De positie van het groene onderwijs

Briefadvies aan de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Het groene onderwijs vervult een essentiële rol bij de ontwikkelingen op het gebied van landbouw, natuur, landschap en voedsel. Overdracht naar het ministerie van OCenW vormt een bedreiging voor de kwaliteit van het groene onderwijs. Het is beter dat de minister van LNV de inhoudelijke aansturing van het groene onderwijs versterkt en zelf de verantwoordelijkheid blijft houden over de onderwijsvoorzieningen. De overdracht levert geen extra bijdrage aan integratie, maar vormt eerder een bedreiging voor de bestaande sterke punten en potenties van het groene onderwijs.

Het groene onderwijs vervult een essentiële rol bij de ontwikkelingen op het gebied van landbouw, natuur, landschap en voedsel. Overdracht naar het ministerie van OCenW vormt een bedreiging voor de kwaliteit van het groene onderwijs. Het is beter dat de minister van LNV de inhoudelijke aansturing van het groene onderwijs versterkt en zelf de verantwoordelijkheid blijft houden over de onderwijsvoorzieningen. De overdracht levert geen extra bijdrage aan integratie, maar vormt eerder een bedreiging voor de bestaande sterke punten en potenties van het groene onderwijs. De vernieuwingen in het groene onderwijs maken het groene onderwijs trendsettend (kleinschaligheid, verticale onderwijskolom en de invoering van de kwalificatiestructuur) binnen het algemeen onderwijs. Bij het overbrengen van het groene onderwijs naar het ministerie van OCenW zou het groene onderwijs ook de vernieuwing binnen het ministerie van Onderwijs moeten gaan trekken. De raad vindt dit een te grote belasting voor het groene onderwijs. De raad adviseert de minister van LNV om de bestaande sterke punten van de onderwijsvoorzieningen te handhaven door zelf de verantwoordelijkheid voor deze voorzieningen te blijven nemen. Het ministerie van LNV dient de inhoudelijke aansturing van het groene onderwijs te versterken door de structuur binnen het departement aan te passen en geld vrij te maken. Het advies ‘De positie van het groene onderwijs’ is op 30 januari 2002 in briefvorm door de Raad voor het Landelijk Gebied uitgebracht aan minister Brinkhorst van LNV.

Beleidsreactie

Op 20 maart 2002 heeft de minister van LNV een officiële reactie op het advies uitgebracht. In lijn met het advies van de raad versterkt het departement van LNV het vakdepartementale onderwijsbeleid en blijft verantwoordelijk voor de onderwijsvoorzieningen. In samenwerking met het ministerie van OCenW, en in overleg met andere vakdepartementen, onderwijs, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties neemt het ministerie van LNV het initiatief voor het vernieuwingsproces groen onderwijs. Daartoe geeft LNV hoge prioriteit aan het versterken van het vakdepartementale onderwijsbeleid, aan verdergaande harmonisatie van het algemene onderwijsbeleid en aan de inpassing van de uitvoering van het toezicht. Eventuele knelpunten in wet- en regelgeving die zich hierbij voordoen, worden in samenwerking met OCenW opgelost. Aanpak van verschillen in uitvoering en meer gelijke ontwikkelingsmogelijkheden vragen om een verdergaande harmonisatie van het algemene onderwijsbeleid resulterend in integrale regelgeving en bekostigingssystemen. De goede kenmerken van het groene en het overige onderwijs staan daarbij uiteraard niet ter discussie. Het groene onderwijs wordt meegenomen in de algemene beleidsontwikkeling onderwijs, bijvoorbeeld het beleid voor versterking van de beroepskolom, het ICT-beleid. Voor de uitvoering wordt gestreefd naar één loket voor het gehele onderwijs.

Voor de onderwijsinstellingen met groene opleidingen betekent dit een impuls voor de inhoudelijke vernieuwing en verbreding, ruimte voor samenwerking met andere onderwijsinstellingen, gelijke normatieve bekostiging en dezelfde regelingen met gelijke bekostiging voor de algemene onderwijsontwikkelingen. Voor leerling en student leidt dit tot meer maatwerk voor opleidingen die aansluiten bij hun wensen. Ook worden de mogelijkheden vergroot voor doorstroom en voor uitstroom met betere kansen op de arbeidsmarkt in de omgeving voor voedsel en groen.