overig

Van individuele subsidies naar een beursmodel voor groene diensten

Groene diensten door agrarische ondernemers en andere grondgebruikers bieden goede mogelijkheden om natuur, landschap, cultuurhistorie en recreatie in het landelijk gebied te versterken. Het huidige stelsel van individuele subsidies voor groene diensten moet dan wel ingeruild worden voor het sluiten van gebiedscontracten die in vrije onderhandelingen tussen vragers en aanbieders tot stand komen: het beursmodel. Dit stelt de Raad voor het Landelijk Gebied op 25 juli 2002 in zijn advies 'Groene diensten: van ondersteunen naar ondernemen' aan minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Een dergelijk systeem kan in 2006 breed ingevoerd worden. Naar schatting zijn de kosten voor groene diensten in 2006 ongeveer 300 miljoen euro per jaar. In 2003 is 25 miljoen euro nodig voor experimenten. De recent gelanceerde voorstellen van Eurocommissaris Fischler voor herziening van het Europees landbouwbeleid bieden meer ruimte voor groene diensten. Deze ruimte moet benut worden voor het door de raad voorgestelde beursmodel.

De Raad voor het Landelijk Gebied adviseert via een beursmodel vorm te geven aan groene diensten zoals landschapsonderhoud en het openstellen van gebieden. De ontwikkeling van een systeem van groene dienstverlening vereist een gebiedsgebonden, concrete formulering van de vraag, een professioneel georganiseerd aanbod en een goed mechanisme om vraag, aanbod en financiering van groene diensten effectief aan elkaar te koppelen. Dit wordt bereikt met het beursmodel waarin intermediairs vraag en aanbod bij elkaar brengen en concurrentie tussen aanbieders van groene diensten mogelijk is.

Raad: 
Adviesrelatie: 
sitecontent: 

Meer regio, minder regels, meer resultaat

Minder regels, en meer ruimte en verantwoordelijkheid voor provincie, regio en maatschappelijke organisaties. Dit laat de Raad voor het Landelijk Gebied op 22 juli 2002 weten in zijn advies over het Tweede Structuurschema Groene Ruimte aan minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. De raad adviseert een drastische vereenvoudiging van het beleid voor de groene ruimte en vrij fundamentele wijzigingen ten aanzien van de doorwerking en de financiering ervan. De raad onderschrijft wel de doelstellingen en het hoge ambitieniveau van het beleid, dat in het Tweede Structuurschema is geformuleerd.

Drastische vereenvoudiging van het beleid nodig

Het beleid voor het landelijk gebied is veel te ingewikkeld. Behalve het Structuurschema Groene Ruimte zijn er nog veel meer beleidsnota's en uitvoeringsprogramma's. Er is een doolhof ontstaan waarin niemand meer de weg weet. De raad adviseert het geheel van doelen, beleidscategorieën en instrumenten drastisch te vereenvoudigen, niet alleen bij het ministerie van LNV maar ook bij andere ministeries. Het beleid moet vervolgens in één nota worden opgeschreven.

Raad: 
Adviesrelatie: 
sitecontent: 

Kennis meer richten op ecologische basis voedsel en groen

In het onderzoek en het onderwijs voor voedsel en groen moeten andere accenten worden gelegd. Om het vertrouwen van consumenten in de voedselveiligheid te herstellen moet de noodzakelijke technologische kennis zich meer baseren op de ecologische basis van voedsel en groen. Technologieontwikkeling moet ook veel meer ingebed worden in kennis van de samenleving. Dat schrijft de Raad voor het Landelijk Gebied op 25 april 2002 aan minister Brinkhorst van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in zijn advies over de Nederlandse Food Delta.

De Raad voor het Landelijk Gebied, het vaste adviescollege van de minister en staatssecretaris van LNV, zegt in zijn advies dat onderzoek en kennis zich te lang eenzijdig hebben gericht op techniek en het bestrijden van problemen met 'end of pipe' oplossingen. De titel van het advies is 'Terug op de grond en weer tussen de mensen'. Hiermee geeft de raad twee hoofdboodschappen:

Raad: 
Adviesrelatie: 
sitecontent: 

Bouwen en soortbescherming geen onoplosbaar conflict

Het behoud van planten- en diersoorten is goed te combineren met de gewenste sociale en economische ontwikkelingen. Dit is de conclusie uit het advies dat de Raad voor het Landelijk Gebied op 23 april 2002 heeft aangeboden aan de staatssecretaris van LNV, mevrouw Faber. De RLG stelt dat de oplossing van het conflict tussen ecologische en economische belangen is te realiseren zonder onevenredige hoge kosten of vertraging van bouwprojecten.

De Raad voor het Landelijk Gebied constateert in haar advies over soortenbeleid 'Voorkomen is beter...', dat gewenste investeringen in wonen werken en infrastructuur hand in hand kunnen gaan met instandhouden en herstellen van soorten. Hiervoor is het noodzakelijk dat het soortenbeleid in het totale overheidsbeleid wordt geïntegreerd, de organisatie van de uitvoering drastisch wordt aangepakt en beschikbare middelen gerichter wordt ingezet.

Raad: 
Adviesrelatie: 
sitecontent: 

Vijfde Nota behoeft op essentiële punten verbetering

De Tweede Kamer behandelt binnenkort de regeringsbeslissing over de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening. De Raad voor het Landelijk Gebied, het adviescollege van kabinet en parlement op het gebied van landbouw, natuur, landschap en recreatie, adviseert de Tweede Kamer de Vijfde Nota te vereenvoudigen en in de uitvoering het landelijk gebied meer aandacht te geven. Dit schrijft de raad in zijn advies van 20 februari 2002. De raad vindt dat er in de Vijfde Nota te veel verschillende nieuwe soorten gebieden worden geïntroduceerd. Het is niet helder wat precies de verschillen zijn en welke verschillende regels er gelden.

De raad pleit daarom voor het beperken van het aantal gebiedscategorieën en voor het verhelderen en vereenvoudigen van de verschillende wettelijke regels voor de natuurgebieden. Het onderscheid tussen de nieuwe gebiedscategorieën 'nationale' en 'provinciale' landschappen kan volgens de raad vervallen. De raad geeft ook in overweging deze nieuwe begrippen helemaal niet te introduceren maar de bestaande en goed ingeburgerde term 'waardevolle agrarische cultuurlandschappen' (WCL) te blijven gebruiken.

Raad: 
Adviesrelatie: 
sitecontent: 

Biologische landbouw heeft toekomst

'Kansen voor de biologische landbouw', het advies van de Raad voor het Landelijk Gebied over het toekomstperspectief voor de biologische landbouw tot 2015, is vanmiddag door de voorzitter van de raad, de heer Vonhoff, aan minister Brinkhorst van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij overhandigd. De minister wilde het advies, ondanks de druk die MKZ-crisis veroorzaakt, persoonlijk in ontvangst nemen op een toepasselijke plek: een grote Konmar-supermarkt in Rijswijk.

De Raad voor het Landelijk Gebied is optimistisch over de ontwikkelingskansen voor de biologische landbouw in Nederland. Maar, zo stelt de raad, het zal allemaal niet vanzelf gaan. Met een te afwachtende houding zullen de kansen - die er juist nu zijn - onvoldoende worden benut en loopt de ontwikkeling van de biologische sector onnodige vertraging op.

Raad: 
Adviesrelatie: 
sitecontent: 

Een 'natuuroffensief' vergt méér dan alleen extra geld

De natuur vraagt extra aandacht. Terecht wil de Tweede Kamer dat de regering in de aanval gaat met een 'natuuroffensief'. Maar er is méér nodig dan alleen extra geld voor een snellere uitvoering van bestaande plannen, zoals de aanleg van grote aaneengesloten natuurgebieden in de Ecologische Hoofdstructuur. Oók de wijze van afweging en besluitvorming moet veranderen. In alle overheidssectoren en op alle bestuursniveaus moet de natuur meer vanzelfsprekend 'tussen de oren" komen te zitten om recht te doen aan de verwachtingen die de samenleving heeft van het omgaan met natuur. Alleen dan kan worden voorkomen dat aan de ene kant wordt afgebroken wat aan de andere met behulp van veel geld wordt opgebouwd. De samenleving verliest anders het vertrouwen in de overheid als hoeder van de natuur. Dat ondermijnt de aanwezige betrokkenheid en vaak vrijwillige inzet van vele mensen in Nederland.

Dit schrijft de Raad voor het Landelijk Gebied, het belangrijkste adviesorgaan van de regering op het terrein van landbouw, natuurbeheer, recreatie en visserij, in het advies: 'De natuur van het draagvlak' dat vandaag aan staatssecretaris Geke Faber van Natuurbeheer is uitgebracht.

Raad: 
Adviesrelatie: 
sitecontent: 

Hokjesgeest belemmert ontwikkeling landelijk gebied

Veel tijd, geld en energie wordt ingezet op allerlei sectoraal beleid dat niet of onvoldoende effectief is en soms de ontwikkeling zelfs in de weg staat. Mogelijkheden voor combinaties van beleidsdoelen en ruimtegebruik worden onvoldoende gebruikt. Intussen verkleinen woningbouw, de aanleg van wegen, spoorlijnen en havens, bedrijfsvestiging en de bouw van recreatiewoningen en voorzieningen het landelijk gebied waarin juist steeds meer moet gebeuren: extensivering en reconstructie van de landbouw in verband met milieubelasting en dierenwelzijn, uitbreiding en verbetering van de natuur, ruimte voor grootschalige waterberging en vanzelfsprekend moet het gebied worden ontsloten en gebruikt voor recreatie. En dat wringt. Er is dus alle reden voor een integrale aanpak: voor integratie in het beleid én in het gebruik van de schaarse ruimte. Maar dat komt nog onvoldoende van de grond, want ook bestuurlijk gesproken is het landelijk gebied een omstreden gebied, met spanningen tussen top-down ingrijpen en ruimte geven aan lokaal initiatief, tussen sectoraal beleid en een brede geïntegreerde aanpak, tussen departementen, tussen rijk en andere overheden. Geïntegreerd beleid moet niet langer alleen met de mond worden beleden. Er moet een 'integratie-toets' komen voor alle in te zetten beleid, instrumenten en subsidies en er moet ruimte worden geboden aan een grotere lokale inbreng via een 'lokale kwaliteitsbenadering'. Dat moet een belangrijk punt worden in de Vijfde Nota.

Dit constateert de Raad voor het Landelijk Gebied (RLG) - het belangrijkste adviescollege van de minister van LNV en adviseur van de regering aangaande het landelijk gebied - in zijn advies 'Het belang van samenhang' over ontwikkeling, afstemming en integratie in het landelijk gebied, gevraagd door de ministers Brinkhorst (LNV) en Pronk (VROM) met het oog op de 5e Nota Ruimtelijke Ordening. De raad stelt vast dat er wel degelijk veel aandacht is voor het landelijk gebied. Maar in zeker opzicht misschien wel te veel. Het wordt door velen bestuurd maar weinig gecoördineerd.

Raad: 
Adviesrelatie: 
sitecontent: