Aanleiding en adviesvraag
De verduurzaming van Nederland stokt. Een belangrijke oorzaak is dat veel mensen het beleid oneerlijk vinden. Zij vinden bijvoorbeeld dat er veel wordt gevraagd van burgers, terwijl grote bedrijven hun gang mogen blijven gaan. Of dat de doorsnee-Nederlander krom moet liggen voor kostbare duurzaamheidsmaatregelen, terwijl mensen met een hoger inkomen daar geen last van hebben. Het zijn vooral mensen in een kwetsbare sociaal-economische positie die de meeste last ondervinden van duurzaamheidsproblemen – zoals luchtvervuiling, verlies aan biodiversiteit en klimaatverandering – terwijl zij het minst bijdragen aan deze problemen omdat zij het minst consumeren. Eerlijk verduurzamen betekent dat iedereen mee kan doen en dat iedereen die mee kan doen, dat doet. Ook de lusten en lasten moeten eerlijk verdeeld zijn. Momenteel is dat onvoldoende het geval.
De centrale vraag van dit advies is:
Aan welke randvoorwaarden moet verduurzamingsbeleid voldoen om zowel eerlijk als effectief te zijn?
Toelichting
Uit onze analyse trekken we de volgende vier conclusies.
Overheidsbeleid voor verduurzaming vergroot maatschappelijke ongelijkheid
Verduurzaming grijpt diep in de levens van mensen. Niet iedereen kan even goed meekomen met deze veranderingen. Overheidsbeleid zou iedereen in staat moeten stellen om mee te doen met verduurzaming. Dat is nu niet het geval. Veel mensen kunnen niet goed uit de voeten met onderdelen van het beleid, zoals subsidieregelingen en mogelijkheden om te lenen. Hierdoor lopen grote groepen mensen de voordelen van verduurzaming mis, vooral mensen in een kwetsbare maatschappelijke positie. Voor hen vormt verduurzaming zo een extra barrière om goed mee te komen in de maatschappij in plaats van dat het hen helpt.
Onrechtvaardigheid die mensen ervaren brengt verduurzaming in gevaar
Doordat het huidige verduurzamingsbeleid van de rijksoverheid de maatschappelijke ongelijkheid vergroot, vinden veel mensen het onrechtvaardig. Dit ondermijnt het draagvlak en stagneert de verduurzaming. Deze vertraging raakt vooral mensen in een kwetsbare sociaal-economische positie. Juist zij hebben op de korte en lange termijn het meest te winnen bij verduurzaming, zoals een lagere energierekening en een groene wijk met schone lucht.
Overheidsbeleid heeft te weinig oog voor de menselijke kant van verduurzaming
De rijksoverheid heeft bij de ontwikkeling en uitvoering van het verduurzamingsbeleid lange tijd te weinig oog gehad voor de sociaal-economische effecten van dat beleid. Deze werden niet vooraf in kaart gebracht. Daarnaast was veel beleid gericht op burgers en bedrijven die veel vervuiling veroorzaken. Zij werden met subsidies verleid tot verduurzaming. Hierdoor ontstond bij mensen het beeld dat het beginsel ‘de vervuiler betaalt’ geen recht werd gedaan – in tegendeel: de vervuiler werd betaald. De focus op snel resultaat tegen lage kosten voor de overheid is begrijpelijk, maar leidde er ook toe dat er te weinig is gedaan voor minder kapitaalkrachtige mensen en kleine ondernemers.
Overheid zet mensen die kunnen verduurzamen te weinig aan tot actie
Het huidige verduurzamingsbeleid zorgt er niet voor dat iedereen die kan verduurzamen, dat ook doet. Kapitaalkrachtige mensen en bedrijven die goed in staat zijn om op eigen kracht duurzame keuzes te maken, doen dat in de praktijk lang niet altijd. Het is van groot belang dat dit verandert: eerlijke en effectieve verduurzaming vraagt dat iedereen naar draagkracht meedoet.
Aanbeveling 1. Verbind verduurzaming met rechtvaardigheid
1.1 Verbind verduurzamingsbeleid met het sociale domein
De fysieke leefomgeving is inherent verbonden met het dagelijks leven van mensen. Wij adviseren dan ook om verduurzamingsbeleid te verbinden met sociaal-economisch en sociaal-cultureel beleid. Door verduurzamingsbeleid te koppelen aan bijvoorbeeld armoedebeleid en/of gezondheidsbeleid, sluit het beter aan bij de problemen die mensen dagelijks ervaren.
1.2 Monitor de sociaal-economische en sociaal-culturele impact van duurzaamheidsproblemen en verduurzamingsbeleid en bediscussieer deze
Momenteel zijn er te weinig gegevens beschikbaar over de impact van zowel duurzaamheidsproblemen als verduurzamingsmaatregelen. Wij raden aan dat kennisinstituten als het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), het Centraal Planbureau (CPB), het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hierover stelselmatig rapporteren. Daarnaast adviseren wij de rijksoverheid om een rechtvaardigheidsrapportage te ontwikkelen die inzichtelijk maakt wat de sociaal-economische effecten van (nieuw) verduurzamingsbeleid zijn en hoe mensen daar tegenaan kijken. Deze rapportages moeten een rol spelen in de beleids- en besluitvorming.
1.3 Veranker het recht op een schone, gezonde en duurzame leefomgeving
Wettelijke erkenning van het recht op een schone, gezonde en duurzame leefomgeving, beschermt mensen beter tegen de schadelijke gevolgen van milieuvervuiling. Wij onderschrijven dan ook de aanbeveling van het College voor de Rechten van de Mens om te streven naar een bindend recht op een schoon, gezond en duurzaam leefmilieu.
Aanbeveling 2. Zorg dat iedereen kan meedoen
2.1 Werk wijkgericht en benut en versterk lokale initiatieven
De overheid moet mensen die dreigen achter te blijven in de verduurzaming zo veel mogelijk helpen. Dat kan het beste op lokaal niveau, door daar verduurzaming te verbinden met sociaal-economische en sociaal-culturele onderwerpen. Wij adviseren een wijkgerichte aanpak met wijkteams die samenwerken met lokale organisaties. Het Rijk doet er goed aan om gemeenten te voorzien van structurele middelen om dit mogelijk te maken.
2.2 Houd bij het ontwikkelen van verduurzamingsbeleid rekening met diversiteit in de samenleving
Meer aandacht voor de grote diversiteit in de samenleving bij het vormgeven van beleid, zorgt er voor dat dat beleid beter aansluit bij de leefwereld van mensen. Een goede manier om dit te waarborgen, is het voorleggen van beleidsvoorstellen aan panels van burgers en kleine ondernemers. Daarnaast denken wij dat binnen de rijksoverheid teams van rechtvaardigheidscoaches beleidsmakers via praktijkleertrajecten bewust kunnen maken van het belang van rechtvaardige verduurzaming.
Aanbeveling 3. Zorg dat iedereen die kan meedoen, dat ook doet
3.1 Stel kaders die duurzaamheid voor iedereen tot de standaard maken
Deze kaders werken twee kanten op. Enerzijds helpen ze op structureel niveau om iedereen te laten meedoen aan verduurzaming. Zo zorgt een verplicht goed energielabel voor alle huurwoningen ervoor dat iedereen – ongeacht zijn of haar sociaal-economische positie – de vruchten plukt van een energiezuinige en gezonde woning. Anderzijds zorgen ze ervoor dat mensen die kunnen verduurzamen maar dat nu niet doen, wél gaan verduurzamen. Het uitfaseren van vervuilende producten leidt er toe dat iedereen duurzame producten zal kopen en dus meedoet aan verduurzaming.
3.2 Voer eerlijke beprijzing in door middel van een duurzaamheidsheffing- en dividend
Beprijzing is een effectieve manier om overmatige consumptie die tot duurzaamheidsproblemen leidt, te beperken. Een interessante optie is een ‘duurzaamheidsheffing’ waarbij de opbrengsten aan burgers worden uitgekeerd als een generiek ‘duurzaamheidsdividend’. Hierdoor worden minder kapitaalkrachtige mensen niet onevenredig hard geraakt door de heffing. De raad roept de regering op om deze optie nader te verkennen
Publicatie
Het advies Eerlijk verduurzamen is op 3 december 2025 overhandigd aan de minister van Klimaat en Groene Groei en de staatssecretaris Participatie en Integratie.

V.l.n.r.: André van der Zande Rli-raadslid en voorzitter commissie, staatssecretaris Participatie en Integratie Jurgen Nobel van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), minister Sophie Hermans van Klimaat en Groene Groei (KGG) en Jan Jacob van Dijk, raadsvoorzitter Rli. Foto: Sjoerd van der Hucht Fotografie
Informatie of reactie
Voor uw reactie of voor meer informatie kunt u contact opnemen met Evert Nieuwenhuis, projectleider, evert.nieuwenhuis@rli.nl, 06 21 92 65 01.
Eerlijk verduurzamen betekent dat iedereen mee kan doen en dat iedereen die mee kan doen, dat ook doet.
Een schone, gezonde en duurzame leefomgeving is in ieders belang. Maar de verduurzaming van Nederland stokt, onder andere omdat veel mensen het beleid oneerlijk vinden. Zij vinden bijvoorbeeld dat er veel wordt gevraagd van burgers, terwijl grote bedrijven hun gang mogen blijven gaan. Of dat de doorsnee-Nederlander krom moet liggen voor kostbare duurzaamheidsmaatregelen, terwijl rijken beloond worden met subsidies. Dat veel mensen weinig vertrouwen hebben in de overheid versterkt deze gevoelens.
Met dit advies willen wij de rijksoverheid handvatten aanreiken om verduurzamingsbeleid te maken dat zowel eerlijk als effectief is.
Twee zorgen
De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) maakt zich om twee redenen zorgen over deze ontwikkeling:
- De verduurzaming van Nederland kan alleen slagen als iedereen meedoet. Om te beginnen zou het voor iedereen moeten zijn weggelegd om te kunnen verduurzamen. Daarnaast is het cruciaal dat iedereen die kan meedoen, dat ook doet. Dat is niet alleen eerlijk, maar ook om praktische redenen noodzakelijk. Op dit moment gebeurt dat onvoldoende.
- Het gevaar bestaat dat het draagvlak te klein wordt. Als grote delen van de bevolking het beleid oneerlijk (of: onrechtvaardig) vinden, zal het draagvlak voor verduurzamingsbeleid dusdanig afnemen dat succesvolle verduurzaming onmogelijk wordt.
Wat is rechtvaardige verduurzaming?
Er is steeds meer aandacht voor rechtvaardigheid en verduurzaming, maar die richt zich met name op de verdeling van de kosten en baten van klimaatbeleid. Dat is een te beperkte blik. Er is ook aandacht nodig voor andere duurzaamheidsproblemen, zoals vervuiling van de leefomgeving en verlies van biodiversiteit. Daarnaast omvat rechtvaardigheid meer dan alleen de verdeling van kosten en baten (ofwel ‘verdelende rechtvaardigheid’). Rechtvaardig verduurzamingsbeleid erkent dat niet iedereen dezelfde dingen belangrijk vindt en sluit aan bij verschillende groepen mensen (‘erkennende rechtvaardigheid’). Daarnaast heeft iedereen gelijke toegang tot inspraak en gelijke invloed op de besluitvorming (‘procedurele rechtvaardigheid’).
De overheid zal moeten waarborgen dat er geen mensen of bedrijven (verder) achterop raken in de maatschappij als gevolg van verduurzamingsbeleid. Bijvoorbeeld omdat zij niet genoeg geld hebben of niet beschikken over de benodigde vaardigheden om mee te doen met verduurzaming. Een rechtvaardige verdeling van de kosten en baten van beleid is van groot belang. Maar mensen kunnen over de invulling daarvan verschillend denken en de voorkeur geven aan verschillende beginselen, zoals ‘de vervuiler betaalt’, verdeling ‘naar draagkracht’ of ‘naar grootste nut’. Om te bepalen wat we als samenleving rechtvaardig vinden in een bepaalde situatie, is dus een politieke en maatschappelijke dialoog nodig.
Bevindingen
Uit onze analyse trekken we vier conclusies, die hieronder zijn samengevat.
Overheidsbeleid voor verduurzaming vergroot maatschappelijke ongelijkheid
Verduurzaming is rechtvaardig én effectief als iedereen eraan kan meedoen. Maar dat is op dit moment niet zo. In de praktijk blijken veel mensen niet goed uit de voeten te kunnen met onderdelen van het beleid, zoals subsidieregelingen en leenfaciliteiten. Grote groepen mensen lopen de voordelen van verduurzaming mis, vooral mensen in een kwetsbare maatschappelijke positie. Om de maatschappelijke ongelijkheid die daardoor ontstaat tegen te gaan, is het belangrijk dat verduurzamingsbeleid meer dan nu aansluit bij de mogelijkheden en behoeften van verschillende groepen mensen in de samenleving.
Onrechtvaardigheid die mensen ervaren brengt verduurzaming in gevaar
Doordat het huidige verduurzamingsbeleid van de rijksoverheid de maatschappelijke ongelijkheid vergroot, vinden veel mensen het onrechtvaardig. Ook hebben mensen ongelijke mogelijkheden om invloed uit te oefenen op besluitvorming en om naar de rechter te stappen als de overheid hun leefomgeving niet goed beschermt. Dit alles ondermijnt het maatschappelijk draagvlak dat nodig is om verduurzaming tot een succes te maken. De verduurzaming van ons land dreigt daardoor te stagneren. Daarnaast draagt een breed gedeeld gevoel van onrechtvaardigheid bij aan het toch al afkalvende vertrouwen van mensen in de overheid.
Overheidsbeleid heeft te weinig oog voor de menselijke kant van verduurzaming
De rijksoverheid heeft bij de ontwikkeling en uitvoering van het verduurzamingsbeleid lange tijd te weinig oog gehad voor de maatschappelijke gevolgen van dat beleid. Er is van tevoren niet goed onderzocht welke sociaal-economische en sociaal-culturele effecten te verwachten zouden zijn en hoe het beleid de levens van verschillende mensen zou raken. Beleidsmakers zijn uitgegaan van een eenzijdig mensbeeld dat geen recht deed aan de verscheidenheid in de samenleving. In plaats daarvan is het beleid eenzijdig gericht op de burgers en bedrijven die veel vervuiling veroorzaken. En op snel resultaat behalen, tegen lage kosten voor de overheid. Dat is begrijpelijk, maar daardoor is er te weinig gedaan voor minder kapitaalkrachtige mensen en kleine ondernemers.
Het is van belang dat er in het verduurzamingsbeleid snel meer aandacht komt voor de gevolgen die mensen in de alledaagse praktijk ondervinden van de diverse maatregelen. Beleid moet bij hun leefwereld aansluiten om hen te kunnen helpen bij verduurzaming. Het is raadzaam dat het verduurzamingsbeleid structureel wordt verbonden met sociaal-economisch en sociaal-cultureel beleid.
Overheid zet mensen die kunnen verduurzamen te weinig aan tot actie
Het huidige verduurzamingsbeleid van de rijksoverheid resulteert er niet in dat iedereen die mee kan doen, ook echt meedoet aan verduurzaming. Kapitaalkrachtige mensen en bedrijven die goed in staat zijn om op eigen kracht duurzame keuzes te maken, doen dat in de praktijk lang niet altijd. Het is van groot belang dat dit verandert: rechtvaardige en effectieve verduurzaming vraagt dat iedereen naar draagkracht meedoet. Krachtige beleidsinstrumenten zorgen ervoor dat duurzaamheid voor iedereen de standaard wordt. Daarvoor zijn normering en beprijzing onmisbaar.
Aanbevelingen
Onze hoofdboodschap is: eerlijk verduurzamen betekent dat iedereen mee kan doen en dat iedereen die mee kan doen, dat ook doet. Wij doen drie hoofdaanbevelingen en zeven sub-aanbevelingen waarmee wij het kabinet handvatten willen aanreiken om verduurzamingsbeleid te maken dat zowel eerlijk als effectief is. Deze aanbevelingen kunnen daarnaast het vertrouwen in de overheid helpen herstellen.
Aanbeveling 1. Verbind verduurzaming met rechtvaardigheid
1.1 Verbind verduurzamingsbeleid met het sociale domein
De fysieke leefomgeving is inherent verbonden met het dagelijks leven van mensen. Wij adviseren dan ook om verduurzamingsbeleid te verbinden met sociaal-economisch en sociaal-cultureel beleid. Door verduurzamingsbeleid te koppelen aan bijvoorbeeld armoedebeleid en/of gezondheidsbeleid, sluit het beter aan bij de problemen die mensen dagelijks ervaren.
Om verduurzamingsbeleid met het dagelijks leven van mensen te verbinden, adviseren we op rijksniveau interdepartementale werkgroepen in te stellen. Voor de verbinding op bestuursniveau raden wij aan om de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) ook in komende kabinetten vast lid te laten zijn van de Raad Fysieke Leefomgeving (een onderraad waarin ingewikkelde of technische onderwerpen worden voorbesproken voordat ze op de agenda van de ministerraad komen).
1.2 Monitor de sociaal-economische en sociaal-culturele impact van duurzaamheidsproblemen en verduurzamingsbeleid en bediscussieer deze
Momenteel zijn er te weinig gegevens beschikbaar over de impact van zowel duurzaamheidsproblemen als verduurzamingsmaatregelen. Wij raden aan dat kennisinstituten als het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), het Centraal Planbureau (CPB), het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hierover stelselmatig rapporteren.
Daarnaast adviseren wij de rijksoverheid om een Rechtvaardigheidsrapportage te ontwikkelen die inzichtelijk maakt wat de sociaal-economische en sociaal-culturele effecten van verduurzamingsbeleid zijn. Deze rapportage besteedt ook aandacht aan hoe Nederlanders aankijken tegen dat beleid: vinden zij het rechtvaardig? Dit vereist niet alleen onderzoek, maar ook een brede, maatschappelijke dialoog.
1.3 Veranker het recht op een schone, gezonde en duurzame leefomgeving
Wettelijke erkenning van het recht op een schone, gezonde en duurzame leefomgeving, beschermt mensen beter tegen de schadelijke gevolgen van milieuvervuiling. Wij onderschrijven dan ook de aanbeveling van het College voor de Rechten van de Mens om te streven naar een bindend recht op een schoon, gezond en duurzaam leefmilieu. Eveneens is het raadzaam dat het verdrag van Aarhus, dat zich richt op rechten van burgers betreffende toegang tot informatie, inspraak en toegang tot de rechter in milieukwesties, wordt uitgebreid met de verplichting voor nationale overheden om hun burgers actief te helpen om gebruik te maken van deze rechten.
Aanbeveling 2. Zorg dat iedereen kan meedoen
2.1 Werk wijkgericht en benut en versterk lokale initiatieven
De overheid zal mensen die dreigen achter te blijven in de verduurzaming zo veel mogelijk moeten helpen. Dat kan het beste op lokaal niveau, door daar verduurzaming te verbinden met sociaal-economische en sociaal-culturele onderwerpen. Wij adviseren een wijkgerichte aanpak met wijkteams die samenwerken met lokale organisaties. Het Rijk doet er goed aan om gemeenten te voorzien van structurele middelen om dit mogelijk te maken.
2.2 Houd bij het ontwikkelen van verduurzamingsbeleid rekening met diversiteit in de samenleving
Beleidsmakers doen er goed aan om bij het ontwikkelen van verduurzamingsbeleid meer oog te hebben voor de grote diversiteit in de samenleving. Een goede manier om dit te waarborgen is beleidsvoorstellen voorleggen aan panels van burgers en kleine ondernemers. Daarnaast denken wij dat binnen de rijksoverheid teams van rechtvaardigheidscoaches beleidsmakers via praktijkleertrajecten bewust kunnen maken van het belang van rechtvaardige verduurzaming.
Aanbeveling 3. Zorg dat iedereen die kan meedoen, dat ook doet
3.1 Stel kaders die duurzaamheid voor iedereen tot de standaard maken
Een voorwaarde voor eerlijke verduurzaming is dat iedereen die kan meedoen, dat ook doet. Als mensen en bedrijven zich onttrekken aan deze gezamenlijke opgave, neemt het draagvlak voor verduurzaming af. Het is aan de overheid om met wet- en regelgeving kaders te stellen en deze ook te handhaven. Dat moeten kaders zijn die er structureel toe leiden dat duurzaamheid het ‘nieuwe normaal’ wordt. Kaders die duurzaamheid tot de standaard maken, werken twee kanten op. Enerzijds helpen ze op structureel niveau om iedereen te laten meedoen aan verduurzaming. Anderzijds zorgen ze ervoor dat mensen die kunnen verduurzamen maar dat nu niet doen, wél gaan verduurzamen. Zo zorgt een verplicht goed energielabel voor alle huurwoningen ervoor dat iedereen – ongeacht zijn of haar sociaal-economische positie – de vruchten plukt van een energiezuinige en gezonde woning. Het uitfaseren van vervuilende producten leidt er toe dat iedereen duurzame producten zal kopen en dus meedoet aan verduurzaming.
3.2 Voer eerlijke beprijzing in door middel van een duurzaamheidsheffing- en dividend
Beprijzing is een effectieve manier om overmatige consumptie die tot duurzaamheidsproblemen leidt, te beperken. Om beprijzing eerlijk te laten zijn, stellen wij een combinatie voor van een duurzaamheidsheffing en -dividend. Wij adviseren om vervuilende consumptie te belasten met een duurzaamheidsheffing, en vervolgens de heffingsopbrengsten generiek terug te sluizen naar burgers in de vorm van een duurzaamheidsdividend. Dankzij het generieke dividend worden minder kapitaalkrachtige mensen niet onevenredig hard worden geraakt door de heffing. De heffingen zijn gekoppeld aan duurzaamheidsdoelen, zoals een CO2-plafond. Iedereen krijgt genoeg dividend om binnen die doelen te consumeren (als ware het een budget). Wie minder consumeert, houdt per saldo geld over. Wie meer consumeert, betaalt per saldo.