Raad VenW

OV-chipkaart

Te bestellen: 
nee

De Raad heeft op 22 januari 2009 de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en de Voorzitter van de Vaste Commissie van Verkeer en Waterstaat een briefadvies over de OV-chipkaart gestuurd waarin de Raad regering en parlement oproept een snelle en zorgvuldige invoering van de OV-chipkaart krachtig te ondersteunen. De voortdurende negatieve publiciteit rond de OV-chipkaart baart de Raad zorgen. De Raad ziet invoering van de OV-chipkaart als een belangrijke stap in de richting van een aantrekkelijker openbaar vervoer.

Adviestype: 
Raad: 
sitecontent: 

Op 22 januari 2009 heeft de Raad voor Verkeer en Waterstaat een briefadvies inzake de OV-chipkaart gestuurd naar de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en de voorzitter van de Vaste Commissie Verkeer en Waterstaat. In het advies roept de Raad regering en parlement op een snelle en zorgvuldige invoering van de OV-chipkaart krachtig te ondersteunen. De Raad schaart zich achter het door de Staatssecretaris geactualiseerde aanvalsplan en benadrukt het belang van een positieve dialoog met de consumentenorganisaties. De Raad ziet de invoering van de OV-chipkaart als een essentiële stap om het openbaar vervoer op een hoger plan te brengen.

Publieke belangen leiden tot selectief gebruik van Schiphol

Het Schipholbeleid voor de lange termijn moet gebaseerd zijn op nationale publieke belangen. Schiphol moet daarbij zorgen voor de optimale bereikbaarheid, waarbij voldaan wordt aan de nationale belangen van zowel economie als milieu. Een selectief gebruik van Schiphol en de overige Nederlandse luchthavens is de beste oplossing om deze optimale bereikbaarheid te realiseren. Het is aan de politiek om heldere keuzes te maken in de afweging van deze nationale belangen. Dit schrijven de Raad voor Verkeer en Waterstaat en de VROM-raad aan Minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat over de langetermijnontwikkeling van Schiphol.

In zijn advies ‘Helder kiezen, keuzes helder maken’ adviseert de Raad voor Verkeer en Waterstaat over de langetermijnverkenning Schiphol die de Minister van Verkeer en Waterstaat 20 maart 2008 naar de Tweede Kamer heeft gezonden.

Adviesrelatie: 
sitecontent: 

Leidraad voor de toekomst van de Randstad: verbinden en verknopen

Om de concurrentiepositie van de Randstad te versterken moet het kabinet een metropolitane ontwikkelingsstrategie uitwerken. Centraal in die strategie staat een netwerk van internationale, bovenregionale en regionale centra die elkaar aanvullen en die onderling prima zijn verbonden. In die strategie is het Groene Hart het centraal park van de Randstad, water een onderdeel van zijn identiteit. Dat schrijven de VROM-raad, de Raad voor Verkeer en Waterstaat en de Raad voor het Landelijk Gebied in het advies ‘Randstad 2040: Verbinden en verknopen’, dat op vrijdag 14 maart 2008 is aangeboden aan de ministers Cramer, Eurlings en Verburg en de wethouders Van Poelgeest (Amsterdam) en Norder (Den Haag).

Randstad is én moet Europese Topregio blijven

Adviesrelatie: 
sitecontent: 

Helder kiezen, keuzes helder maken

Subtitel: 
Advies over de langetermijnontwikkeling van Schiphol
Advies bestand: 
Omslagfoto: 
Omslagfoto advies Helder kiezen, keuzes helder maken
Adviesnummer: 
Te bestellen: 
ja

Het Schipholbeleid voor de lange termijn moet gebaseerd zijn op nationale publieke belangen. Schiphol moet daarbij zorgen voor de optimale bereikbaarheid, waarbij voldaan wordt aan de nationale belangen van zowel economie als milieu. Een selectief gebruik van Schiphol en de overige Nederlandse luchthavens is de beste oplossing om deze optimale bereikbaarheid te realiseren. Het is aan de politiek om heldere keuzes te maken in de afweging van deze nationale belangen.

Adviestype: 
Raad: 
sitecontent: 

Het Schipholbeleid voor de lange termijn moet gebaseerd zijn op nationale publieke belangen. Schiphol moet daarbij zorgen voor de optimale bereikbaarheid, waarbij voldaan wordt aan de nationale belangen van zowel economie als milieu. Een selectief gebruik van Schiphol en de overige Nederlandse luchthavens is de beste oplossing om deze optimale bereikbaarheid te realiseren. Het is aan de politiek om heldere keuzes te maken in de afweging van deze nationale belangen. Dit schrijven de Raad voor Verkeer en Waterstaat en de VROM-raad aan Minister Eurlings  van Verkeer en Waterstaat over de langetermijnontwikkeling van Schiphol. 

In zijn advies ‘Helder kiezen, keuzes helder maken’ adviseert de Raad voor Verkeer en Waterstaat over de langetermijnverkenning Schiphol die de Minister van Verkeer en Waterstaat 20 maart 2008 naar de Tweede Kamer heeft gezonden.
Na de mythe van de dubbeldoelstelling uit 1995 en het toestaan van groei van Schiphol binnen vaste milieurandvoorwaarden in 2003, pleit de Raad voor een ander uitgangspunt voor het Schipholbeleid. Het gebruik van Schiphol en de overige Nederlandse luchthavens moet zorgen voor de gewenste mate van bereikbaarheid waarbij voldaan wordt aan de publieke nationale belangen economie en milieu. De omvang van Schiphol volgt uit deze nationale belangen en niet uit het bedrijfsbelang van Schiphol. 

De Raad voor Verkeer en Waterstaat heeft het advies ‘Helder kiezen, keuzes helder maken’ in maart 2008 uitgebracht.

Oorspronkelijke url: 
http://www.raadvenw.nl/extdomein/raadvenw/Publicaties/Adviezen/2008/LTSchiphol.aspx#0

Verbinden en verknopen

Subtitel: 
Advies over integrale langetermijnvisie Randstad 2040
Adviesnummer: 
RLG 08/5
Te bestellen: 
ja

De minister van VROM heeft, mede namens de ministers van Verkeer en Waterstaat en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de raad verzocht te adviseren over strategische langetermijnopgaven en de daarmee samenhangende keuzen voor de Randstad in 2040. Het advies ‘Verbinden en verknopen’ is een gezamenlijk advies van de Raad voor het Landelijk Gebied, VROM-raad en Raad voor Verkeer en Waterstaat.

Adviestype: 
sitecontent: 

De raden constateren dat het kabinet een metropolitane ontwikkelingsstrategie moet uitwerken om de concurrentiepositie van de Randstad te versterken. Hierin staat een netwerk centraal van internationale, bovenregionale en regionale centra die elkaar aanvullen en die onderling prima zijn verbonden. In deze strategie is het Groene Hart het centraal park van de Randstad, water een onderdeel van zijn identiteit. De raden constateren onvoldoende bestuurlijke slagkracht om de Randstad te prepareren voor de toekomst. Koppelingen tussen rijksnota’s worden op papier gemaakt, maar blijven in de praktijk uit. Nieuwe coalities zijn dus cruciaal, tussen diverse ministeries, tussen verschillende overheden, maar vooral ook tussen overheden en marktpartijen.

De minister van VROM heeft, mede namens de ministers van Verkeer en Waterstaat en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de raad verzocht te adviseren over strategische langetermijnopgaven en de daarmee samenhangende keuzen voor de Randstad in 2040. Het advies 'Verbinden en verknopen' is een gezamenlijk advies van de Raad voor het Landelijk Gebied, VROM-raad en Raad voor Verkeer en Waterstaat.

De raden constateren dat het kabinet een metropolitane ontwikkelingsstrategie moet uitwerken om de concurrentiepositie van de Randstad te versterken. Hierin staat een netwerk centraal van internationale, bovenregionale en regionale centra die elkaar aanvullen en die onderling prima zijn verbonden. In deze strategie is het Groene Hart het centraal park van de Randstad, water een onderdeel van zijn identiteit. De raden constateren onvoldoende bestuurlijke slagkracht om de Randstad te prepareren voor de toekomst. Koppelingen tussen rijksnota's worden op papier gemaakt, maar blijven in de praktijk uit. Nieuwe coalities zijn dus cruciaal, tussen diverse ministeries, tussen verschillende overheden, maar vooral ook tussen overheden en marktpartijen.

Reactie

Dit advies is op 14 maart 2008 aangeboden aan de ministers van Verkeer en Waterstaat, van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Met name de aanbevelingen, die de raden doen op het gebied van de internationale aantrekkingskracht, de ruimte voor nieuwe woon-werkmilieus (Amsterdam-Almere), de ontwikkeling van Den Haag-Rotterdam en Deltapoort vinden de ministers zeer waardevol.

Oorspronkelijke url: 
http://www.rlg.nl/adviezen/085/085.html

Adviesraden: “Prijskaartje CO2-uitstoot verkeer hard nodig”

Het huidige beleid voor de transportsector is volstrekt onvoldoende om de Europese klimaatdoelen op langere termijn te halen. Daarvoor is een trendbreuk in de groei van de CO2-uitstoot van het verkeer en vervoer noodzakelijk. Als er niets verandert, zal de transportsector in 2050 de gehele Europese ruimte voor CO2-emissie in beslag nemen. Forse maatregelen in deze snel groeiende sector zijn dus hard nodig. De overheid zal dan ook krachtig moeten inzetten op zowel prijsbeleid, specifiek CO2-reductiebeleid als ondersteunend beleid. Dat is de conclusie die de Raad voor Verkeer en Waterstaat, de VROM-raad en de Algemene Energieraad trekken in hun advies 'Een prijs voor elke reis'. Dit advies is maandag 28 januari aan de drie betrokken ministers Eurlings, Cramer en Van der Hoeven aangeboden.

Juist de combinatie van de drie beleidssporen is volgens de raden essentieel. Prijsbeleid is onmisbaar om de CO2-reductiedoelen op langere termijn te realiseren. Oftewel: de CO2-uitstoot van al het verkeer over land, over zee en door de lucht moet zo snel mogelijk een prijskaartje krijgen. Betalen voor CO2-uitstoot kan via heffingen of emissiehandel. Die prijs zet bedrijven en consumenten aan om voor hun reis alternatieven te zoeken die minder CO2 met zich meebrengen. Zo kunnen bedrijven hun producten van minder ver weg halen.

Adviesrelatie: 
sitecontent: 

Einde aan vrijblijvendheid bij aanpak bereikbaarheid werklocaties

Overheid en bedrijfsleven hebben elkaar nodig bij het oplossen van bereikbaarheidsproblemen. Werklocaties en locaties van publieke voorzieningen zoals scholen en ziekenhuizen, hebben in toenemende mate te maken met een slechte bereikbaarheid. De overheid bepaalt waar locaties worden ontwikkeld. Het bedrijfsleven maakt werk van mobiliteitsmanagement. Zowel overheid als bedrijfsleven moeten samenwerken en hun verantwoordelijkheid nemen. Vrijblijvendheid is passé. Dat schrijft de Raad voor Verkeer en Waterstaat in het advies ‘Einde aan vrijblijvendheid’ dat zij deze week aanbood aan de Minister van Verkeer en Waterstaat.

Nog te vaak worden nieuwe bedrijventerreinen en publieke voorzieningen ontwikkeld op plaatsen die slecht bereikbaar zijn voor auto, openbaar vervoer of fiets. Rijk en provincies moeten daarom sterker sturen door vooraf in structuurvisies vast te leggen waar wel en waar niet ontwikkeld mag worden. De nieuwe Wet ruimtelijke ordening biedt provincies de mogelijkheid via provinciale verordeningen en inpassingsplannen de gewenste ontwikkeling af te dwingen. De provincies moeten van deze ’doorzettingsmacht‘ gebruik maken. De Raad wil een einde aan de gegroeide consensuscultuur.

Raad: 
Adviesrelatie: 
sitecontent: 

Einde aan vrijblijvendheid

Subtitel: 
Advies over locatiebereikbaarheid
Omslagfoto: 
Omslagfoto advies Einde aan vrijblijvendheid
Adviesnummer: 
Te bestellen: 
ja

De Raad voor Verkeer en Waterstaat wil met het advies ‘Einde aan vrijblijvendheid’ aandacht vragen voor de aanpak van bereikbaarheidsproblemen bij werklocaties en locaties van publieke voorzieningen zoals scholen en ziekenhuizen. Nog te vaak worden nieuwe locaties ontwikkeld op plaatsen die slecht bereikbaar zijn voor auto, openbaar vervoer of fiets. Rijk en provincies moeten sterker gaan sturen op de situering van nieuwe locaties door vooraf in structuurvisies vast te leggen waar wel en waar niet een nieuwe locatie ontwikkeld mag worden.

Adviestype: 
Raad: 
sitecontent: 

De Raad wil een einde aan de gegroeide consensuscultuur. 
Samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven en het nemen van ieders verantwoordelijkheid is noodzakelijk om tot effectieve maatregelen te komen. Vrijblijvendheid werkt averechts. Daarom adviseert de Raad om niet-vrijblijvende samenwerkingsverbanden zoals parkmanagement, verplicht te stellen en bereikbaarheid hierin op te nemen.

Rijk en provincies: bepaal waar regionale locaties voor bedrijven, kantoren en publieksvoorzieningen ontwikkeld mogen worden

Nog te vaak worden nieuwe bedrijventerreinen en publieke voorzieningen ontwikkeld op plaatsen die slecht bereikbaar zijn voor auto, openbaar vervoer of fiets. Rijk en provincies moeten daarom sterker sturen door vooraf in structuurvisies vast te leggen waar wel en waar niet ontwikkeld mag worden.De nieuwe Wet ruimtelijke ordening biedt provincies de mogelijkheid via provinciale verordeningen en inpassingsplannen de gewenste ontwikkeling af te dwingen. De provincies moeten van deze ’doorzettingsmacht‘ gebruik maken. De Raad wil een einde aan de gegroeide consensuscultuur.

Overheid en bedrijfsleven: maak een einde aan de vrijblijvendheid

Werklocaties en locaties van publieke voorzieningen zoals scholen en ziekenhuizen, hebben in toenemende mate te maken met een slechte bereikbaarheid. Gebruikers van bedrijventerreinen en publieke voorzieningen moeten bijdragen aan de verbetering van de bereikbaarheid. Het bedrijfsleven kan een positieve bijdrage leveren door stimulering van openbaar vervoer en fiets en het mogelijk maken van telewerken.

Samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven en het nemen van ieders verantwoordelijkheid zijn noodzakelijk om tot effectieve maatregelen te komen. Vrijblijvendheid werkt averechts. Daarom adviseert de Raad om niet-vrijblijvende samenwerkingsverbanden zoals parkmanagement, verplicht te stellen en bereikbaarheid hierin op te nemen. Verder adviseert de Raad het puntensysteem mobiliteitsmanagement in het kader van de Wet Milieubeheer in te voeren. Dit systeem heeft tot doel de bereikbaarheid en de luchtkwaliteit te verbeteren. In december 2007 is de ‘Taskforce Mobiliteitsmanagement’ van start gegaan. Mocht de ‘Taskforce’ met een alternatief voor het puntensysteem komen dan zal dat volgens de Raad even verplichtend en even effectief moeten zijn.

Reacties

De Minister van Verkeer en Waterstaat bereidt een reactie voor.
Van provincies, gemeenten en bedrijfsleven zijn nog geen reacties op het advies ontvangen.
In de media heeft het advies beperkte aandacht gekregen.

Oorspronkelijke url: 
http://www.raadvenw.nl/extdomein/raadvenw/Publicaties/Adviezen/2008/loc.aspx#0

Een prijs voor elke reis

Subtitel: 
Een beleidsstrategie voor CO2-reductie in verkeer en vervoer
Omslagfoto: 
Omslagfoto advies Een prijs voor elke reis
Adviesnummer: 
Te bestellen: 
ja

De transportsector levert een substantiële en groeiende bijdrage aan de totale CO2- uitstoot in de Europese Unie. Op dit moment is er geen zicht op een trendbreuk in de groei van de CO2-uitstoot van verkeer en vervoer. Tegen deze achtergrond hebben de Raad voor Verkeer en Waterstaat, de VROM-raad en de Algemene Energieraad een beleidsstrategie ontwikkeld voor CO2-reductie in verkeer en vervoer, inclusief de internationale lucht- en scheepvaart. Deze strategie is neergelegd in het advies Een prijs voor elke reis dat maandag 28 januari is aangeboden aan de betrokken ministers Eurlings, Cramer en Van der Hoeven.

Adviestype: 
sitecontent: 

Volgens de raden is het huidige beleid voor de transportsector volstrekt onvoldoende om de Europese klimaatdoelen op langere termijn te halen. Als er niets verandert, zal de transportsector in 2050 de gehele Europese ruimte voor CO2-emissie in beslag nemen. Forse maatregelen in deze snel groeiende sector zijn dus hard nodig. De overheid zal dan ook krachtig moeten inzetten op zowel prijsbeleid, specifiek CO2-reductiebeleid als ondersteunend beleid.

Voer een krachtig CO2-beleid voor de transportsector

Om de Europese klimaatdoelen voor 2050 te halen, moet de overheid een veel krachtiger CO2-beleid voor de transportsector voeren. Deze doelen zijn alleen haalbaar als een trendbreuk geforceerd wordt in de groei van CO2-emissies van het verkeer en vervoer. Dat is de conclusie van de Raad voor Verkeer en Waterstaat, de VROM-raad en de Algemene Energieraad in hun advies ‘Een prijs voor elke reis’. In dit advies geven de raden antwoord op de vraag van het kabinet naar de wijze waarop de transportsector, inclusief de internationale lucht- en zeescheepvaart, kan bijdragen aan de realisatie van CO2-reductiedoelstellingen voor de langere termijn. De raden vragen aandacht voor de urgentie van dit vraagstuk. Zonder forse maatregelen zal de snel groeiende transportsector in 2050 namelijk de gehele Europese ruimte voor CO2-emissie in beslag nemen. Ruimte voor andere sectoren zoals de industrie en huishoudens, is er dan niet meer. Het is daarmee overduidelijk dat de transportsector zélf een stevige bijdrage aan CO2-reductie moet leveren.

Beprijs de uitstoot van CO2

Krachtiger CO2-beleid betekent concreet dat een prijs voor de uitstoot van CO2 in de gehele transportsector, in de vorm van CO2-heffingen of emissiehandel, zo snel mogelijk ingevoerd moet worden. Het is één van de belangrijkste conclusies van dit advies dat beprijzing van de CO2-uitstoot onmisbaar is om de noodzakelijke CO2-reductie te realiseren: de klimaatambities voor de langere termijn zijn anders niet haalbaar. Het aantrekkelijke van beprijzing is dat de samenleving (burgers en bedrijfsleven) zelf kan bepalen hoe ze de reductie van de uitstoot het beste en tegen de laagste kosten kan realiseren. De industrie kan bijvoorbeeld, aangespoord door de consument, zuiniger auto’s produceren. Diezelfde consument kan er echter ook voor kiezen minder per auto te reizen of vaker het openbaar vervoer te nemen.

Combineer prijsbeleid met specifiek reductiebeleid en ondersteunend beleid

Beprijzing van de CO2-uitstoot zal bij voorkeur op mondiale, maar ten minste op Europese schaal tot stand moeten komen. En dat gaat tijd kosten. Naar verwachting kan het tientallen jaren duren voordat beprijzing daadwerkelijk tot reductie van CO2 in de gehele transportsector leidt. Daarom is voor de korte en middellange termijn naast prijsbeleid versterking en verbreding van het specifieke CO2-reductiebeleid voor alle vormen van transport nodig. Het accent moet daarbij liggen op de introductie van energie-efficiëntere aandrijftechnologieën en brandstoffen met een lagere CO2-uitstoot. Voorbeelden zijn: CO2-normen voor auto’s, belastingvoordelen bij aanschaf van zuinige voertuigen en CO2-eisen aan brandstoffen. Ten slotte is en blijft het van belang via ondersteunend beleid voorwaarden te scheppen voor CO2-reductie in transport en de pijn van vergaand klimaatbeleid te verzachten. Het gaat hier met name om het faciliteren van duurzame alternatieve keuzes en om innovatiebeleid. Een voorbeeld van het eerste is een betere ruimtelijke planning in combinatie met een goed openbaar vervoer. Innovatiebeleid is nodig daar waar de markt niet zelf komt met innovaties die leiden tot aantrekkelijke en betaalbare duurzame alternatieven. Dan gaat het vooral om radicale innovaties, zoals alternatieve aandrijftechnieken, nieuwe vliegtuigconcepten en duurzame alternatieve brandstoffen. Het ene beleid komt niet in de plaats van het andere. Volgens de raden is de combinatie van deze drie beleidssporen essentieel, omdat met één enkel spoor de doelstellingen niet gehaald zullen worden.

Toon als Nederland leiderschap

Om een effectief klimaatbeleid voor de transportsector te ontwikkelen, zijn visie en politiek leiderschap nodig. Met de bovenstaande beleidsstrategie willen de raden bijdragen aan visievorming, het politieke leiderschap moet van Europa en landen zoals Nederland komen. Dit leiderschap is cruciaal om de huidige impasses rond het voeren van klimaatbeleid in de transportsector te doorbreken.

Europa is momenteel het enige machtsblok ter wereld dat leiderschap op het gebied van klimaatbeleid kan en wil tonen. Op het terrein van de internationale luchtvaart neemt de EU al de leiding door eenzijdig klimaatbeleid te ontwikkelen bijvoorbeeld met het voornemen de internationale luchtvaart in het Europese emissiehandelssysteem op te nemen. De Raden ondersteunen het initiatief om de luchtvaart in het ETS (het Europese emissiehandelssysteem) op te nemen van harte.

Nederland is als belangrijke speler op transportgebied in de positie om in Europa krachtig klimaatbeleid voor de transportsector op geloofwaardige en overtuigende manier voor te stellen. De raden adviseren Nederland om van die positie gebruik te maken en een aanjaagfunctie te vervullen op het gebied van strategie- en beleidsontwikkeling voor de transportsector. Daarnaast kan Nederland samen met gelijkgezinde landen beleidsinitiatieven ontwikkelen, zoals voor de grotere Europese luchthavens en de grote Noordwest Europese havens. Voor het wegverkeer kan Nederland een voortrekkersrol vervullen door een CO2-gedifferentieerde kilometerprijs in te voeren.

Klimaatbeleid biedt ten slotte ook kansen voor Europese en Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen. Met nieuwe producten en diensten kunnen bedrijven een ‘first mover’ voordeel behalen op de wereldmarkt. Door slim in te spelen op de mogelijkheden die zich voordoen en actief de politieke ruimte te zoeken, kan Nederland een voorsprong nemen. En een duurzame voorsprong betekent winst, niet alleen bedrijfsmatig, maar ook voor het klimaat!

Reacties

Bij de aanbieding van het advies hebben de Minister van Verkeer en Waterstaat en de Minister van Economische Zaken positief op het advies gereageerd. Het kabinet bereidt een schriftelijke reactie voor.
De media hebben uitgebreid aandacht geschonken aan het advies. Uit reacties in de media en ook uit rechtstreekse reacties aan de raden blijkt dat uit alle hoeken van de samenleving veel waardering voor het advies bestaat.
Zowel het bedrijfsleven als milieuorganisaties onderschrijven de hoofdlijnen van het advies.

Oorspronkelijke url: 
http://www.raadvenw.nl/extdomein/raadvenw/Publicaties/Adviezen/2008/CO2.aspx#0