Ontspannen in het groen

Advies over hoe overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties kunnen zorgen voor recreatie in de toekomst

In oktober 2003 heeft de raad zijn advies 'Ontspannen in het groen' vastgesteld en op 28 januari 2004 op het jaarlijkse RECRON-congres aangeboden aan minister Veerman van LNV. Recreatie moet terug op de politieke agenda, is de hoofdboodschap van het advies over de toekomst van de recreatie in ons land.

Samenvatting: 

In oktober 2003 heeft de Raad voor het Landelijk Gebied zijn advies 'Ontspannen in het groen' vastgesteld en op 28 januari 2004 op het jaarlijkse RECRON-congres aangeboden aan minister Veerman van LNV. Recreatie moet terug op de politieke agenda, is de hoofdboodschap van het advies over de toekomst van de recreatie in ons land. Recreatie (en toerisme) is in ons land een belangrijke sector: ruim € 26 miljard omzet, bijna 350.000 werkzame mensen, één miljard dagtochten en zo'n 9 miljoen korte en 9 miljoen lange vakanties. De raad constateert dat met name het Rijk de afgelopen jaren het beleidsterrein recreatie heeft verwaarloosd. Den Haag, provincies, gemeentes en recreatie- en waterschappen moeten zich weer nadrukkelijk met het recreatiebeleid gaan bezighouden. Daarbij is belangrijk, dat recreatie niet op zichzelf staat, maar door de breedte allerlei dwarsverbanden en overlappingen heeft met de beleidsterreinen van vrijwel alle ministeries, zoals sport, cultuur, natuur, gezondheid en welzijn. De raad adviseert dat op rijksniveau de minister van LNV de primaire verantwoordelijkheid op zich moet nemen voor recreatie.
De raad signaleert dat de stadsbewoner steeds minder vaak naar 'buiten' trekt, maar in de stad zelf de mogelijkheden vindt voor recreatieve activiteiten als winkelen ('funshoppen'), flaneren en wandelen, fietsen, sportvissen, bezoeken van parken en andere activiteiten. In steden is er te weinig groene recreatieruimte (parken en plantsoenen) voor de bevolking. De raad vindt dan ook dat daar een belangrijke taak ligt voor Rijk en gemeenten om vooral in de oudere wijken en in de nieuwbouwwijken te zorgen voor een beter en ruimer aanbod van (recreatie)groen. De raad realiseert zich dat aanleg van meer groen in de stad betekent dat de nieuwbouw aan de rand van de stad verder het platteland inschuift. Maar dit is beter dan achteraf op datzelfde platteland nieuwe groenvoorzieningen maken die zo ver van de stad liggen dat ze minder gebruikt gaan worden.

Ook buiten de stad kan en moet er veel veranderen op het gebied van recreatie. Zo moet het platteland breder voor recreatie opengesteld worden en niet alleen dienen als overgangsgebied tussen steden en natuurgebieden. Boeren moeten daar meer dan nu de ruimte krijgen om - naast het agrarisch bedrijf - ook recreatiemogelijkheden aan te gaan bieden. En delen van natuurgebieden kunnen, binnen ecologische randvoorwaarden, ingericht worden voor nieuwe vormen van recreatie, waardoor ook andere bevolkingsgroepen deze natuurgebieden gaan bezoeken. Een deel van de natuurgebieden moet echter gereserveerd blijven voor 'rust, ruimte en stilte'.

Kampeerterreinen, bungalowparken en jachthavens zullen in veel gevallen moeten vernieuwen en uitbreiden omdat de meeste gasten meer ruimte en kwaliteit willen. De raad vindt dat in de meeste gevallen geprobeerd zal moeten worden die uitbreiding aansluitend aan het bestaande bedrijf te realiseren. Bij ligging in kwetsbare natuurgebieden zijn die mogelijkheden beperkt, maar door goed vermarkten kan de ondernemer het publiek trekken dat zo'n omgeving op prijs stelt.