Koraalriffen in Nederland

Advies over de ondersteuning van het natuurbeleid op de BES-eilanden

Met de toetreding van Bonaire, St Eustatius en Saba (de BES-eilanden) tot Nederland wordt de politieke verantwoordelijkheid van het kabinet ten aanzien van natuur veel groter. In oppervlakte zal de natuur in geringe mate toenemen maar de toename in kwaliteit is spectaculair. De Caribische koraalriffen en nevelwouden verschijnen naast duinen, heide en de akkerranden als belangrijk landschap van Nederland.

Foto Koraalrif

Met dit advies, uitgebracht op eigen initiatief, wil de Raad voor het Landelijk Gebied suggesties aanreiken om de toenemende verantwoordelijkheden voor zowel de minister van Natuur als de staatssecretaris van Koninkrijksrelaties politiek waar te maken.

Met de toetreding tot Nederland van de eilanden Bonaire, St. Eustatius en Saba (BES eilanden) als bijzondere gemeenten nemen de natuur in kwaliteit en de biodiversiteit spectaculair toe. Nederland wordt verantwoordelijk voor koraalriffen, nevelwouden en andere Caribische natuur. Bij de onderhandelingen over de toetreding is aandacht besteed aan veiligheid, onderwijs, volksgezondheid en financiën, maar volgens de raad te weinig aan natuur. Met het advies 'Koraalriffen in Nederland signaleert de Raad voor het Landelijk Gebied (RLG) de noodzaak om de grotere politieke verantwoordelijkheden tijdig op te pakken.

In 2010 zullen de overheden op de eilanden formatieve en budgettaire ondersteuning nodig hebben om het natuurbeleid voort te kunnen zetten en verder te ontwikkelen. De raad adviseert voor het lange termijn perspectief een tijdelijke Task Force BES-Natuur in te stellen. De Task Force kan worden samengesteld uit de eilandbesturen, de ministeries van LNV, BZK, maatschappelijke organisaties op de BES-eilanden en in Nederland. Ook adviseert de raad een samenwerkingsovereenkomst tussen de vier landen van het koninkrijk (Nederland, Curaçao, St. Maarten en Aruba) om waar mogelijk samen op te trekken.

Het advies 'Koraalriffen in Nederland' is op 2 juni 2009 aangeboden aan de minister van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK De minister van LNV stelt in haar eerste reactie op het advies dat gebieden die het nodig hebben snel een beschermde status moeten krijgen. De minister beraadt zich op de aanbevelingen maar wil eerst nader onderzoek doen. LNV heeft per 1 september 2009 een project-attaché aangesteld om de situatie te verkennen.