veel allochtonen multicultureel bouwen niet de eerste zorg, maar de achterstand op de woningmarkt. Er is ruimte-tekort in en om de woning. Veel allochtonen zijn ontevreden hierover. Ontevredenheid mag echter ook gezien worden als een indicator van emancipatie. Verbetering van de kansen van allochtonen op een goede en betaalbare huisvesting is geboden. In de nota Wonen komt dit onvoldoende terug. Het woonbeleid moet daarom versterkt worden. De vraag van allochtonen op de woningmarkt moet versterkt worden (zeggenschap, participatie, regelingen van huur- en koopsubsidie) en de keuzemogelijkheden op de woningmarkt verruimd (woonruimteverdeling, betaalbare woningen in stad en regio). In de stedelijke vernieuwing moet het product maar ook het proces meer op de vraag van allochtonen afgestemd worden. Ook moet de eigen woning voor allochtonen beter bereikbaar gemaakt worden. Allemaal zaken waar Rijk, gemeenten, woningcorporaties en vele andere partijen iets aan kunnen doen.

Reactie en doorwerking

Op 12 maart 2002 heeft de raad het advies toegelicht in een gesprek met de vaste commissie VROM van de Tweede Kamer. Alvorens een eigen standpunt te bepalen, heeft de commissie de staatssecretaris van VROM om een reactie gevraagd. In een brief onderschrijft de staatssecretaris de visie van de raad over de inhoud en vraag naar multicultureel bouwen. Dit geldt ook voor de ontkoppeling die de raad voorstelt tussen multicultureel bouwen en het integratie denken. De weerstanden bij initiatieven van multicultureel bouwen ziet de staatssecretaris niet als een structureel probleem. Gezien de positieve ervaringen gaat het volgens de staatssecretaris hierbij meer om een zaak van gewenning dan van weerstand. De verwijzing naar het belang van versterking van de woningmarktpositie van allochtonen wordt onderschreven. Dit maakt naar zijn oordeel echter deel uit van de discussie over het algemeen woonbeleid en hoort daarmee niet in het debat over multicultureel bouwen thuis. Het advies is na de beantwoording van de staatssecretaris niet meer op de agenda van de vaste commissie VROM geweest.

Publiciteit

Het eindejaarsdebat van het NIROV-netwerk Bouwen en Wonen op 14 december 2001 ging over multicultureel bouwen en hier bleek dat dit onderwerp bij velen op de agenda staat. De standpunten liepen uiteen van ‘waarom zou je woningen aanpassen aan een toevallig passerende bewoner van allochtone afkomst’ tot ‘multiculturele verschillen moeten beter zichtbaar worden in de gebouwde omgeving’.

Het advies is op een aantal momenten uitgedragen, onder andere tijdens de studiemiddag Multicultureel Bouwen (Elsevier Congressen) op 14 september 2002 en een thema-avond in Breda op 19 december 2002. Het conceptueel kader van het advies is goed ontvangen. In de landelijke en regionale dagbladen is aandacht besteed aan het advies. In het tijdschrift ‘Vitale Stad’ is een artikel over multicultureel bouwen gepubliceerd.