Raad VenW

Werkprogramma 2012-2013

Dit is een gezamenlijk werkprogramma van de Raad voor het Landelijk Gebied, de Raad voor Verkeer en Waterstaat en de VROM-raad. De raden verwachten samen te gaan in de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur en werken daarom gezamenlijk aan een integrale benadering van het fysieke domein. De ervaringen met samenwerking sterken de raden in de overtuiging dat integratie tot meerwaarde leidt.

Dit werkprogramma geeft de prioriteiten aan zoals vastgesteld in de zomer van 2011. De dynamiek in het beleid (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, topsectorenbeleid, woonvisie) kan reeds op korte termijn leiden tot nieuwe adviesvragen. Daarom is er voor gekozen om ruimte in het programma te houden. In het najaar van 2011 wordt in gesprek te gaan met de ministers en staatssecretarissen van Infrastructuur en Milieu (IenM) , Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) en Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) over de verdere invulling van het programma.

Het werkprogramma 2012-2013 biedt ruimte voor ongeveer tien adviesthema’s. Zeven adviezen zijn geprogrammeerd (waaronder één briefadvies) en de organisatie van een internationaal congres. Het werkprogramma is gebaseerd op discussies met de departementen van IenM, EL&I en BZK (WWI), de Vaste commissies voor IenM, EL&I en BZK en discussie in de raad. Vier onderwerpen lopen door vanuit het werkprogramma 2011-2012; ten dele met een geactualiseerde vraagstelling op basis van de voorbereiding van het werkprogramma 2012-2013. Drie onderwerpen zijn nieuw. Ter voorbereiding op de gesprekken met de ministers in het najaar 2011 zijn zes potentiële adviesonderwerpen geïdentificeerd (paragraaf 4).

Het werkprogramma is gericht op het adviesdomein van de raden voor de leefomgeving en infrastructuur zoals formeel geldend in september 2011. Het werkterrein van de RLI wordt mogelijk in de loop van 2011 en 2012 uitgebreid met strategische advisering over (delen van) beleidsterreinen die nu behartigd worden door de Adviesraad Gevaarlijke Stoffen (AGS) en de Algemene Energieraad (AER). Zodra aan de RLI bij wet nieuwe taken worden toebedeeld, zal het werkprogramma geactualiseerd worden.

Omslagfoto: 
Omslagfoto werkprogramma Rli 2012-2013
Te bestellen: 
nee
sitecontent: 
Homepage Teasertekst: 
Het gezamenlijke werkprogramma van de Raad voor het Landelijk Gebied, de Raad voor Verkeer en Waterstaat en de VROM-raad.

Adviesraden: zet Europees landbouwbeleid doelgericht in voor versterking positie land- en tuinbouw

Nederland en Europa moeten strategische keuzes durven maken om de positie van de eigen land- en tuinbouw te behouden en te versterken. Laat de verandering naar een concurrerende, innovatieve en duurzame land- en tuinbouwsector leidraad zijn bij de komende onderhandelingen over het nieuwe Europees Landbouwbeleid (GLB). Dit stellen de Raad voor het Landelijk Gebied, de Raad voor Verkeer en Waterstaat en de VROM-raad in hun gezamenlijk advies 'Het Europees landbouwbeleid als transitie-instrument voor de land- en tuinbouw', dat vandaag is aangeboden aan regering en parlement.

Een forse hervorming van het Europees Landbouwbeleid is in voorbereiding. Voorstellen worden momenteel besproken in Europese en nationale besluitvormende organen. Deze herfst komen concrete wetgevingsvoorstellen waar in de loop van 2012 besluitvorming over plaatsvindt. De nieuwe wetgeving zal vanaf 2014 in werking treden.

Adviesrelatie: 
sitecontent: 

Over belangen, beleid en burgers

De invloed van de rijksoverheid op het dagelijks leven is groot als het om mobiliteit, water en infrastructuur gaat. De inspanningen in aanleg, beheer en onderhoud van infrastructuur, concessieverlening voor het openbaar vervoer, zorg voor waterbeheer, enzovoorts zijn fors. Toch blijven er knelpunten. Zo is de bereikbaarheid van economische knooppunten niet altijd optimaal.

Of blijft de bijdrage van het openbaar vervoer aan de personenmobiliteit beperkt. En spoort de aanleg van infrastructuur niet altijd met regionale gebiedsontwikkeling

Dat constateert de Raad voor Verkeer en Waterstaat in zijn publicatie ‘Over belangen, beleid en burgers’. In deze publicatie geeft de raad zes inzichten op de verbetering van t n de bestuurlijke organisatie rond mobiliteit, water en infrastructuur. Deze inzichten vormen de rode draad in de strategische adviezen die de raad de afgelopen vijf jaren heeft uitgebracht aan de regering en het parlement.

Raad: 
Adviesrelatie: 
sitecontent: 

Over belangen, beleid en burgers

Subtitel: 
Zes inzichten over overheidsturing in het domein van Verkeer en Waterstaat
mei 2011
Over belangen, beleid en burgers
Teasertekst: 
Als afronding van zijn raadsperiode heeft de Raad voor Verkeer en Waterstaat op 18 mei 2011 de studie 'Over belangen, beleid en burgers' gepubliceerd.
Advies bestand: 
Te bestellen: 
nee

De Raad voor Verkeer en Waterstaat heeft op 18 mei 2011 de studie ‘Over belangen, beleid en burgers’ gepubliceerd als afronding van de vierjaarlijkse benoemingsperiode. In deze studie worden op basis van de eerder gepubliceerde adviezen van de RVW enkele lessen geïdentificeerd die voor toekomstig beleid en voor de advisering door de raden voor de leefomgeving van belang kunnen zijn. Met deze studie wil de raad een bijdrage leveren aan de publieke dialoog met het openbaar bestuur, bedrijfsleven en maatschappelijke partijen.

Foto jongeren bij busstation
Raad: 
sitecontent: 

In deze laatste zelfstandige publicatie van de Raad voor Verkeer en Waterstaat worden de lessen getrokken uit de afgelopen raadsperiode over effectieve overheidssturing op de beleidsterreinen van mobiliteit, water en infrastructuur.

Rli

Voorzitter Geert Jansen overhandigt de publicatie ‘Over belangen beleid en burgers’ aan minister Schultz Van Haegen (I&M).

Van nationaal belang tot beleid voor burgers

De effectiviteit en slagvaardigheid van overheidssturing in het beleidsveld van Verkeer en Waterstaat verdient aandacht. Wegen, openbaar vervoer, luchtvaart, scheepvaart en waterveiligheid zijn essentiële voorzieningen om de samenleving goed te laten functioneren. Ze zijn bovendien sterk verweven met de leefomgeving van mensen. De rijksoverheid speelt een belangrijke rol om die voorzieningen tot stand te laten komen en te onderhouden, en dat wordt ook van haar verwacht. De ingrepen van de overheid in het beleidsveld van Verkeer en Waterstaat blijken echter niet altijd voldoende te leiden tot oplossing van maatschappelijke problemen. De Raad voor Verkeer en Waterstaat heeft op basis van zijn adviezen van de afgelopen jaren gezocht naar sleutelconcepten voor een meer succesvolle overheidssturing.
Dit heeft geleid tot een zestal inzichten.

Aanleiding: knelpunten in het beleidsveld van Verkeer en Waterstaat blijven voortbestaan

In de afgelopen jaren heeft de Raad voor Verkeer en Waterstaat net als anderen1, geconstateerd dat de slagvaardigheid, de doelmatigheid en de effectiviteit van het overheidshandelen in het beleidsveld van Verkeer en Waterstaat aandacht verdient. De rijksoverheid grijpt veel en fors in, denk aan aanleg, beheer en onderhoud van infrastructuur, concessieverlening voor het openbaar vervoer, zorg voor waterbeheer enzovoorts. Desondanks blijken de ingrepen de bestaande problemen vaak niet op te lossen. Zo blijft de bereikbaarheid van economische knooppunten tekort schieten, blijft de bijdrage van het openbaar vervoer aan de personenmobiliteit achter en conflicteert de aanleg van infrastructuur nog te vaak met regionale gebiedsontwikkeling.

In de raadsperiode 2006 – 2010 heeft de Raad geadviseerd over een scala aan onderwerpen, zoals de robuustheid van en doorstroming op het wegennet, het functioneren van mainport Schiphol, CO2- reductie bij het vervoer en het concessiestelsel bij het openbaar vervoer. In de adviezen is onder andere ingegaan op oplossingsrichtingen voor technisch-inhoudelijke aspecten, en daarnaast op diverse aspecten van overheidssturing. Nu zijn zittingsperiode ten einde loopt heeft de Raad in dit rapport de inzichten uit de adviezen verwerkt tot een visie op de organisatie van overheidssturing.

Met het voorliggende rapport brengt de Raad voor Verkeer en Waterstaat geen advies uit in de zin van de Kaderwet adviescolleges. Het rapport biedt beleidsmakers een bundeling van inzichten die volgens de Raad kunnen bijdragen aan slagvaardiger overheidsingrijpen.

Zes inzichten voor overheidssturing

Inzicht 1: Formuleer nationale belangen explicieter en biedt meer duidelijkheid over de eigen verantwoordelijkheid

Nationale belangen geven richting aan het handelen van de rijksoverheid en bieden decentrale overheden, publieke dienstverleners en private partijen een kader voor de uitvoering van beleid. Nu wordt in de beleidsvelden van Verkeer en Waterstaat vaak onvoldoende duidelijk aangegeven voor welke maatschappelijke opgaven de rijksoverheid aanspreekbaar is. In het Schipholbeleid bijvoorbeeld hinkte de rijksoverheid lange tijd op twee gedachten, tussen bedrijfsbelang en milieuruimte. Een expliciete formulering van de nationale belangen, economie en milieu, die aan de orde zijn bij Schiphol ontbreekt. Evenals een vertaling van de afweging van die belangen in termen van de gewenste mate van bereikbaarheid. Als gevolg van de weinig expliciete formulering van nationale belangen, laat de rijksoverheid deze onvoldoende doorwerken in de beleidsvorming en – uitvoering, en weten medeoverheden en maatschappelijke partners vaak niet waar ze aan toe zijn.

De Raad voor Verkeer en Waterstaat meent dat de rijksoverheid scherper moet aangeven voor welke nationale belangen zij de bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt. Ook decentrale overheden moeten helder aangeven welke vraagstukken onder hun verantwoordelijkheid vallen. Duidelijk articuleren van nationale belangen is niet vrijblijvend, het vraagt een commitment van de rijksoverheid om deze te laten doorwerken. De totstandkoming van nationale belangen dient onderwerp van debat te zijn tussen kabinet en parlement en ze dienen vertaald te worden in concrete beleidsdoelen. Vervolgens ontwikkelt de rijksoverheid instrumenten en zet deze in om er doorwerking aan te geven. Met duidelijk gearticuleerde nationale belangen als kader ontstaat er ruimte om de uitvoering van publieke diensten te organiseren rond afgebakende taken.

Aanbevelingen:

  • benoem de nationale belangen waarvoor de rijksoverheid verantwoordelijkheid wenst te dragen in zo concreet mogelijke termen;
  • de rijksoverheid dient doorwerking te geven aan nationale belangen met een selectieve en samenhangende inzet van beleidsinstrumenten;
  • de rol van de rijksoverheid dient primair kaderstellend te zijn. Nationale belangen en hoofddoelen dienen een helder referentiekader te scheppen voor de uitvoering van publieke diensten. Deze kan vervolgens georganiseerd worden rond afgebakende taken en zich richten op concrete beleidsprestaties.

Inzicht 2: Verbeter het samenspel tussen betrokken overheden, zowel horizontaal als verticaal

De grenzen van beleidsvelden doorkruisen verantwoordelijkheden en belangen van verschillende overheidslagen, instellingen en private partijen. Omdat er geen passende schaal bestaat waarop alle problemen en oplossingen samen komen, is een soepel samenspel nodig tussen de partijen op verschillende niveaus. Daarmee kan een grotere doorwerking worden gegeven aan nationale en andere belangen. Door de samenhang van netwerken met hun omgeving, zullen de belangen van infrastructuur en gebiedsontwikkelingen altijd met elkaar geconfronteerd worden. De samenhang tussen die belangen dient het vertrekpunt te zijn voor een betere samenwerking tussen bestuurslagen.

Nationale belangen zijn bovendien geen deelbelangen voor afzonderlijke ministeries. De geformuleerde nationale belangen zullen in de meeste gevallen sectorgrenzen overstijgen. Geïntegreerde nationale belangen vormen het uitgangspunt voor het verbeteren van het samenspel tussen beleidssectoren en departementen. Een verbeterd samenspel op nationaal niveau zal de bestuurlijke drukte verminderen, ook op decentrale niveaus.

Aanbevelingen:

  • bepaal de optimale vorm van samenwerking en aansturing tussen administratieve schaalniveaus op basis van de inhoudelijke vraagstukken die spelen op de diverse niveaus (infrastructuur, ruimtelijke opgaven enz.);
  • voor specifieke beleidsproblemen kan het samenspel tussen overheidslagen worden bevorderd met de instelling van publieke dienstverleners die zich richten op één specifieke functie. Denk daarbij aan mobiliteitsmanagement of waterbeheer. De bestuurlijke verantwoordingsstructuur van deze instellingen mag de efficiënte uitvoering niet belemmeren;
  • op nationaal niveau dienen de doelstellingen voor mobiliteit en ruimte geïntegreerd te worden geformuleerd.

Inzicht 3: Versterk de Nederlandse positie in het internationale krachtenveld

Naast de verschillende nationale bestuursniveaus is de Europese bestuurlijke schaal en daarbinnen de EU als samenwerkingsverband van nationale lidstaten steeds meer een sturende factor voor de Nederlandse beleidsvorming en -uitvoering. De Nederlandse economie is volledig verweven met de mondiale economie en de Nederlandse netwerken zijn volledig ingebed in boven-nationale, Europese en mondiale systemen. Om nationale doelen te bereiken zal Nederland zijn positie in het internationale krachtenveld dienen zeker te stellen en zelfs te versterken. Op dit moment gebeurt dat onvoldoende. Zo zijn er weliswaar samenwerkingsverbanden tussen Europese havensteden, maar deze zijn vrijblijvend waardoor er toch sprake is van suboptimale overheidsinvesteringen. En ook de direct grensoverschrijdende verwevenheid met en afhankelijkheid van regio’s als Nordrhein-Westfalen en Vlaanderen verdienen extra aandacht. Een ander voorbeeld betreft de doorwerking van Europese richtlijnen in nationale wetgeving. De Raad constateert dat voorafgaand aan de implementatie in nationale wetgeving, niet altijd voldoende aandacht wordt besteed aan mogelijke consequenties. Bij bijvoorbeeld de fijnstof leidde dit tot aanzienlijke problemen voor gebiedsontwikkelingen. Bij onvoldoende zorg en aandacht ligt bij de aanwijzing van Natura 2000 gebieden en bij de uitvoering van de Richtlijn mariene strategie voor de Noordzee een ve rgelijkbaar risico op de loer.

De Raad ziet diverse mogelijkheden om de internationale positie van Nederland te versterken in het beleidsveld van Verkeer en Waterstaat. De nationale beleidsontwikkeling zal zich daarvoor echter actief moeten oriënteren op het Europese speelveld. De rijksoverheid moet een actievere rol gaan spelen bij de ontwikkeling van Europees beleid, eerder moeten anticiperen op Europese regels en de nationale implementatie- en uitvoeringsvraagstukken daarin vroegtijdig moeten onderkennen en verwerken. 

Aanbevelingen:

  • actieve internationale samenwerking biedt kansen om de nationale economische structuur duurzaam te versterken. Wees niet bang om voor minder vrijblijvende samenwerkingsverbanden te kiezen;
  • vanuit de expliciet benoemde nationale belangen dient de rijksoverheid een actieve rol te vervullen in de Europese beleidsontwikkeling. Kijk daarbij al in een vroeg stadium veel bewuster naar de te verwachten gevolgen van Europees recht voor Nederlandse nationale belangen en de consequenties van veranderende omstandigheden;
  • volg nauwlettend wat de invloed van EU-kaders is op nationale besluitvorming. Daarbij dient er oog te zijn voor de kansen die een proactieve inzet in de EU biedt voor de verwezenlijking van nationale hoofddoelen. Bovendien moet bij de implementatie in wetgeving de beschikbare speelruimte in de EU regelgeving optimaal benut worden.

Inzicht 4: Geef de burger een prominentere positie bij overheidsaansturing

Behalve de hierboven genoemde bestuurlijke inzet, is de Raad van mening dat bij overheidsaansturing de positie van ‘de burger’ meer aandacht zou moeten krijgen. Dat kan met een benadering vanuit drie perspectieven: de burger als ‘gebruiker’ van publieke diensten, als ‘inspiratiebron’ voor overheidsbeleid en als ‘medebestuurder’. De burger als gebruiker of consument krijgt al steeds meer aandacht bij de publieke dienstverlening in het beleidsveld van Verkeer en Waterstaat. In het verlengde daarvan is meer aandacht nodig voor sociaal-culturele ontwikkelingen in de maatschappij en beweegredenen van mensen. Bovendien dient nader verkend te worden op welke wijze groepen mensen gemotiveerd en sterker betrokken kunnen worden bij bestuur en beheer in dit beleidsveld.

Aanbevelingen:

  • prikkel aanbieders van publieke diensten (zoals wegen en openbaar vervoer) om het aanbod (nog) beter af te stemmen op de wensen en behoeften van de reizigers. Dat kan bijvoorbeeld door een directe relatie te leggen tussen de geleverde prestatie en de vergoeding of het budget dat de aanbieder ontvangt;
  • besteed meer aandacht aan de consequenties van sociaal-culturele ontwikkelingen voor het te voeren overheidsbeleid. Op die manier kunnen beleidsmakers en uitvoerende partijen beter inspelen op ontwikkelingen in gedrag en motieven van gebruikers;
  • voor het borgen van de kwaliteit van geïntegreerde gebiedsontwikkelingen is draagvlak onmisbaar. Zet niet de techniek of de infrastructuur, maar de mens centraal in de beleidsontwikkeling. Betrek de burger van meet af aan bij de besluitvorming;
  • verken hoe naast sociaaleconomische partners ook sociale netwerken en lokale gemeenschappen sterker betrokken kunnen worden bij mobiliteitsmanagement en het beheer van de openbare ruimte.

Inzicht 5: stem de financiering van infrastructuur beter af op het verwezenlijken van nationale belangen

De rijksoverheid speelt een belangrijke rol bij de financiering van infrastructuur en de ruimtelijke inpassing daarvan. De manier waarop overheidsinterventies in het domein van Verkeer en Waterstaat worden gefinancierd bepaalt in hoge mate de effectiviteit van het samenspel tussen verschillende overheden onderling en tussen overheid en overige (markt)partijen. De onevenwichtige verdeling vanmiddelen over  sectorale budgetten bemoeilijkt het zoeken naar integrale oplossingen. Financiering via een kas-verplichtingen stelsel verhoudt zich slecht tot het strategische karakter van ruimtelijke investeringen. De financiering van infrastructuur en de ruimtelijke inpassing kan volgens de Raad op 4 onderdelen zo worden ingericht, dat het een sterkere ondersteuning vormt voor nationale doelbereiking.

Aanbevelingen:

  • voeg sectorale budgetten samen in een geïntegreerde ruimtelijke investeringsagenda voor de verwezenlijking van nationale belangen;
  • voer een baten-lastenstelsel in voor investeringen in infrastructuur, zodat een meer directe koppeling ontstaat tussen uitgaven en maatschappelijke opbrengsten, en daarmee een meer direct inzicht in de effectiviteit van de inzet van overheidsmiddelen;
  • de grote hoeveelheid publieke middelen gemoeid met infrastructuur kan alleen doelmatig worden ingezet als optimale benutting met kracht wordt gestimuleerd. Beprijzen van het wegverkeer is daartoe een onmisbaar instrument.

Inzicht 6: Ontwikkel beleid dat de mogelijkheid heeft zich stelselmatig aan te passen aan veranderende omstandigheden

Nationale belangen zijn omgeven door dynamiek en onzekerheid. Gebleken is dat overheidsbeleid en -bestuur en regelgeving daar niet goed mee kunnen omgaan. Het beleid is bijvoorbeeld vaak gebaseerd op ervaringen uit het verleden, terwijl onzeker is of deze zich in de toekomst ook zullen voordoen. Een ander voorbeeld is de ruimtelijke ordeningswetgeving, die onvoldoende mogelijkheden bevat om ruimte te reserveren waarbinnen onzekerheden over klimaatverandering kunnen worden opgevangen. Om de gestelde doelen te bereiken is het zaak om inzicht te krijgen in veranderende maatschappelijke, fysieke en bestuurlijke omstandigheden, die doelbereiking kunnen beïnvloeden.

Bovendien dient het beleid robuust te zijn voor onverwachte gebeurtenissen en ontwikkelingen. De Raad bepleit daarom een sterkere inzet van adaptief beleid.

Aanbevelingen:

  • faseer het proces van visie tot en met uitvoering en bouw momenten in waarop tussentijdse aanpassingen mogelijk zijn;
  • definieer duidelijke indicatoren en ontwikkel een monitoringsysteem om het verloop van de aannames waarop het beleid is gebaseerd te volgen. Bepaal omslagpunten die markeren wanneer het beleid niet meer voldoet;
  • creëer ruimte voor experimenten, waarin nieuwe inzichten op kleine schaal worden uitgeprobeerd en ontwikkel beleids- en investeringsinstrumenten die voldoende flexibel zijn om in te spelen op onzekerheden;
  • maak heroverweging van investeringsbeslissingen mogelijk door verschuivingen binnen investeringsprogramma’s toe te laten.

Rode draden in vijf jaar advisering

De Raad voor Verkeer en Waterstaat heeft een tocht ondernomen langs zijn eigen adviezen van de laatste vijf jaar. Doel van die tocht was, om met het oog op de afsluiting van de raadsperiode, de rode draden in de advisering te ontrafelen. De adviezen bevatten diverse inhoudelijke aanbevelingen, gericht op het verbeteren van de bereikbaarheid, duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit van Nederland.

De rode draden die zich aftekenen zijn echter vooral gericht op de manier waarop de overheid de problemen in de samenleving kan oplossen. In vrijwel alle adviezen heeft de Raad zijn visie gegeven over hoe de bestuurlijke organisatie in het domein van Verkeer en Waterstaat in den breedte - en mogelijk daarbuiten – verbeterd kan worden. Terugkijkend herkent de Raad een scherpe visie op overheidssturing, die als rode draad door de adviezen heen loopt. In essentie komt het erop neer dat nationale belangen krachtiger kunnen doorwerken wanneer deze op het niveau van de rijksoverheid meer in samenhang worden opgepakt, in plaats van per sector. Bovendien kan de afstemming en samenwerking tussen overheden op verschillende bestuurlijke niveaus slimmer georganiseerd worden. Door de opgedane inzichten in dit boekje te presenteren hoopt de Raad dat deze bij zullen dragen aan de beleidsvorming in het veld van Verkeer en Waterstaat en daar buiten, en dat deze een vertrekpunt zullen vormen bij de advisering door de in te stellen Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur.

wo, 2011-05-18 19:03

Raad VenW

De Raad voor Verkeer en Waterstaat adviseert regering en parlement op hoofdlijnen van beleid inzake verkeer en waterstaat. De adviezen zijn strategisch van aard en gericht op structurele oplossingen. De adviesonderwerpen strekken zich uit over de langere termijn, maar raken eveneens de politieke actualiteit. Verbindingen leggen is het sleutelbegrip, met inbegrip van de Europese dimensie.

De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) is de samenvoeging van de taken van de Raad voor het Landelijk Gebied, de Raad voor Verkeer en Waterstaat en de VROM-raad en de Adviesraad Gevaarlijke Stoffen. De afzonderlijke raden zijn bij de instelling van de Rli  op 17 januari 2012 opgeheven.

Raad: 
sitecontent: 

Noodzaak tot bezuinigen op rijksuitgaven is kans voor verduurzaming samenleving

De noodzaak om te bezuinigen op de rijksuitgaven is een kans om hervormingen te realiseren, die nodig zijn voor een duurzame samenleving en een internationaal concurre­rende economie. Verduurzaming van de samenleving kan heel goed samen gaan met bezuinigen. Bezuinigen alleen is niet het juiste antwoord op de crisis. Een toekomstvisie met daarop geënte beleidshervormingen is nodig voor behoud en versterking van onze welvaart. Dit stellen de Raad voor het Landelijk Gebied, de Raad voor Verkeer en Water­staat en de VROM-raad in hun gezamenlijk advies ‘Maak ruimte voor vernieuwing: investeren en besparen in het fysieke domein’ dat zij hebben uitgebracht aan het kabinet, de Eerste en de Tweede Kamer en de informateurs Rosenthal en Wallage.

De raden benoemen een aantal hervormingen die noodzakelijk zijn voor een duurzame samenleving en de financiële houdbaarheid van het beleid. De overgang naar een duurzame samenleving heeft alleen kans van slagen als burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven zich achter de hervormingen scharen. Er zijn al veel initiatieven in de private sector die getuigen van een enorme maatschappelijke veranderkracht. De overheid moet zich daarbij krachtig aanslui­ten en er dankbaar gebruik van maken.

Adviesrelatie: 
sitecontent: 

Leefomgeving volwaardige rol bij ontwerp en toetsen van infrastructurele projecten

Ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit hebben direct invloed op de kwaliteit van de leefomgeving. Bij de realisatie van infrastructurele projecten wordt deze kwaliteit onvoldoende meegenomen. Een betere samenwerking tussen zowel de betrokken ministeries als de lagere overheden is daarom vereist. Ook het beoordelingskader voor infrastructurele projecten moet worden aangepast. Dit stelt de Raad voor Verkeer en Waterstaat (RVW) in het advies ‘Beter is sneller’ dat begin mei 2010 aan de demissionair minister van Verkeer en Waterstaat (VenW) is aangeboden.

Het ministerie van VenW heeft samen met de ministeries van VROM en LNV een belangrijke rol in de realisatie van de kwaliteit van de leefomgeving. In de praktijk blijkt het lastig om bij infrastructurele projecten een integrale aanpak te hanteren. Ministeries zijn gespecialiseerd in verschillende beleidsvelden, terwijl provincies en gemeenten vanuit andere ruimtelijke schaalniveaus redeneren en daardoor andere afwegingen maken.

Raad: 
Adviesrelatie: 
sitecontent: 

Mobiliteitsbeleid sluit onvoldoende aan op de belevingswereld van de reiziger

Zonder ingrijpende maatregelen raken openbaar vervoer en fiets verder achterop

Mensen willen zelf keuzes kunnen maken, individualisme neemt toe. Gebruik van ICT opent nieuwe wegen. Er is een grote kans dat de lontjes in het verkeer nog korter worden. Dit zijn trends waar overheden en vervoerbedrijven snel op in moeten spelen.
Dat stelt de Raad voor Verkeer en Waterstaat in zijn advies over de effecten van veranderingen in demografie en leefstijlen op mobiliteit ´Wie ik ben en waar ik ga´. Dit advies heeft de Raad op 3 mei aan demissionair minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat aangeboden. Het beleid dient beter aan te sluiten bij wat de reiziger beweegt.

De Raad constateert dat bij ongewijzigd beleid de populariteit van de auto onverminderd hoog zal blijven en de populariteit van het openbaar vervoer en de fiets onder druk komen te staan. Dat heeft gevolgen voor de bereikbaarheid van stedelijke gebieden én van het platteland. Het zal het tegenovergestelde brengen van wat een duurzaam mobiliteitsbeleid nastreeft.

De voorkeur voor de auto heeft zowel te maken met veranderingen in de samenstelling van de bevolking als de manier waarop mensen in het leven staan.

Raad: 
Adviesrelatie: 
sitecontent: 

Beter is sneller

Subtitel: 
Een advies over ontwerpen en toetsen van de kwaliteit van leefomgeving én mobiliteit
Beter is sneller
Teasertekst: 
Het advies biedt handreikingen voor een integrale benadering van gebiedsontwikkeling, door zowel in de ontwerp- als de toetsfase te kijken naar mobiliteit én de kwaliteit van de leefomgeving.
Omslagfoto: 
Omslagfoto advies Beter is Sneller
Adviesnummer: 
Te bestellen: 
ja

Met het advies Beter is sneller biedt de Raad voor Verkeer en Waterstaat handreikingen voor een integrale benadering van gebiedsontwikkeling, door zowel in de ontwerp- als de toetsfase niet alleen te kijken naar mobiliteit maar ook naar de kwaliteit van de leefomgeving. In dit advies wordt een aanvulling gegeven op het in april 2008 uitgebrachte advies ‘Sneller en beter’ van de Commissie Versnelling Besluitvorming Infrastructurele Projecten.

Foto Snelweg en geluidsscherm langs woonwijk
Raad: 
sitecontent: 
Adviestype: 

Ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit hebben direct invloed op de kwaliteit van de leefomgeving. Bij de realisatie van infrastructurele projecten wordt deze kwaliteit onvoldoende meegenomen. Een betere samenwerking tussen zowel de betrokken ministeries als de lagere overheden is daarom vereist. Ook het beoordelingskader voor infrastructurele projecten moet worden aangepast. Dit stelt de Raad voor Verkeer en Waterstaat (RVW) in het advies ‘Beter is sneller’ dat begin mei 2010 aan de demissionair minister van Verkeer en Waterstaat (VenW)  is aangeboden.

Het ministerie van VenW heeft samen met de ministeries van VROM en LNV een belangrijke rol in de realisatie van de kwaliteit van de leefomgeving. In de praktijk blijkt het lastig om bij infrastructurele projecten een integrale aanpak te hanteren. Ministeries zijn gespecialiseerd in verschillende beleidsvelden, terwijl provincies en gemeenten vanuit andere ruimtelijke schaalniveaus redeneren en daardoor andere afwegingen maken. Daarnaast is de kwaliteit van de leefomgeving niet zo eenvoudig te kwantificeren als reistijd of geluidshinder, waardoor verkeerstechnische argumenten vaak bepalend zijn voor zowel de prioritering als de verdeling van financiële middelen.

Met het advies Beter is sneller biedt de Raad voor Verkeer en Waterstaat handreikingen voor een integrale benadering van gebiedsontwikkeling, door zowel in de ontwerp- als de toetsfase niet alleen te kijken naar mobiliteit maar ook naar de kwaliteit van de leefomgeving. In dit advies wordt een aanvulling gegeven op het in april 2008 uitgebrachte advies ‘Sneller en beter’ van de Commissie Versnelling Besluitvorming Infrastructurele Projecten.

Overige bijlagen: 
Oorspronkelijke url: 
http://www.raadvenw.nl/extdomein/raadvenw/Publicaties/Adviezen/2010/MKL.aspx#0
wo, 2011-03-09 15:11

'Gateway Holland': één nationale strategie voor de Nederlandse havens

Het Rijk moet het voortouw nemen in het opstellen van een Nationale HavenStrategie voor de Nederlandse zeehavens met als kern één ‘Gateway Holland’ in plaats van een verzameling grote en kleine havens. ‘Gateway Holland’ zal bestaan uit een samenhangend netwerk van zeehavens met gezamenlijke achterlandverbindingen en achterlandterminals. Het hart van ‘Gateway Holland’ is een strategische alliantie, zo niet een fusie van de Rotterdamse en Amsterdamse havenbeheerders.
De Nationale HavenStrategie zal tot scherpere keuzes leiden. De bijdrage aan de nationale welvaart wordt leidend in besluiten over omvangrijke rijksinvesteringen in de toegang tot de zeehavens en de achterlandverbindingen.

Dat is het advies dat de Raad voor Verkeer en Waterstaat aan minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat heeft aangeboden. De Raad heeft dit advies opgesteld omdat hij van mening is dat de zeehavens één van de groeimotoren kunnen zijn in het herstel en de modernisering van de Nederlandse economie, maar dat daarvoor nieuwe uitdagingen moeten worden aangegaan.

Raad: 
Adviesrelatie: 
sitecontent: