Raad VenW

Verantwoorde risico's, veilige ruimte

Subtitel: 
Gezamenlijke uitgave van de Raad voor Verkeer en Waterstaat en de VROM-raad
Adviesnummer: 
Te bestellen: 
ja

In dit advies geven de VROM-raad en de Raad voor Verkeer en Waterstaat aan dat verantwoordelijkheden voor externe veiligheid veel duidelijker moeten worden neergelegd bij betrokken partijen. Bovendien moet afgedwongen worden dat die verantwoordelijkheden ook genomen worden.

Adviestype: 
sitecontent: 

Aanleiding

Het advies is een gezamenlijke uitgave van de Raad voor Verkeer en Waterstaat (RVW) en de VROM-raad. Beide raden hebben het onderwerp op eigen initiatief in hun werkprogramma’s opgenomen naar aanleiding van de constatering dat grote ruimtelijke projecten, zoals de sleutelprojecten, steeds vaker vertraagd worden door externe-veiligheidsproblemen. Daartegenover staat dat in andere gevallen oprukkende bebouwing ertoe leidt dat de externe veiligheid rond risicobronnen afneemt. De toenmalige ministers van Verkeer en Waterstaat en VROM hebben de opneming op de werkprogramma’s goedgekeurd, maar zijn niet tot een schriftelijke adviesaanvraag overgegaan. Het advies is een coproductie van beide raden omdat hun werkvelden op dit onderwerp sterk verweven zijn.

Inhoud advies

Het advies is op 4 juni 2003 aan de bewindspersonen van Verkeer en Waterstaat en VROM aangeboden.

Probleemanalyse

De reeds bestaande spanning tussen ruimtelijke ontwikkeling en externe veiligheid wordt groter. Rijk en gemeenten schrijven intensief ruimtegebruik voor, onder andere bij stedelijke knooppunten. Het Nationaal Milieubeleidsplan 4 daarentegen stelt strengere eisen aan externe veiligheid, dus eist soms meer ruimte tussen risicobronnen en kwetsbare bestemmingen, zoals wonen. Dat botst en maakt vaak keuzes nodig tussen risicobron en ruimtelijke ontwikkeling. De betrokken partijen maken die keuzes echter vaak niet of stellen ze uit. Oorzaken daarvan zijn onvoldoende verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden, problematische normhantering en normstelling, discrepantie tussen beleidsdoelen en mogelijkheden om deze doelen te verwezenlijken en ten slotte verschillende percepties van en opvattingen over risico’s in de maatschappij.

Perspectief van de raden

We moeten accepteren dat we in een risicosamenleving leven: het is niet mogelijk om risico’s tot nul te reduceren.We moeten echter wel werken aan een continue verbetering van de externe veiligheidssituatie tot een redelijk en verantwoord niveau. Dat moet aantoonbaar zijn door transparante besluitvorming en goede risicocommunicatie. Om de genoemde patstelling te doorbreken moeten verantwoordelijkheden en bevoegdheden veel duidelijker worden toegedeeld aan de diverse partijen. Ga daarbij uit van drie domeinen: ‘bronnen in ketens’, ‘transport in netwerken’ en ‘veiligheid op locatie’.

Degenen die gevaarlijke stoffen produceren, transporteren en gebruiken moeten er allereerst voor zorgen dat de risicobronnen zo veilig mogelijk zijn. Beheerders van het wegen- of spoorwegennet waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, moeten ervoor zorgen - en daarvoor ook de bevoegdheden en de instrumenten krijgen - dat vervoer zo veilig mogelijk kan plaatsvinden. Dat kan bijvoorbeeld met behulp van routeringen, venstertijden en maximum snelheden. Deze partijen moeten in een doelgroep benadering permanent werken aan reductie van risico’s, waardoor ruimte ontstaat voor stagnerende plannen. Het rijk stelt daarvoor houdbare en handhaafbaredoelen, legt taken op en maakt afspraken met de partijen.

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het waarborgen van een acceptabel veiligheidsniveau voor burgers ten gevolge van het totaal aan risicovolle activiteiten waaraan zij blootgesteld zijn. In het huidige beleid is alleen oog voor de per activiteit veroorzaakte risico’s. De lagere overheden krijgen in het voorstel van de raden tot op zekere hoogte de ruimte om zelf de toelaatbare risico’s in hun gebied te bepalen, met dien verstande dat er een landelijk vastgestelde ondergrens gaat gelden, het basisveiligheidsniveau. De geadviseerde aanpak zal ertoe leiden dat op de meeste plaatsen een veel beter veiligheidsniveau ontstaat dan deze absolute ondergrens.

Bedrijven die met gevaarlijke stoffen werken, beheerders van het wegen- of spoorwegennet en gemeenten hebben elk hun eigen belangen. In de praktijk zullen deze lang niet altijd parallel lopen. Om te voorkomen dat ze elkaar tegenwerken en risico’s afwentelen is een regie nodig. Deze nieuwe instantie neemt geen bevoegdheden over van bestaande instanties, maar brengt gezaghebbende openbare adviezen uit aan de betrokken partijen en het rijk.

Reactie en doorwerking

Pas in de loop van 2004 zal de schriftelijke kabinetsreactie op het advies verschijnen. Wel is reeds bij diverse gelegenheden door bewindspersonen en van ambtelijke zijde aangegeven dat het advies in hoofdlijnen wordt onderschreven. Van regelrechte doorwerking is reeds sprake in het kader van de externe veiligheid rond Schiphol, een onderwerp dat in het advies niet als zodanig is behandeld, maar waarvan in het advies wel is gesteld dat de visie en de aanbevelingen in het advies ook in het kader van de luchthavens bruikbaar zijn. In zijn brief over de Planologische kernbeslissing Schiphol en omgeving van 4 november 2003 aan de voorzitter van de Tweede Kamer heeft staatssecretaris Van Geel aangegeven dat een standstill voor het groepsrisico rond Schiphol niet uitvoerbaar is. Er zal nu een alternatieve aanpak voor het groepsrisico plaatsvinden mede gebaseerd op de aanbevelingen in het advies tot gebiedsgerichte toespitsing en een basisveiligheidsniveau. Ook het rapport ‘Nuchter omgaan met risico’s’ van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, gevraagd door staatssecretaris Van Geel, past qua hoofdlijn in het advies van de raden.

Publiciteit

Aan de nazorg van het advies is veel aandacht besteed. Het advies is toegelicht bij de Vaste Kamercommissie voor VROM van de Tweede Kamer. Op vrijdag 13 juni 2003 is een debat met doelgroepen van het advies gehouden. Op basis van de persconferentie en het persbericht is in vele landelijke en regionale dagbladen, week- en vakbladen aandacht aan het advies besteed. Externe veiligheid bleef ook na de publicatie van het advies in de publiciteit en het advies kreeg in dat verband geregeld aandacht. Bij verscheidene doelgroepen is het advies afzonderlijk gepresenteerd en is de discussie aangegaan. Verder zijn enkele artikelen gepubliceerd, waaronder in de Staatscourant. Ook is het advies uitgedragen op congressen en symposia.

Oorspronkelijke url: 
http://www.raadvenw.nl/extdomein/raadvenw/Publicaties/Adviezen/2003/Verantwoorderisicosveiligeruimte.aspx#0

Bewust mobiel' 'beter bereikbaar!'

Subtitel: 
Perspectief op bereikbare mobiliteit in het personenvervoer
Adviesnummer: 
Te bestellen: 
ja

Nederland kampt met ernstige problemen op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid. Om in te spelen op de toenemende vraag is een samenstel van maatregelen nodig op de korte en langere termijn. Onmisbare componenten van dit bereikbaarheidspakket zijn: betere informatievoorziening, een mobitarief, mobiliteitsfondsen en intensievere regionale samenwerking. Dat stelt de Raad voor Verkeer en Waterstaat in zijn advies “Bewust mobiel, beter bereikbaar!”.

Adviestype: 
Raad: 
sitecontent: 

De files lijken elke dag langer te worden, vooral in en rond de steden. Het kost meer tijd om ergens te komen. Als we niets doen, slibt Nederland dicht. Mobiliteit en bereikbaarheid zijn twee kanten van dezelfde medaille. Langs meerdere wegen zijn beide vatbaar voor verbetering. Geen aanbodgedreven, maar vraaggestuurde verkeers- en vervoersvoorzieningen bieden een oplossing. Regionalisering, eerlijk beprijzen en transparantie zijn daarbij sleutelwoorden.

  • Op regionaal niveau zijn veelbelovende vormen van samenwerking van de grond te tillen.
  • Belast het gebruik van de infrastructuur in plaats van het voertuigbezit. Zo valt er dynamisch en eerlijker te beprijzen dan via de statische manier die nu gangbaar is.
  • Maak keuzemogelijkheden en de consequenties daarvan transparant. Zo kunnen gebruikers pas echt kiezen.

De Raad voor Verkeer en Waterstaat heeft het advies ‘Bewust mobiel, beter bereikbaar’ in januari 2003 uitgebracht.

Oorspronkelijke url: 
http://www.raadvenw.nl/extdomein/raadvenw/Publicaties/Adviezen/2003/Bewustmobielbeterbereikbaar.aspx#0

De overheid is geen geluksfabriek

Adviesnummer: 
Te bestellen: 
ja

Essay van prof.dr. C.J. Zwart (raadslid periode 1997-2001) over een andere overheid die past in de tijdgeest van spontane dynamiek in de samenleving en een geritualiseerde democratie

Adviestype: 
Raad: 
sitecontent: 

In dit essay "De overheid is geen geluksfabriek" komt de vraag aan de orde in hoeverre de spontane dynamiek in de samenleving en de geritualiseerde democratie elkaar thans nog aanvullen dan wel in de weg zitten. In een terugblik op de afgelopen decennia wordt het `verhaal` verteld over de onderlinge wisselwerking. Dit verhaal leidt tot het inzicht dat we een andere overheid nodig hebben. Voordat het zover is zal er dan eerst wel anders gedacht moeten worden. Wat dit kan opleveren is uitgewerkt in een proeve van heroriëntatie.

De Raad voor Verkeer en Waterstaat heeft dit advies in augustus 2001 uitgebracht.

Oorspronkelijke url: 
http://www.raadvenw.nl/extdomein/raadvenw/Publicaties/Adviezen/2001/Deoverheidisgeengeluksfabriek.aspx#0

Denklijnen voor het Noorden en overig Nederland

Subtitel: 
Advies over een snelle verbinding tussen het Noorden en de Randstad
Adviesnummer: 
Te bestellen: 
ja

De Raad voor Verkeer en Waterstaat en de VROM-raad vinden de tijd nog niet rijp voor een principebesluit tot realisatie van een magneetzweefbaan tussen het Noorden en de Randstad. De raden vinden dat er tot nu toe te weinig is gekeken naar de plaats van zo`n lijn in het bredere verband van nationale en internationale vervoersystemen. Bovendien is te weinig aandacht besteed aan de veranderingen die een dergelijke lijn in de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland teweeg zou brengen.

Adviestype: 
sitecontent: 

In 1998 hebben het kabinet en het bestuurlijk Samenwerkingsverband Noord-Nederland afspraken gemaakt over de realisatie van een snelle verbinding tussen de Randstad en het Noorden, hierna aangeduid als SV-noord. Deze afspraken zijn bevestigd in het regeerakkoord van datzelfde jaar. Begin 2001 is de 'Verkenning Zuiderzeelijn' naar zes alternatieven voor S(nelle) V(erbinding)- noord afgerond. In een brief van 23 maart 2001 informeerde de minister van Verkeer en Waterstaat de Tweede Kamer over het Kabinetsbesluit inzake een vervolgtraject van aanvullende studie en overleg dat eind 2001 moet leiden tot een keuze uit de alternatieven. De brief gaf tevens een nieuwe formulering van de doelen van een SV-noord. Behalve om de in 1998 centraal gestelde stimulering van de regionale economie van het Noorden gaat het volgens het kabinet ook om verbetering van het evenwicht in de sociaal-economische situatie en de ruimtelijke ontwikkelingen in Nederland alsmede om sturing van de ruimtelijke ontwikkelingen. Uitgangspunt bij dit laatste is het beleid zoals neergelegd in de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening en het Nationaal Verkeers- en Vervoerplan.

Omdat het kabinet in het voorjaar 2001 een principebesluit zou nemen over een snelle ovverbinding naar het Noorden heeft de minister van VROM de VROM-raad (mondeling) in maart 2001 gevraagd een spoedadvies uit te brengen. Kabinetsberaad over de adviesaanvraag heeft daarna tot de conclusie geleid dat de 'Verkenning Zuiderzeelijn' meer analyse en overleg vraagt. Het principebesluit is toen verschoven naar eind 2001. De adviesaanvraag is vervolgens gericht aan zowel de VROM-raad als de Raad voor verkeer en waterstaat (Rvw) voor een gezamenlijk advies. Doordat de beslissing uitgesteld werd, was er ruimte om ook de Raad voor verkeer en waterstaat de gelegenheid te geven zich op de materie te oriënteren. De VROM- raad had zich al verdiept in de materie in verband met de vraag voor een spoedadvies in maart. Tijdens de aanvankelijk gescheiden adviestrajecten van beide raden heeft op secretariaatsniveau wel regelmatig afstemming plaatsgevonden. Op raadsniveau hebben delegaties van de beide raden en hun werkgroepen afstemmingsoverleg gevoerd over de opzet en de inhoud van het gezamenlijk uit te brengen advies. Dit heeft op 11 juli 2001 geleid tot het uitbrengen van een gezamenlijk advies aan de ministers Pronk en Netelenbos. De hoofdconclusie luidt dat:

de raden de tijd nog niet rijp vinden voor een principebesluit tot realisatie van een magneetzweefbaan tussen het Noorden en de Randstad. Ze vinden dat er tot dan toe te weinig is gekeken naar de plaats van zo'n lijn in het bredere verband van nationale en internationale vervoersystemen. Bovendien is te weinig aandacht besteed aan de verandering die een dergelijke lijn in de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland teweeg zou brengen.

De raden zijn van mening dat de discussie over SV-noord veel explicieter geplaatst moet worden binnen de strategische keuze voor magneetzweeftechniek als sleutel voor innovatie van het nationaal vervoerssysteem danwel voor aansluiting bij conventionele systemen, waaronder HSL, die hun waarde hebben bewezen en aansluiten bij het ruimtelijk beleid. Ze vinden systeeminnovatie, mede door de daarmee verbonden kansen voor procesinnovatie c.q. versterking van marktwerking en verzwaring van de rol van marktpartijen, zeer interessant en bevelen initiatieven in deze richting aan.

Deze initiatieven zullen zich moeten richten op de meest kansrijke 'modules' van een eventueel toekomstig magneetzweeftechniek-systeem. Te denken valt aan onderdelen van een toekomstig Rondje Randstad of directe aantakkingen daarvan (b.v. Schiphol-Almere/Lelystad). SV-noord ligt als startmodule van een dergelijk systeem niet voor de hand. Een dergelijk project heeft in een geïsoleerde opzet te weinig interne potenties en is op zichzelf ook onvoldoende effectief, rekening houdend met de door het kabinet geformuleerde doelen. Het project zou wel een uitbreiding van het suburbane veld van de Randstad naar het Noorden teweeg kunnen brengen. Een dergelijke uitbreiding vraagt heroverweging van het bestaande beleid en zal nader moeten worden afgewogen tegen mogelijkheden om binnen de Randstad zelf te voorzien in extensieve, blauwgroene woonmilieu's.

Een keuze voor de magneetzweeftechniek voor SV-noord is een optie in samenhang met een keuze voor de magneetzweeftechniek binnen de Randstad. Analyse (w.o. een business case) van de potenties van een meer uitgebouwd magneetzweeftechniek-systeem kan een nieuw licht werpen op de ratio van een magneetzweeftechniek-keuze voor SV-noord. Vooruitlopend daarop ligt een optimalisatie van het bestaande vervoerssysteem in de relatie tussen het Noorden en de Randstad het meest voor de hand. De raden denken daarbij primair aan verhoging van de reissnelheid op het Hanzelijn-tracé, zo mogelijk te benutten voor een verlenging van Hogesnelheidslijn(HSL)-zuid. Uitbouw tot een volwaardige, internationale HSL-noord blijft een langetermijnoptie die nader tegen een magneetzweeftechniek-optie afgewogen zal moeten worden. Het Zuiderzeelijn-tracé blijft voor beide opties het meest kansrijk.

  • De afweging van de raden heeft een in hoge mate tentatief karakter. Voor het vervolgproces komen de raden tot de volgende aanbevelingen:
    plaats de SV-noord-alternatieven in meer strategische keuzemogelijkheden voor de ruimtelijkeconomische, ruimtelijk-sociale en ruimtelijk-culturele ontwikkeling op regionale, nationale en internationale schaal en voor de daarmee samenhangende alternatieven op het niveau van vervoerssystemen;
  • ontwikkel een stappenplan, leidend tot een meer procesmatige ontwikkeling 940 van de bereikbaarheid van het Noorden in relatie tot bereikbaarheidsverhoudingen binnen Nederland en west-Europa en een daarvan af te leiden ontwikkelingsprogramma van vervoersnetwerken;
  • bied ruimte voor systeem- en procesinnovatie in het vervoer en de daarmee verbonden ruimtelijke ontwikkeling rond knooppunten; committeer daartoe marktpartijen aan strategische beleidskeuzen;
  • bezie de mogelijkheden om op beperkte schaal ervaring op te doen met magneetzweeftechniek en daarmee verbonden, publiek-private ontwikkeling, als eerste binnen de Randstad; een nieuwe verbinding tussen Schiphol en Almere/Lelystad is daarvoor een interessante mogelijkheid;
  • bezie de mogelijkheden van een doortrekking van HSL-zuid naar het Noorden, over bestaand spoor (inclusief Hanzelijn) of Zuiderzeelijn-tracé als eerste stap in een proces van verbetering van de relatieve bereikbaarheid van het Noorden;
  • plaats het internationaal overleg over een eventuele HSL-noord binnen het kader van een visie op het Trans-Europese vervoernetwerk voor de langere termijn;
  • maak een principebesluit inzake SV-noord tot inzet van een project-PKB met een milieueffectrapportage.

Naast voorgaand gezamenlijk advies hebben beide raden in een bijlage een eigen beschouwing toegevoegd, op basis waarvan het gezamenlijk advies tot stand is gekomen. Het gezamenlijk advies bepleit een meer strategische benadering van een majeur project als SV-noord. Daarvan uitgaande zijn de VROM-raadsbeschouwingen met name gericht op relevante strategische denkrichtingen voor de ruimtelijke ontwikkeling en het milieubeheer. Tegen de achtergrond daarvan worden de SV-noord-alternatieven vervolgens getypeerd en gewogen. Voor de in beschouwing te nemen alternatieven is nauw aangesloten bij de adviesaanvraag. Bij die alternatieven zijn enkele kanttekeningen geplaatst, maar deze doen niet af aan het pleidooi in de beschouwingen van de Rvw voor alternatieven in termen van alternatieve, geïntegreerde vervoersystemen. De VROMraadsbeschouwingen laten zich daar goed mee combineren. De VROM-raad is van mening dat de volgende vijf strategieën de voornaamste opties zijn om het eerste van de achterliggende doelen van een SV-noord - economische stimulering van het Noorden - binnen bereik te brengen:

  • groeipoolontwikkeling;
  • corridorontwikkeling;
  • uitbreiding stedelijk netwerk;
  • uitbreiding suburbane veld;
  • versterking plattelandsontwikkeling.

Op grond van een kwalitatieve beoordeling van de effectiviteit van voorgaande strategieën, concludeert de VROM-raad, dat groeipool- en corridor-ontwikkeling weinig perspectief bieden. Deze conclusie komt goed overeen met de conclusies van de Verkenning Zuiderzeelijn. De werkgelegenheidseffecten van de SV-noord-alternatieven worden daarin op ten hoogste 5% van de autonome groei geraamd.

De suburbane effecten die de VROM-raad vooral van de snelle SV-noord-alternatieven (magneetzweeftechniek en HSL) verwacht, komen daarentegen niet overeen met de uitkomsten van de Verkenning. Volgens de Verkenning gaat het om hooguit 3.000 woonmigranten voor het Noorden als geheel, hetgeen niet meer is dan zo'n 1,5% van de autonome bevolkingsgroei.
Wellicht speelt de bereikbaarheid van de halteplaatsen hierin een rol. In elk geval komt NYFER1 tot aanzienlijk hogere ramingen van de vraagtoename op de woningmarkt.
In de effecten van een strategie van versterkte plattelandsontwikkeling ten slotte geeft de Verkenning Zuiderzeelijn geen inzicht.

Oorspronkelijke url: 
http://www.raadvenw.nl/extdomein/raadvenw/Publicaties/Adviezen/2001/Denklijnenvoorhetnoordenenoverignederland.aspx#0

Orkestreren op maat

Subtitel: 
Advies over technologische vernieuwing: de rol van het ministerie van Verkeer en Waterstaat
Adviesnummer: 
Te bestellen: 
ja

Betere inzet van technologie door orkestrerende overheid. Een orkestrerende overheid kan zorgen voor een succesvollere inzet van technologie bij de vraagstukken van Verkeer en Waterstaat. Op dit moment blijft veel technologische potentie onbenut omdat de organisatie van het innovatieproces te versnipperd is. Van de vele goede ideeën worden er zodoende te weinig grootschalig ingevoerd.

Adviestype: 
Raad: 
sitecontent: 

De Raad beveelt minister Netelenbos (verkeer)aan een heldere visie te formuleren, experimenten met durf te ondersteunen en te zorgen voor een juiste mix van aanvullend beleid.De Raad voor Verkeer en Waterstaat heeft het advies ‘Orkestreren op maat’ in juni 2001 uitgebracht.

Oorspronkelijke url: 
http://www.raadvenw.nl/extdomein/raadvenw/Publicaties/Adviezen/2001/Orkestrerenopmaat.aspx#0

Van modal split naar modal merge

Subtitel: 
Advies over de toekomst van het regionaal verkeer en vervoer
Advies bestand: 
Adviesnummer: 
Te bestellen: 
ja

Mobiliteitsbureaus voor slimmere vervoeroplossingen. Nieuw op te richten regionale mobiliteitsbureaus dragen bij aan een samenhangend en innovatief verkeers- en vervoernetwerk in de regio, dat aansluit bij de wensen van de consument en tegelijk rekening houdt met publieke belangen zoals veiligheid en milieu. Dit concludeert de Raad voor verkeer en waterstaat in zijn advies `Van modal split naar modal merge’ dat in maart 2001 is uitgebracht.

Adviestype: 
Raad: 
sitecontent: 
Oorspronkelijke url: 
http://www.raadvenw.nl/extdomein/raadvenw/Publicaties/Adviezen/2001/Vanmodalsplitnaarmodalmerge.aspx#0

NVVP: ja, mits

Subtitel: 
Advies inzake het Beleidsvoornemen NVVP, Nationaal Verkeers- en Vervoersplan 2001-2020
Advies bestand: 
Adviesnummer: 
Te bestellen: 
ja

In zijn reactie op het recent door het kabinet gepubliceerde NVVP, Nationaal Verkeers- en Vervoersplan, noemt de Raad voor verkeer en waterstaat als belangrijke belemmeringen in het mobiliteitsvraagstuk: de overheid benadert het verkeer en vervoerssysteem niet in zijn totaliteit, het rijk neemt nog altijd een erg centrale en dominante positie in en gebruikers van vervoersdiensten en infrastructuur hebben geen inzicht in de werkelijke kosten van mobiliteit. Het NVVP zet volgens de Raad stappen in de goede richting om deze belemmeringen op te heffen, maar wat ontbreekt is een helder toekomstbeeld.

Adviestype: 
Raad: 
sitecontent: 
Oorspronkelijke url: 
http://www.raadvenw.nl/extdomein/raadvenw/Publicaties/Adviezen/2000/NVVPjamits.aspx#0

Communicatie à la carte

Subtitel: 
Advies over convergentie van telecommunicatiemarkten en -infrastructuren
Adviesnummer: 
Te bestellen: 
ja

Raad bepleit ruimte voor nieuwe communicatie. De grenzen tussen infrastructuren zoals telefoondraad, kabel en ether vervagen (convergentie) en de bandbreedte van netwerken neemt toe. Daardoor ontstaat een scala aan diensten en gebruiksmogelijkheden van elektronische communicatie. Economie, samenleving en burger kunnen grote voordelen hebben van convergentie, maar dan moet convergentie wel de ruimte krijgen.

Adviestype: 
Raad: 
sitecontent: 
Oorspronkelijke url: 
http://www.raadvenw.nl/extdomein/raadvenw/Publicaties/Adviezen/2000/Communicatiealacarte.aspx#0

Veiligheid, een zorg van bestuurders

Subtitel: 
Advies over veiligheid voor verkeer en water
Adviesnummer: 
Te bestellen: 
ja

Raad voor verkeer en waterstaat pleit voor krachtiger overheidsingrijpen in de veiligheid op de weg. Het aantal verkeersslachtoffers op de weg kan drastisch omlaag als de wegverkeersveiligheid wordt aangepakt op een niet vrijblijvende manier, zoals dat al gebruikelijk is op andere werkterreinen van V&W. In dit advies presenteert de RVW een visie op het veiligheidsbeleid van V&W en een drietal aanbevelingen, die worden uitgewerkt voor luchtvaart, spoor, scheepvaart, wegverkeer, ondergronds transport en waterkeringen.

Adviestype: 
Raad: 
sitecontent: 
Oorspronkelijke url: 
http://www.raadvenw.nl/extdomein/raadvenw/Publicaties/Adviezen/2000/Veiligheideenzorgvoorbestuurders.aspx#0

Een postmarkt zonder grenzen

Subtitel: 
Advies liberalisering van de postmarkt
Adviesnummer: 
Te bestellen: 
ja

Pleidooi voor snelle liberalisering postmarkt in Europa De Raad voor verkeer en Waterstaat pleit voor een snelle en volledige liberalisering van de postmarkt in Europa in het advies 'Een postmarkt zonder grenzen'. Het relatieve belang van post voor de samenleving neemt af door de toegenomen alternatieven zoals e-mail en internet.

Adviestype: 
Raad: 
sitecontent: 
Oorspronkelijke url: 
http://www.raadvenw.nl/extdomein/raadvenw/Publicaties/Adviezen/2000/Eenpostmarktzondergrenzen.aspx#0