Raad VenW

Raad adviseert instelling van een Nationale Wegen Autoriteit

Vandaag heeft de Raad voor Verkeer en Waterstaat het advies ‘Van wegbeheer naar netwerkbeheer’ aan de minister van Verkeer en Waterstaat aangeboden. In dat advies stelt de Raad dat er een Nationale Wegen Autoriteit moet komen die het hoofdnet van rijkswegen, belangrijkste provinciale wegen en gemeentelijke aan- en afvoerwegen gaat aansturen. Dit is nodig omdat rijk, provincies en gemeenten weliswaar steeds meer samenwerken, maar deze samenwerking onvoldoende verplichtend is om de steeds urgenter wordende verkeersproblemen effectief aan te pakken.

Aangezien de instelling van een Nationale Wegen Autoriteit tijd kost en er geen tijd is te verliezen, zullen als tussenstap in de elf belangrijkste stedelijke regio’s Regionale Wegen Autoriteiten tot stand moeten komen.

Raad: 
Adviesrelatie: 
sitecontent: 

Van wegbeheer naar netwerkbeheer

Subtitel: 
Advies over het anders organizeren van wegbeheer
Advies bestand: 
Omslagfoto: 
Omslagfoto advies Van wegbeheer naar netwerkbeheer
Adviesnummer: 
Te bestellen: 
ja

In het advies heeft de Raad verschillende modellen voor de organisatie van het wegbeheer in ons land onder de loep genomen. De Raad concludeert dat er een Nationale Wegen Autoriteit moet komen die het hoofdnet van rijkswegen, belangrijkste provinciale wegen en gemeentelijke aan- en afvoerwegen gaat aansturen. Dit is nodig omdat rijk, provincies en gemeenten weliswaar steeds meer samenwerken, maar deze samenwerking onvoldoende verplichtend is om de steeds urgenter wordende verkeersproblemen effectief aan te pakken.

Adviestype: 
Raad: 
sitecontent: 

Doorstroming centraal

Nederland stevent af op een onaanvaardbare verslechtering van de doorstroming op het wegennet.
Nederland slibt dicht.
Er zijn twee oplossingsrichtingen om op relatief korte termijn (1-8 jaar) de doorstroming op het netwerk op peil te brengen en te houden:

  • stel een urgentie-investeringsprogramma op dat gericht is op het robuust maken van het bestaande netwerk met een in omvang beperkte, selectieve capaciteitsvergroting;
  • intensiveer en professionaliseer (pro)actief verkeersmanagement om de groeiende verkeersstromen in goede banen te leiden.

Beide oplossingsrichtingen dienen geconcentreerd te worden op die delen van het wegennetwerk waar de problemen zich voordoen: de rijkswegen, de belangrijkste provinciale wegen en de gemeentelijke aan- en afvoerwegen. Op dit hoofdnetwerk, dat een lengte heeft van zo’n 10.000 km, wordt ruim 60% van alle voertuigkilometers afgelegd en treedt 90% van de voertuigverliesuren op. Dit netwerk dient centraal dat wil zeggen als één geheel te worden aangestuurd. In andere netwerksectoren zoals telecom, gas en elektriciteit is zo’n centrale aansturing heel normaal. Rijk, provincies en gemeenten werken weliswaar steeds meer samen, maar de samenwerking tussen de diverse wegbeheerders is onvoldoende effectief om de doorstroming op het hoofdnet op peil te houden.

Creëer één beheerder voor het hoofdnet van belangrijke wegen

De Raad adviseert om één beheersbedrijf in overheidshanden op te richten dat alle rijkswegen, de belangrijkste provinciale wegen en de stedelijke aan- en afvoerwegen gaat beheren. Deze Nationale Wegenautoriteit wordt verantwoordelijk voor de uitvoering van drie taken: verkeersmanagement, beheer, onderhoud en aanleg en strategische capaciteitsplanning.

Richt Regionale Wegen Autoriteiten op als tussenstap

Als tussenstap op weg naar één Nationale Wegenautoriteit adviseert de Raad om zo spoedig mogelijk te starten met de oprichting van Regionale Wegen Autoriteiten die regionaal het verkeersmanagement voor hun rekening gaan nemen. Daartoe gaan Rijkswaterstaat, provincies en gemeenten gebiedsgericht samenwerken in organisaties die op de leest van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen zijn geschoeid. Deze RWA’s zijn een logische vervolgstap op de eerder door deze partijen uitgevoerde netwerkanalyses voor de elf stedelijke netwerken. Gezien de nauwe samenhang tussen beheer, onderhoud en verkeersmanagement, is het wenselijk dat aan deze regionale organisaties op termijn ook het beheer en onderhoud van de tot hun netwerk behorende wegen wordt overgedragen. Bij de start is dit niet strikt noodzakelijk, mits er verplichtende afspraken over de wijze van samenwerking worden gemaakt. Alle inspanning dient er op gericht te worden om zo snel mogelijk effectief verkeersmanagement te gaan verzorgen voor de grootstedelijke knooppunten van ons land. De eveneens snel op te richten Nationale Wegen Autoriteit kan dan voorlopig als een paraplu boven de regionale autoriteiten fungeren en deze faciliteren en aansturen. Op deze manier kunnen snel resultaten worden geboekt zonder dat tijdrovende structuurdiscussies nodig zijn.

Voeg na invoering van de kilometerbeprijzing de RWA’s samen tot één NWA

Invoering van de kilometerbeprijzing maakt een directe financiering van de wegenautoriteit uit het gebruik van de wegen mogelijk. Dat lijkt het geschikte moment om de regionale autoriteiten via fusies om te vormen tot regionale divisies van de Nationale Wegenautoriteit, die dan verder als holdingmaatschappij voor deze divisies kan opereren.

Reacties

De Minister van Verkeer en Waterstaat bereidt een reactie voor.

Provincies en gemeenten onderschrijven de analyse van de Raad op hoofdlijnen. Zij deinzen echter terug voor structuurveranderingen die gepaard gaan met het opgeven van bevoegdheden, zelfs als het alleen uitvoerende bevoegdheden betreft. Zij geven de voorkeur aan een versterking van de samenwerking tussen rijk, provincies en gemeenten.

In de media is op beperkte schaal aandacht besteed aan het advies.

Oorspronkelijke url: 
http://www.raadvenw.nl/extdomein/raadvenw/Publicaties/Adviezen/2007/AndersOrganiserenWegbeheer.aspx#0

Offensief nodig voor Europese zeeën

Kunnen Europese zeeën en oceanen ons nog meer bieden dan ze nu al doen? Alleen door een ingrijpende vernieuwing van het beleid, niet alleen in Europa maar ook in Nederland, kunnen zeeën en oceanen ook in de toekomst blijven bijdragen aan onze welvaart. De druk van menselijke activiteiten op de werking van levensgemeenschappen in zeeën is groot. Tegelijkertijd kunnen we constateren dat er meer economische ontwikkelingsmogelijkheden in de grote wateren zitten dan tot nu toe worden benut. Een gerichte ontwikkeling van deze mogelijkheden is daarom noodzakelijk. Daarbij moet rekening worden gehouden met de werking van het ecosysteem van de zee. Dat adviseren vier adviesraden van de Regering.

De Raad voor de Wadden, de Raad voor Verkeer en Waterstaat, de VROM-raad, en de Raad voor het Landelijk Gebied, bepleiten een programmatische aanpak om het economisch potentieel van de zee op een duurzame manier te benutten. Het huidige beleid dat hoofdzakelijk gericht is op beperking van schade (visserijbeleid, scheepvaart, milieubeleid) staat een dergelijke duurzame ontwikkeling in de weg. Wat nodig is, is een ambitieuze overheid die actief en doelgericht aanstuurt op het identificeren en benutten van mogelijkheden.

Adviesrelatie: 
sitecontent: 

Duurzame ontwikkeling van het potentieel van de zee

Subtitel: 
Briefadvies over het geïntegreerd maritiem beleid in Europa en Nederland
Adviesnummer: 
RLG 07/3
Te bestellen: 
nee

In het kader van de Nederlandse reactie op het Groenboek maritiem beleid van de Europese Commissie heeft de raad samen met de Raad voor Verkeer en Waterstaat, de Raad voor de Wadden, en de VROM-raad en op verzoek van het ministerie van V&W een gezamenlijk advies opgesteld. In het advies geven de raden een visie op het maritiem beleid. Verder geven ze aan welke rol de EU hierbij zou kunnen spelen en wat die visie betekent voor het Nederlandse beleid.

Adviestype: 
sitecontent: 

De vier raden concluderen dat de druk van menselijke activiteiten op de werking van levensgemeenschappen in zeeën groot is. Door een ingrijpende vernieuwing van het beleid, niet alleen in Europa maar ook in Nederland, kunnen zeeën en oceanen ook in de toekomst blijven bijdragen aan onze welvaart. De zee biedt kansen voor nieuwe economische ontwikkelingen, maar stellen daar ook beperkingen aan. De vier raden bepleiten een programmatische aanpak om het economisch potentieel van de zee op een duurzame manier te benutten.

In het kader van de Nederlandse reactie op het Groenboek maritiem beleid van de Europese Commissie heeft de Raad voor het Landelijk Gebied samen met de Raad voor Verkeer en Waterstaat, de Raad voor de Wadden, en de VROM-raad en op verzoek van het ministerie van V&W een gezamenlijk advies opgesteld. In het advies ‘Duurzame ontwikkeling van het potentieel van de zee’ geven de raden een visie op het maritiem beleid. Verder geven ze aan welke rol de EU hierbij zou kunnen spelen en wat die visie betekent voor het Nederlandse beleid. De vier raden concluderen dat de druk van menselijke activiteiten op de werking van levensgemeenschappen in zeeën groot is. Door een ingrijpende vernieuwing van het beleid, niet alleen in Europa maar ook in Nederland, kunnen zeeën en oceanen ook in de toekomst blijven bijdragen aan onze welvaart. De zee biedt kansen voor nieuwe economische ontwikkelingen, maar stellen daar ook beperkingen aan. De vier raden bepleiten een programmatische aanpak om het economisch potentieel van de zee op een duurzame manier te benutten.

Reactie

Het advies over maritieme strategie ‘Duurzame ontwikkeling van het potentieel van de zee’ hebben de vier raden op 1 mei 2007 aangeboden aan de staatssecretaris van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Op 14 mei 2007 is het kabinetsstandpunt Groenboek Europees Maritiem Beleid naar de Tweede Kamer gestuurd, met daarbij gevoegd een reactie op het advies van de raden. Daarin stelt het Kabinet met belangstelling en waardering kennis genomen te hebben van het advies. Het Kabinet ziet het advies in belangrijke mate als steun voor het kabinetsstandpunt over het Groenboek. Wel wijkt dit kabinetsstandpunt op enige onderdelen af van het advies van de vier raden. Overeenkomsten met of aansluiting bij het kabinetsstandpunt is aan de orde bij de stelling dat duurzame economische en ecologische ontwikkeling de leidende gedachte van beleid ten aanzien van zeeën en oceanen zou moeten zijn, de bepleite innovatieve benadering van het maritiem beleid en beheer, waarbij rekening gehouden moet worden met economische en ecologische ontwikkeling, en het pleidooi voor een strategisch kader en meer integratie van de eigen beleidsvelden van de EU op maritiem gebied. Een aantal adviezen zal het Kabinet in het kader van de ‘Kaderrichtlijn mariene strategie’ oppakken. Daarbij gaat het om de uitgangspunten van duurzame economische en ecologische ontwikkeling, een ecosysteemgerichte benadering, adaptief management en hantering van het voorzorgprincipe. En om de ontwikkeling van een strategische gebiedsvisie en inzicht in samenhang tussen verschillende gebiedswaarden en functies. Een aantal adviezen neemt het Kabinet niet over. Dat betreft het advies voor meer regie en sturing door de Nederlandse overheid en door de Europese Unie (‘van toelatingsplanologie naar een ontwikkelingsgerichte benadering’). Het Kabinet staat een gerichte combinatie van toelatingsplanologie en een ontwikkelingsgerichte benadering voor. Voor de maritieme ontwikkeling is een belangrijke rol weggelegd initiatieven vanuit de markt die moeten passen binnen de door de overheid aangegeven kaders.

Het pleidooi voor een Europese rol door het vaststellen van een richtlijn die regionale uitwerking en implementatie van integrale maritieme programma’s op grond van het strategisch kader voorschrijft en de uitwerking van diverse sturingsinstrumenten die toepasbaar zijn bij een ontwikkelingsgerichte benadering, wijst het Kabinet af. Mede gezien de rollen en verantwoordelijkheden op verschillende functionele niveaus acht het Kabinet een Europese Richtlijn niet op zijn plaats. Niet alleen de Europese Unie maar ook regionale zeeconventies en internationale gremia hebben in het geheel van het maritieme beleidsterrein belangrijke rollen en verantwoordelijkheden. De door de raden bepleite benadering staat naar de mening van het Kabinet op gespannen voet met de, ook in het advies bepleite, aanpak volgens het principe van adaptief management. 

Overige bijlagen: 
Oorspronkelijke url: 
http://www.rlg.nl/adviezen/073/073.html

Extra inzet voor de Zuidvleugel

Drie adviesraden voor de regering vragen aandacht voor de problemen van de Zuidvleugel van de Randstad. Het voorgenomen beleid is onvoldoende: extra investeringen zijn noodzakelijk voor de verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving, de sociaaleconomische structuur en de bereikbaarheid van de Zuidvleugel. Ook is extra aandacht nodig voor de zwakkere gebieden: het zuidelijk deel van Rotterdam en de Drechtsteden. De Zuidvleugel ontbeert op dit moment de benodigde bestuurlijke slagkracht en doorzettingsmacht. Marktpartijen participeren nog onvoldoende.

In een vandaag uitgebracht briefadvies constateren de VROM-raad, de Raad voor Verkeer en Waterstaat en de Raad voor het Landelijk Gebied dat de projecten uit het bestaande rijksprogramma voor de Zuidvleugel met voorrang moeten worden uitgevoerd. De projecten uit de zogenoemde Zuidvleugelbrief, die het kabinet vorig jaar uitbracht, zijn gericht op de versterking van de internationale concurrentiepositie van de Zuidvleugel. De raden erkennen het belang van deze projecten, maar er moet meer gebeuren.

Adviesrelatie: 
sitecontent: 

Extra inzet voor de Zuidvleugel!

Subtitel: 
Briefadvies over het Nota Ruimte-programma voor de Zuidvleugel van de Randstad
Adviesnummer: 
RLG 07/2
Te bestellen: 
nee

Drie adviesraden voor de regering vragen aandacht voor de problemen van de Zuidvleugel van de Randstad. Het voorgenomen beleid is onvoldoende: extra investeringen zijn noodzakelijk voor de verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving, de sociaaleconomische structuur en de bereikbaarheid van de Zuidvleugel. Ook is extra aandacht nodig voor de zwakkere gebieden: het zuidelijk deel van Rotterdam en de Drechtsteden. De Zuidvleugel ontbeert op dit moment de benodigde bestuurlijke slagkracht en doorzettingsmacht. Marktpartijen participeren nog onvoldoende.

Adviestype: 
sitecontent: 

De Raad voor het Landelijk Gebied, de VROMraad en de Raad voor Verkeer en Waterstaat hebben op 19 maart 2007 een gezamenlijk briefadvies over het Zuidvleugelprogramma en de bijbehorende Zuidvleugelbrief aangeboden aan minister Cramer van VROM. Het programma Zuidvleugel is één van de vier gebiedsgerichte programma’s die in het kader van de Uitvoeringsagenda Nota Ruimte zijn ingesteld en heeft betrekking op het zuidelijk deel van de Randstad. Doel van de programma’s is te zorgen voor coördinatie van de rijksinbreng, versnelling van de besluitvorming en versterking van de interne samenhang binnen de programma’s. De drie raden constateren in hun advies ‘Extra inzet voor de Zuidvleugel!’ dat de projecten uit het bestaande rijksprogramma voor de Zuidvleugel met voorrang moeten worden uitgevoerd. Het voorgenomen beleid is onvoldoende: extra investeringen zijn noodzakelijk voor de verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving, de sociaal-economische structuur en de bereikbaarheid van de Zuidvleugel. Ook is extra aandacht nodig voor de zwakkere gebieden: het zuidelijk deel van Rotterdam en de Drechtsteden. De Zuidvleugel ontbeert op dit moment de benodigde bestuurlijke slagkracht en doorzettingsmacht. Marktpartijen participeren nog onvoldoende.

Reactie

In oktober 2007 is het Programma Randstad Urgentie uitgebracht door minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat en tevens de coördinerend minister voor de Randstad. Daarin wordt aangegeven dat het programma Randstad Urgent voor het advies over onder meer het programma Zuidvleugel te beschouwen is als de reactie van het kabinet.

Overige bijlagen: 
Oorspronkelijke url: 
http://www.rlg.nl/adviezen/072/072.html

‘Rijk moet slimmer investeren, gericht op de lange termijn’

De grote problemen met water en mobiliteit zijn – ook op termijn – niet oplos­baar met de huidige investeringsaanpak

De VROM-raad komt samen met de Raad voor Verkeer en Waterstaat tot deze conclusie op basis van een analyse van de ruimtelijke en infrastructurele investeringen van de rijksoverheid. Alleen door nu nieuwe lijnen uit te zetten, kan worden voorkomen dat op lange termijn de problemen nog groter worden. Een nieuwe aanpak is niet alleen nodig voor het waterbeheer (mede als gevolg van klimaatverandering) en het vervoer maar ook voor de energievoorziening en regionale (stedelijke èn landschappelijke) structuurvernieuwing. De VROM-raad bepleit een betere programmering van de besluitvorming en slimmere investeringsbeslissingen.

Rijksinvesteringen te weinig op lange termijn gericht

Er is te weinig aandacht voor de nationale prioriteiten die op termijn urgent worden. Met een groot deel van de rijksinvesteringen worden (via het Fonds Economische Structuur­verster­king - FES) in de praktijk hoofdzakelijk bestaande knelpunten opgelost.
Het merendeel van de FES-middelen wordt nu verdeeld over diverse infrastructurele projecten die ‘bottom up’ worden aangereikt. De besteding van FES-middelen wordt te weinig programmatisch aangestuurd op basis van een langetermijnvisie.

Adviesrelatie: 
sitecontent: 

Slimmer investeren

Subtitel: 
Advies over het besluitvormingsproces bij strategische rijksinvesteringen
Advies bestand: 
Adviesnummer: 
57
Te bestellen: 
ja

In dit advies wordt ingegaan op verbeteringsmogelijkheden van het besluitvormingsproces bij de rijksoverheid. Het motto van de Nota Ruimte is ‘centraal wat moet, decentraal wat kan’. Voor het oplossen van een aantal langetermijnvraagstukken zal het eerste deel van dit motto van toepassing zijn. Volgens de VROM-raad liggen er belangrijke en strategische investeringsopgaven op het terrein van waterbeheer (mede als gevolg van klimaatverandering), energievoorziening, vervoer en stedelijke, regionale en landschappelijke structuurvernieuwing.

Adviestype: 
sitecontent: 

In zijn verkenning heeft de raad zich geconcentreerd op de vraag hoe het besluitvormingsproces bij strategische investeringen kan worden verbeterd. De Raad voor Verkeer en Waterstaat heeft geparticipeerd in dit adviestraject en onderschrijft dit advies.Strategische investeringen zijn opgevat als investeringen waarmee koerswijzigingen in gang worden gezet, gericht op de lange termijn. Zowel bij de agendering, planning, de beoordeling, de financiering als de monitoring stuiten langetermijnplannen op serieuze drempels. Te vrezen valt dat hierdoor noodzakelijke strategische investeringen niet of te laat tot stand komen. Uit de motie-Lemstra spreekt dezelfde zorg. Lemstra c.s. vragen om een investeringsstrategie van de rijksoverheid waarmee nu wordt geanticipeerd op langetermijnopgaven.

Voor de derde keer heeft de VROM-raad aan de vooravond van een kabinetsformatie een advies uitgebracht over ruimtelijk relevante rijksinvesteringen. Dit keer heeft de raad samen met de Raad voor Verkeer en Waterstaat methodische en technische aspecten van de ruimtelijke en infrastructurele investeringen van de rijksoverheid geanalyseerd. Zij komen tot de conclusie dat de grote problemen met water en mobiliteit – ook op termijn – niet oplosbaar zijn met de huidige investeringsaanpak. Zij stellen voor nu nieuwe lijnen uit te zetten, opdat wordt voorkomen dat op lange termijn de problemen nog groter worden. Dit is niet alleen nodig voor het waterbeheer (mede als gevolg van klimaatverandering) en het vervoer maar ook voor de energievoorziening en regionale (stedelijke èn landschappelijke) structuurvernieuwing.

Rijksinvesteringen te weinig op lange termijn gericht

Er is te weinig aandacht voor de nationale prioriteiten die op termijn urgent worden. Met een groot deel van de rijksinvesteringen worden (via het Fonds Economische Structuurversterking - FES) in de praktijk hoofdzakelijk bestaande knelpunten opgelost. Het merendeel van de FES-middelen wordt nu verdeeld over diverse infrastructurele projecten die ‘bottom up’ worden aangereikt. De besteding van FES-middelen wordt te weinig programmatisch aangestuurd op basis van een langetermijnvisie. Bovendien kent de verplichte maatschappelijke kosten-batenanalyse een aantal vooringenomenheden waardoor bij de (rendements)beoordeling van rijksinvesteringen langetermijninvesteringen per definitie slechter scoren dan knelpuntoplossende investeringen.

Bereid investeringen beter voor

De VROM-raad en de Raad voor Verkeer en Waterstaat bevelen de rijksoverheid aan om verder vooruit te kijken aan de hand van toekomstverkenningen en -scenario’s van de planbureaus. Dit betekent nièt dat nu al van alles moet worden vastgelegd in (blauwdruk)plannen; evenmin dat financiële reserveringen voor een langere periode in beton moeten worden gegoten. Ver vooruitkijken betekent: strategisch plannen en omgaan met onzekerheden. Maak de onzekerheden hanteerbaar door tijdig onderzoek, kennisontwikkeling, conceptvorming, maatschappelijk debat en een goede voorbereiding (met alternatieve maatregelpakketten). Maak daarbij sneller en meer gebruik van planologische reserveringen en organiseer de financiële reservering beter. Bereid plannen voor waarmee van de nood een deugd wordt gemaakt.

Aanbevelingen

In het advies zijn aanbevelingen uitgewerkt voor een betere besluitvorming over de daadwerkelijke fysieke investeringen op het punt van agendering, planning, financiering tot en met monitoring en evaluatie. Daarbij springen er twee in het oog:

  • De gevolgen van investeringen op de lange termijn moeten beter worden meegenomen in de beoordelingssystematiek.
  • Het is noodzakelijk een fonds te hebben voor strategische investeringen. De raden adviseren hiervoor het FES om te vormen tot een ècht fonds met een vast uitgavenritme en de bestedingen te koppelen aan een strategische investeringsagenda die z’n basis vindt in de grote beleidsnota’s (als de Nota Ruimte).

Publiciteit, reacties en doorwerking

Het advies ‘Slimmer investeren’ is eind november 2006 aangeboden aan de minister van VROM en is tevens verspreid onder de politieke partijen. Bij het verschijnen van de gedrukte versie is een persbericht uitgebracht. Temidden van diverse adviezen gericht op de kabinetsformatie heeft het advies in diverse landelijke media aandacht gekregen.

Kabinetsreactie

In de kabinetsreactie wordt op hoofdlijnen onderschreven dat de manier waarop met langetermijninvesteringen wordt omgegaan voor verbetering vatbaar is. Wat betreft de aanbeveling systematischer koppelingen aan te brengen in investeringsprogramma’s verwijst het kabinet naar het in het coalitie-akkoord geïntroduceerde Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport. Daarnaast kondigt het kabinet een uitwerking van gezamenlijke spelregels aan voor de afweging en besluitvorming in het totale ruimtelijk-economische domein. Op basis van het coalitie-akkoord zal het kabinet ook een nieuwe voedings- en uitgavensystematiek formuleren voor het FES. Het kabinet onderkent het nut van nader onderzoek naar de beoordelingssystematiek van langetermijninvesteringen en geeft aan dat daarvoor nadere onderzoeken lopen en nog zullen worden gestart.

De VROM-raad wordt uitgenodigd voor nader overleg over keuzemogelijkheden in beleidsnota’s, betrokkenheid van private partijen in de investeringsplanning en over het benutten van uitkomsten van ex post evaluatie in ex ante evaluaties.

Oorspronkelijke url: 
http://www.vromraad.nl/Download/a057_SlimmerInvesteren.pdf

Metropolitane ontwikkeling Noordvleugel zet Nederland weer op de kaart

Adviesraden pleiten voor dubbelstad Amsterdam – Almere met het IJmeer als ‘central park’

De Raad voor Verkeer en Waterstaat en de VROM-raad adviseren het Kabinet de as Haarlemmermeer – Schiphol – Amsterdam – Almere - Lelystad te ontwikkelen tot een zeer divers en excellent ontsloten woon-, werk- en verblijfsgebied met internationale allure. De internationale concurrentiepositie van de Randstad kan daarmee duurzaam worden versterkt. Amsterdam en Almere moeten zich binnen deze as ontwikkelen tot dubbelstad met het IJmeer als centraal (water)park.

De projecten uit het huidige Noordvleugelprogramma passen volgens de raden goed binnen de voornoemde metropolitane ontwikkeling en dienen voortvarend uitgevoerd te worden. Die ontwikkeling vereist echter ook een groenblauwe kwaliteitsimpuls en een hoogwaardig openbaarvervoersysteem. Daarom adviseren de raden hiervoor planstudies te starten en middelen te reserveren. Tot slot adviseren zij dat rijk, regio, maatschappelijke stakeholders en bedrijfsleven samen werken aan een duurzame ontwikkelingsstrategie en deze neerleggen in een structuurvisie.

Adviesrelatie: 
sitecontent: 

Briefadvies Noordvleugel

Subtitel: 
Briefadvies over het Nota Ruimte programma voor de Noordvleugel van de Randstad
Adviesnummer: 
Te bestellen: 
ja

Na eerder “tussentijdse bevindingen” te hebben uitgebracht, hebben de Raad voor Verkeer en Waterstaat en de VROM-raad op 31 mei 2006 gezamenlijk een advies uitgebracht over het zogenoemde Noordvleugelprogramma aan de Ministers Peijs en Dekker.

Adviestype: 
sitecontent: 

De Raad voor Verkeer en Waterstaat en de VROM-raad adviseren het Kabinet de as Haarlemmermeer-Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad te ontwikkelen tot een zeer divers en excellent ontsloten woon-, werk en verblijfsgebied met internationale allure. De internationale concurrentiepositie van de Randstad moet duurzaam worden versterkt. Amsterdam en Almere moeten zich binnen deze as ontwikkelen tot dubbelstad met het IJmeer als centraal (water)park.
De projecten uit het huidige Noordvleugelprogramma passen volgens de raden goed binnen de voornoemde metropolitane ontwikkeling en dienen voortvarend uitgevoerd te worden. Die ontwikkeling vereist echter ook een groenblauwe kwaliteitsimpuls en een hoogwaardig openbaarvervoersysteem. Daarom adviseren de raden hiervoor planstudies te starten en middelen te reserveren.Tot slot adviseren zij dat rijk, regio, maatschappelijke stakeholders en bedrijfsleven samen werken aan een duurzame ontwikkelingsstrategie en deze neerleggen in een structuurvisie.

Deze adviezen en aanbevelingen zijn een antwoord op de vraag van Minister Peijs van Verkeer en Waterstaat en haar collega Dekker van VROM. Zij vroegen de raden een half jaar geleden gezamenlijk te adviseren over het rijksprogramma Noordvleugel.

Het briefadvies Noordvleugel is in mei 2006 uitgebracht.

Overige bijlagen: 
Oorspronkelijke url: 
http://www.raadvenw.nl/extdomein/raadvenw/Publicaties/Adviezen/2006/noordvleugeladvies.aspx#0