Verzet de wissel: naar beter internationaal reizigersvervoer per trein

Internationaal treinverkeer kan een belangrijke bijdrage leveren aan het vergroenen van de transportsector, en het realiseren van Nederlandse duurzaamheidsdoelen. Hoe kan het aanbod van internationale treinen worden gestimuleerd?
hogesnelheidstrein rijdt door de stad, bewogen beeld van de trein met gebouwen op de achtergrond

Aanleiding en adviesvraag

Voor de economische concurrentiekracht van stedelijke agglomeraties is het belangrijk dat internationale bestemmingen goed bereikbaar zijn. Hoewel er de afgelopen eeuw veel is geïnvesteerd in de aanleg van Europese rail­infrastructuur, is het reizigersverkeer per spoor minder sterk gegroeid dan het auto- en vlieg­verkeer. Dit valt te betreuren, want reizen per trein is vergeleken met andere vervoerswijzen veiliger en beter voor milieu en klimaat.

Waarom wordt er niet meer gebruikgemaakt van de internationale trein? De Rli heeft zich gebogen over de vele knelpunten op het internationale spoor – niet alleen vanuit het gezichtspunt van de spoorsector (infrastructuur­beheerders, vervoerders), maar vooral vanuit het gezichtspunt van de internationale treinreiziger.

Centraal in het advies staat de vraag hoe de factoren die een betere bereikbaarheid per spoor (van en vanuit Nederland) in de weg staan, kunnen worden weggenomen.

Toelichting

Knelpunten voor de treinreiziger

Uit de analyse van de raad blijkt dat er voor deze treinreiziger weliswaar een uitgebreid internationaal spoornetwerk beschikbaar is, maar dat die reiziger in de praktijk nog de nodige beperkingen ervaart die een keuze voor een internationale treinreis in de weg staan.

Er is nog veel te winnen met de huidige infrastructuur

De aanleg van nieuwe railinfrastructuur is een manier om de treinbereikbaarheid binnen Europa te vergroten. Dit is echter een kostbare, lastige en tijdrovende ingreep, waar de politiek graag over praat, maar vaak voor terugschrikt. De raad meent bovendien dat er al veel te winnen is met goedkopere en sneller te realiseren maatregelen. Dit zijn maatregelen waarmee de bestaande railinfrastructuur intensiever, efficiënter en door meer internationale reizigers kan worden benut. Uiteindelijk zullen er óók aanpassingen aan de railinfrastructuur zelf nodig zijn, maar dan wel als onderdeel van een samenhangende aanpak.

Verbeter mobiliteitsdiensten: informatievoorziening, ticketverkoop en passagiersrechten

De internationale treinreiziger is gebaat bij een betere informatievoorziening, zoals apps die het reisaanbod van alle vervoerders laten zien. Daarnaast heeft de reiziger behoefte aan een betere vindbaarheid en boekbaarheid van internationale treintickets. Die treintickets dienen volgens de raad bovendien eerder beschikbaar te zijn dan nu gebruikelijk is (vaak pas drie maanden tevoren). Ook op het gebied van de passagiersrechten zijn verbeteringen nodig, bijvoorbeeld bij een gemiste aansluiting.

Verbeter vervoersdiensten: nieuwe internationale diensten en trein als aantrekkelijk product

Het is belangrijk om nieuwe internationale vervoersdiensten te stimuleren. De raad adviseert de Rijksoverheid om actief op zoek te gaan naar vervoerders die grensoverschrijdende verbindingen willen verzorgen. Verder is het volgens de raad essentieel om van de internationale trein een aantrekkelijk product te maken dat beter met andere modaliteiten kan concurreren. Hiervoor moet worden ingezet op comfortabele, snelle, directe verbindingen tussen de belangrijkste internationale metropolen, tegen een eerlijke en concurrerende prijs.

Verbeter verkeersdiensten: efficiëntere capaciteitstoedeling en meer gebruik van informatietechnologie

Bij het vasthouden aan de huidige uitgangspunten voor het managen van de spoorcapaciteit wordt het al snel lastig om meer ruimte te bieden aan de internationale trein. De raad denkt echter dat er wel degelijk ruimte gevonden kan worden bij een intelligenter gebruik van de bestaande capaciteit. Zo is er binnen het basisuurpatroon, dat op het spoor wordt gehanteerd, ruimte om op alle internationale trajecten in Nederland de treinfrequentie te verhogen. Ook zal de invoering van informatie­technologie helpen om het spoor intensiever te benutten.

Verbeter infrastructuur: investeringen één oostelijke corridor

Op de langere termijn zijn ook aanpassingen aan de infrastructuur nodig. De raad bepleit dat de overheid gaat investeren in één oostelijke corridor. De raad denkt hierbij aan aanpassingen van bestaand spoor die het mogelijk maken om snel 160 tot 200 km/uur te rijden. Het ontvlechten van regionaal, nationaal en internationaal spoorvervoer kan helpen om de internationale treinbereikbaarheid van Nederland te verbeteren. Hierbij is ook aandacht nodig voor de capaciteit van de stations.

Internationale corridoraanpak

Het laten rijden van een internationale trein vergt niet alleen een nauwe samenwerking tussen landen, maar ook tussen de vele partijen die in de spoorsector werkzaam zijn. De raad heeft gepoogd deze complexiteit inzichtelijk te maken. Daarbij wordt duidelijk dat er een verbetering nodig is in de internationale governance. Voor de belangrijkste internationale verbindingen is behoefte aan een corridoraanpak. Op de lange termijn denkt de raad dat er toegewerkt moet worden naar een Europese autoriteit voor grensoverschrijdend spoorverkeer. De raad heeft hier samen met andere Europese adviesraden aandacht voor gevraagd in een brief aan de Europese Commissie.

Datum van publicatie

Op 1 juli 2020 heeft de raad zijn advies ‘Verzet de wissel: naar beter internationaal reizigersverkeer per trein’ uitgebracht en aangeboden aan Staatssecretaris Van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat.

De voorzitter van de ‘Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) Jan Jaap de Graeff (r), overhandigt het advies 'Verzet de wissel: naar beter internationaal reizigersverkeer per trein’ aan staatssecretaris Stientje van Veldhoven (IenW) Foto: Fred Ernst

Meer informatie

Voor meer informatie over het advies kunt u contact opnemen met Tim Zwanikken, projectleider, tim.zwanikken@rli.nl, telefoon: +31 (0)6 5287 4404.

 

Samenvatting: 

Voor de economische concurrentiekracht van stedelijke agglomeraties in Europa is het belangrijk dat internationale bestemmingen goed bereikbaar zijn. Hoewel er de afgelopen eeuw veel is geïnvesteerd in de aanleg van Europese railinfrastructuur, is het reizigersverkeer per spoor minder sterk gegroeid dan het auto- en vliegverkeer. Dit valt te betreuren, want reizen per trein is vergeleken met andere vervoerswijzen veiliger en beter voor milieu en klimaat.

Bij het uitbrengen van dit advies is het onduidelijk wanneer en op welke wijze de internationale vervoersmarkt zich herstelt van de gevolgen van de covid-19-pandemie. Overheden maken inmiddels honderden miljarden vrij voor herstelfondsen en economische steunpakketten om de gevolgen van de crisis te beperken en tegelijkertijd de economie te verduurzamen. Een deel daarvan zal ook worden gebruikt om de transportsector te verduurzamen. In een brief aan de Europese Commissie bepleit de raad samen met vier Europese adviesraden om overheidssteun aan bedrijven in de transportsector te koppelen aan de doelen van de Europese Green Deal (zie bijlage). Ook in Nederland is een dergelijke koppeling wenselijk. Een vergroening van de transportsector kan de impuls zijn om de wissel te verzetten naar een betere internationale treinbereikbaarheid.

Knelpunten voor de treinreiziger

Waarom wordt er niet meer gebruikgemaakt van de internationale trein? De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli; hierna ‘de raad’) heeft zich gebogen over de vele knelpunten op het internationale spoor – niet alleen vanuit het gezichtspunt van de spoorsector, maar vooral vanuit het gezichtspunt van de internationale treinreiziger. Uit de analyse van de raad blijkt dat er voor deze treinreiziger weliswaar een uitgebreid internationaal spoornetwerk beschikbaar is, maar dat die reiziger in de praktijk nog de nodige beperkingen ervaart die een keuze voor een internationale treinreis in de weg staan.

De internationale spoorwereld is bijzonder complex. Er zijn niet alleen veel landen bij betrokken, ook is er binnen elk land een nauwe samenwer- king van publieke en private partijen nodig om internationale treinen te kunnen laten rijden. Om die complexiteit te doorgronden heeft de raad de

bestaande knelpunten binnen het spoorsysteem uiteengelegd in vier lagen: de mobiliteitsdiensten (vervoersplanners, apps en dergelijke), de vervoers- diensten (spoorwegmaatschappijen en hun materieel), de verkeersdiensten (capaciteitsmanagement en veiligheidssystemen) en de infrastructuur.

Er is nog veel te winnen met de huidige infrastructuur

De aanleg van nieuwe railinfrastructuur is een manier om de treinbereik- baarheid binnen Europa te vergroten. Dit is echter een kostbare, lastige en tijdrovende ingreep, waar de politiek graag over praat, maar vaak voor terugschrikt. De raad meent bovendien dat er al veel te winnen is met goedkopere en sneller te realiseren maatregelen op de andere lagen van het spoorsysteem. Dit zijn maatregelen waarmee de bestaande railinfra- structuur intensiever, efficiënter en door meer internationale reizigers kan worden benut. Uiteindelijk zullen er óók aanpassingen aan de railinfrastruc- tuur zelf nodig zijn, maar dan wel als onderdeel van een samenhangende aanpak met de genoemde diensten.

Verbeter mobiliteitsdiensten: informatievoorziening, ticketverkoop en passagiersrechten

De internationale treinreiziger is gebaat bij een betere informatievoor- ziening, zoals apps die het reisaanbod van alle vervoerders laten zien. Daarnaast heeft de reiziger behoefte aan een betere vindbaarheid en boek- baarheid van internationale treintickets. Die treintickets dienen volgens de raad bovendien eerder beschikbaar te zijn dan nu gebruikelijk is (vaak pas drie maanden tevoren). Ook op het gebied van de passagiersrechten zijn verbeteringen nodig, bijvoorbeeld bij een gemiste aansluiting.

Verbeter vervoersdiensten: nieuwe internationale diensten en trein als aantrekkelijk product

Het is belangrijk om nieuwe internationale vervoersdiensten te stimuleren. De raad adviseert de rijksoverheid om actief op zoek te gaan naar vervoer- ders die grensoverschrijdende verbindingen willen verzorgen. Verder is het volgens de raad essentieel om van de internationale trein een aantrekke- lijk product te maken dat beter met andere modaliteiten kan concurreren.

Hiervoor moet worden ingezet op comfortabele, snelle, directe verbin- dingen tussen de belangrijkste internationale metropolen, tegen een eerlijke en concurrerende prijs.

Verbeter verkeersdiensten: efficiëntere capaciteitstoedeling en meer gebruik van informatietechnologie

Bij het vasthouden aan de huidige uitgangspunten voor het managen van de spoorcapaciteit wordt het al snel lastig om meer ruimte te bieden aan de internationale trein. De raad denkt echter dat er wel degelijk ruimte gevonden kan worden bij een intelligenter gebruik van de bestaande capaciteit. Zo is er binnen het basisuurpatroon, dat op het spoor wordt gehanteerd, ruimte om op alle internationale trajecten in Nederland de

treinfrequentie te verhogen. Ook zal de invoering van informatietechnologie helpen om het spoor intensiever te benutten.

Verbeter infrastructuur: investeer in één oostelijke corridor

Op de langere termijn zijn ook aanpassingen aan de infrastructuur van het spoor nodig. De raad bepleit dat de overheid gaat investeren in één oostelijke corridor. De raad denkt hierbij aan aanpassingen van bestaand spoor die het mogelijk maken om snel 160 tot 200 km/uur te rijden. Het ontvlechten van regionaal, nationaal en internationaal spoorvervoer kan helpen om de internationale treinbereikbaarheid van Nederland te verbe- teren. Hierbij is ook aandacht nodig voor de capaciteit van de stations.

Tot slot

De raad is zich ervan bewust dat het versterken van het internationaal reizi- gersverkeer per spoor complex is:
•          Bij het realiseren van het voorgestelde beleid zijn niet alleen de overheid, maar ook de vervoerders nauw betrokken. Voor hen is het van belang dat er ook daadwerkelijk een markt is, iets dat de overheid maar ten dele kan beïnvloeden. Een verbetering van de mobiliteits- en vervoersdiensten zal deze markt overigens stimuleren.
•          Er zijn ook veel landen bij betrokken, die uiteenlopend denken over de mate waarin de EU grensoverschrijdend spoor meer taken dan wel bevoegdheden zou moeten krijgen. Vandaar dat de raad op dit punt een geleidelijke benadering voorstaat.
•          Tenslotte zal een verdergaande groei van het internationale reizigers- verkeer een toenemend beslag leggen op de beschikbare spoorcapa- citeit. Die capaciteit is er, maar niet oneindig. Er kan een punt komen waarop keuzes moeten worden gemaakt met betrekking tot het verdelen van capaciteit tussen personen- of goederenvervoer en/of nationaal of internationaal vervoer. Dit vergt een politieke afweging, die niet uit de weg moet worden gegaan. De raad constateert overigens wel dat op dit moment de belangen van de internationale treinreiger onvoldoende expliciet worden meegewogen.

Niet alle aanbevelingen die de raad doet zijn op korte termijn realiseerbaar. Dat neemt niet weg dat de raad met zijn lange termijn aanbevelingen recht wil doen aan het realiseren van beleidsdoelen die in nationaal én Europees verband worden onderschreven.