Jaarverslag 2025

Het jaarverslag 2025 geeft een beknopte weergave van het werk van de Rli, de uitgebrachte adviezen, overige activiteiten en de doorwerking van eerder uitgebrachte adviezen.
Cover jaarverslag met de covers van de adviezen 2025

In 2025 brachten we de volgende adviezen uit:

Falen en opstaan 

Nederland heeft te maken met verschillende taaie vraagstukken in de leefomgeving die alsmaar onopgelost blijven. De raad signaleert diverse knelpunten die een doeltreffende aanpak van leefomgevingsvraagstukken belemmeren. De overheid benadert problemen doorgaans te technocratisch, waardoor de waarden die in het geding zijn veelal onbesproken blijven. Bovendien richten oplossingen zich dikwijls maar op een deel van het probleem. Het advies agendeert zoekrichtingen voor het doeltreffend oplossen van problemen in de leefomgeving. Maar die problemen zijn zo divers en ongelijksoortig dat de uitwerking steeds een andere zal zijn. Als vingeroefening voor de toepassing van de aanbevelingen sluit het advies daarom af met een indicatieve uitwerking voor het stikstofvraagstuk in de landbouw.

Samen naar beter

In dit advies gaat de raad na in hoeverre er verschillen zijn tussen het rijksbeleid voor het fysieke domein in Europees Nederland enerzijds en het rijksbeleid voor het fysieke domein in Caribisch Nederland anderzijds. De raad maakt zich zorgen over het vermogen om beleid dat wel geformuleerd is ook daadwerkelijk uit te voeren. Dan gaat het zowel om beperkt aanwezige uitvoeringscapaciteit als om signalen dat de ‘bestuurlijke wil’ om knelpunten aan te pakken soms ontbreekt. Dit speelt zowel bij de openbare lichamen als bij het Rijk. Gelet op de bevindingen doet de raad drie aanbevelingen aan de rijksoverheid en de openbare lichamen om het advies samen succesvol ter hand te kunnen nemen. Betrokkenheid van de bewoners en de openbare lichamen is daarbij van groot belang.

Bouwen met toekomst 

De kabinetsdoelstelling om 100.000 nieuwe woningen per jaar te bouwen gaat gepaard met een groot grondstoffenverbruik en een daaraan gepaarde, grote CO₂-uitstoot. Woningbouw is verantwoordelijk voor circa 5% van de Nederlandse CO₂-uitstoot. Om de klimaatdoelen te halen is het dan ook nodig om die uitstoot te verminderen. Een belangrijke bevinding van de raad is dat bouwen met duurzame materialen niet ten koste hoeft te gaan van de betaalbaarheid en beschikbaarheid van nieuwe woningen. Koplopers in de bouw laten zien dat bouwen met duurzame materialen nu al kan.  Een groot deel van de partijen in de bouwketen weet om diverse redenen de omslag naar bouwen met duurzame materialen echter nog niet te maken. Zij wachten op sturing en meer duidelijkheid van de overheid. Om de hele bouwketen in beweging te krijgen, bepleit de raad dat de rijksoverheid sturing geeft.

Deelname zonder dogma’s

De Nederlandse overheid is aandeelhouder in bijna 550 bedrijven, ook wel overheidsdeelnemingen. Het gaat om privaatrechtelijke organisaties die bedrijfsmatig werken en die tegelijkertijd een publieke verantwoordelijkheid hebben. Circa 70% van de deelnemingen is actief in het domein van de fysieke leefomgeving en infrastructuur. Deze ruim 350 bedrijven dragen onder andere bij aan het realiseren van transitieopgaven en het vergroten van de economische veiligheid. De raad constateert dat deelnemingen onmisbaar zijn voor een robuuste en toekomstbestendige ontwikkeling van de leefomgeving. De raad stelt vast dat door het ontbreken van een heldere formulering van de relevante publieke belangen nog niet alle potentie van overheidsdeelnemingen wordt benut.

Eerlijk verduurzamen

De verduurzaming van Nederland stokt. Een belangrijke oorzaak is dat veel mensen het beleid oneerlijk vinden. Zij vinden bijvoorbeeld dat er veel wordt gevraagd van burgers, terwijl grote bedrijven hun gang mogen blijven gaan. Het zijn vooral mensen in een kwetsbare sociaal-economische positie die de meeste last ondervinden van duurzaamheidsproblemen, terwijl zij het minst bijdragen aan deze problemen omdat zij het minst consumeren. De raad constateert dat de lusten en lasten van verduurzaming niet eerlijk verdeeld zijn en beveelt aan om overheidsbeleid te formuleren dat iedereen in staat stelt om mee te doen met verduurzaming want de rijksoverheid heeft bij de ontwikkeling en uitvoering van het verduurzamingsbeleid lange tijd te weinig oog gehad voor de sociaal-economische effecten van dat beleid.

Overige activiteiten 

Naast onze adviezen heeft de raad ook gewerkt aan andere projecten. In 2025 waren dit het afscheidssymposium ‘Lange lijnen in het leefomgevingsbeleid’, de podcast ‘Lange lijnen in de leefomgeving’ en het Toekomstpanel.

Afscheidssymposium

Op donderdagmiddag 24 april 2025 organiseerde de Rli een afscheidssymposium ter gelegenheid van het vertrek van Ron Hillebrand als algemeen secretaris. Hij heeft vanaf 2010 de raad ondersteund en leidinggegeven aan het stafbureau. Het symposium werd afgesloten met dankwoorden aan Ron Hillebrand door secretaris-generaal van Infrastructuur en Waterstaat Jan Hendrik Dronkers en raadsvoorzitter Jan Jacob van Dijk.

Podcastserie

Na de eerdere podcastseries ‘Financiering in transitie’ en ‘Nederland verbouwt in 7 vragen’ is in 2025 ‘Lange lijnen in de leefomgeving’ hieraan toegevoegd. In deze podcastserie gaat de raad samen met spraakmakende gasten in discussie over zijn adviezen. Gespreksleider daarbij is Marnix Kluiters, junior-raadslid van de Rli. Informerend en opiniërend worden hedendaagse ontwikkelingen in de leefomgeving besproken; transitieopgaven op het gebied van energie, mobiliteit, landbouw, natuur, en economie die allemaal ruimte vragen en invloed hebben op onze leefomgeving. 

Toekomstpanel

De Rli heeft in 2025 de inbreng van jonge professionals laten doorklinken in zijn werk met het Toekomstpanel.  Deze diverse groep met verschillende achtergronden zijn aanvullend op de kennis en achtergronden van de drie huidige junior-raadsleden van de Rli. Het panel fungeert als klankbord voor de raad en brengt vernieuwende perspectieven in die voortkomen uit de ervaringen, zorgen en ambities van jongere generaties waarmee de raad zijn advisering versterkt.