Schiphol: meer markt voor de mainport?

Op verzoek van de staatssecretarissen van Verkeer en Waterstaat en VROM hebben de VROM-raad en de Raad voor Verkeer en Waterstaat in samenwerking elk een advies uitgebracht als bijdrage aan de evaluatie van het Schipholbeleid. De raden hebben zich uitgesproken over de houdbaarheid en hanteerbaarheid van de voorlopige bevindingen van de bewindslieden naar aanleiding van een aantal onderzoeksrapporten. Daarnaast beogen de raden ook een bijdrage te leveren aan een beleidsagenda voor de verbetering van het Schipholbeleid.

Op verzoek van de staatssecretarissen van Verkeer en Waterstaat en VROM hebben de VROM-raad en de Raad voor Verkeer en Waterstaat in samenwerking elk een advies uitgebracht als bijdrage aan de evaluatie van het Schipholbeleid. De raden hebben zich uitgesproken over de houdbaarheid en hanteerbaarheid van de voorlopige bevindingen van de bewindslieden naar aanleiding van een aantal onderzoeksrapporten. Daarnaast beogen de raden ook een bijdrage te leveren aan een beleidsagenda voor de verbetering van het Schipholbeleid.

Gezamenlijke conclusies

De raden trekken in hun adviezen gezamenlijk als conclusies dat:

  • de in het Schipholbeleid beoogde ‘duurzame balans tussen de ruimte voor de mainport Schiphol en de negatieve effecten van het vliegverkeer’ niet wordt bereikt;
  • het huidige stelsel van milieuregels en -normen te weinig flexibel is en onvoldoende prikkels oplevert om luchtverkeer en leefbaarheid te optimaliseren;
  • het stelsel als nodeloos ingewikkeld en onvoldoende transparant wordt ervaren;
  • het stelsel bovendien slecht aansluit bij de beleving van omwonenden;
  • er bij omwonenden opvallend weinig vertrouwen is in het beleid;
  • het Schipholbeleid er toe leidt dat het toegestane aantal starts en landingen tegen grenzen gaat aanlopen, waarbij een tijdige bijsturing van hetzij de luchtvaart hetzij de milieuruimte niet meer mogelijk is;
  • bij hoge groei van het luchtverkeer deze grenssituatie zich al in 2008 voordoet;
  • hierdoor het aantal en de frequentie van de intercontinentale verbindingen van en naar Schiphol onder druk kan komen te staan;
  • aantasting van deze vestigingsplaatsfactor risico’s oplevert voor de economische ontwikkeling van de Randstad.

In zijn advies ‘Schiphol. Meer markt voor de mainport?’, uitgebracht in januari 2006, gaat de VROM-raad vooral in op de verantwoordelijkheidsverdeling en milieueisen om tot een effectiever Schipholbeleid te komen.

Verdeling verantwoordelijkheid

De VROM-raad stelt een andere verdeling voor van verantwoordelijkheden met een duidelijkere scheiding tussen overheid en luchtvaartsector in verband met de stuurbaarheid, de handhaafbaarheid en de verantwoording van het Schipholbeleid. De VROM-raad bepleit een situatie waarin Schiphol en het daarop gerichte luchtverkeer meer als ‘normaal bedrijf’ in een internationale markt worden benaderd. Daarin past volgens de raad ook dat op decentraal niveau een ‘markt’ wordt geconstrueerd waarop binnen zekere grenzen een uitruil kan plaatsvinden van ruimte voor luchtvaart en aspecten van leefbaarheid en ruimtegebruik. Hierbij past bovendien dat de decentrale overheden meer verantwoordelijkheid krijgen voor de uitwerking van het ruimtelijk beleid in de regio.

Milieubeleid

Met betrekking tot het milieubeleid voor Schiphol bepleit de raad een verdere toespitsing op normen voor de gewenste milieukwaliteit in de leefomgeving. De raad neemt daarmee afstand van de “rekenkundig geconstrueerde, intermediaire grootheden, ergens op de schaal tussen emissie en immissie”, die in het huidige milieustelsel voor Schiphol zo’n centrale plaats innemen. De wijze waarop de gewenste milieukwaliteitsnormen worden gerealiseerd moet volgens de raad meer dan in het huidige stelsel een verantwoordelijkheid van de luchtvaartsector worden.

Publiciteit, reacties en doorwerking

De ‘second opinion’ van de VROM-raad op de voorlopige bevindingen van de bewindslieden met betrekking tot de effectiviteit van het Schipholbeleid heeft een beperkte directe doorwerking gehad in het kabinetsbeleid. Het advies is mondeling en schriftelijk toegelicht aan de Vaste Commissie voor Verkeer en Waterstaat van de Tweede Kamer in de behandeling van het kabinetsstandpunt over het Schipholbeleid. In het ROmagazine verscheen in april 2006 het artikel ‘Schipholbeleid opnieuw onder druk’, waarin de strategische aandachtspunten van de raad voor het kabinet zijn toegelicht.7 Verder is een samenvatting van het advies opgenomen in het eindrapport over de evaluatie van het Schipholbeleid.8 In de conclusies over de effectiviteit van het Schipholbeleid klinken vragen en kanttekeningen door die ook zijn aangedragen door de VROMraad. Een van deze conclusies uit de evaluatie bevestigt bijvoorbeeld de twijfel van de VROM-raad over de houdbaarheid van de mainportdoelstelling bij een voortgaande groei van de luchtvaart van en naar Schiphol. En in een andere conclusie klinkt de kritiek van de raad door op de indirecte en weinig begrepen relatie tussen de vigerende normen voor geluidshinder rond Schiphol en de daadwerkelijke beleving van deze hinder door omwonenden.

Tegen deze achtergrond heeft het kabinet bij zijn standpuntbepaling in april 2006 de volgende aanbevelingen van de VROM-raad overgenomen:

  • Omwonenden en het regionale bestuur krijgen van het kabinet meer vrijheid om samen  met de luchtvaartsector afspraken te maken over vermindering van de overlast, compensatie en woningbouw.
  • Het kabinet wil het luchtverkeer bundelen om de overlast te concentreren. Dat maakt overlast beter voorspelbaar én biedt meer kansen voor betere compensatie van overlast. Andere aanbevelingen van de raad – onder andere voor ontwikkeling van een normenstelsel dat directer stuurt vanuit kwaliteitsnormen voor het leefmilieu en voor een handhaving van geluidsnormen op basis van metingen – zijn niet overgenomen door het kabinet.