Toekomst van het ruimtelijk beleid

Briefadvies

In dit briefadvies adviseren de raden voor de leefomgeving en infrastructuur over de toekomst van het ruimtelijk beleid, in het licht van de voorgenomen decentralisatie. De raden zien verdergaande decentralisatie als een belangrijke stap om te komen tot een effectievere ruimtelijke ontwikkeling en ruimtelijke beleidsvoering. Maar dat kan alleen als provincies en gemeenten de mogelijkheden hebben om taken, bevoegdheden en/of verantwoordelijkheden ook daadwerkelijk van het Rijk over te nemen. Dat is de kern van dit briefadvies. Met de recent geactualiseerde Wro zijn provincies en gemeenten al wel van de juiste instrumenten voorzien. Maar de beschikbaarheid van financiële middelen voor decentrale overheden is volgens de raden nog niet goed geregeld. In het advies roepen de raden de minister op dat alsnog te doen.

In het advies identificeren de raden nog een aantal andere condities voor decentralisatie van ruimtelijk beleid. Deze houden onder andere in dat het Rijk nationale opgaven nadrukkelijk vanuit een internationaal perspectief moet benoemen, heldere sectorale doelen moet stellen en de bescherming van leefomgevingskwaliteiten moet regelen. Tevens adviseren de raden in te zetten op instrumenten die de uitvoering van ruimtelijk beleid kunnen verbeteren en versnellen, want alleen decentralisatie van beleid is daartoe onvoldoende. Een voorbeeld daarvan is het versterken van de gebiedsagenda.

Foto Gezicht op museum Nemo IJ Amsterdam
P. Tordoir

Ter voorbereiding van dit briefadvies zijn op verzoek van de raden voor de leefomgeving en infrastructuur drie essays over het thema ‘decentralisatie’ geschreven. De essayisten zijn Barrie Needham (emeritus hoogleraar planologie), Toon de Gier (universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht) en Peter Paul Witsen (adviesbureau Westerlengte).

Download de essaybundel

Dit briefadvies heeft geen samenvatting.