Investeren in duurzame groei

Hoe kan het kabinet de inzet van het Nationaal Groeifonds verbeteren zodat de investeringen bijdragen aan een duurzaam verdienvermogen en passen bij de economie van de toekomst?
foto van zes stapeltjes munten waar groene boompjes op groeien

Aanleiding en adviesvraag

De Rli besloot een ongevraagd advies uit te brengen over het Nationaal Groeifonds. Het advies richt zich op de vraag of de huidige opzet van en de beoogde investeringen uit het Groeifonds perspectief bieden op het realiseren van een duurzaam verdienvermogen en welke verbeteringen mogelijk zijn in de toekomstige rondes van het groeifonds. Het kabinet heeft het Nationaal Groeifonds ingesteld met als doel om op lange termijn het verdienvermogen van Nederland op peil te houden. In zijn advies ‘Investeren in duurzame groei’ doet de raad aanbevelingen waarmee het kabinet in samenwerking met de commissie van het Groeifonds de inzet van het Nationaal Groeifonds kan verbeteren.

De raad concludeert dat het doel van duurzaam verdienvermogen alleen bereikt kan worden als vanuit het Groeifonds uitsluitend geïnvesteerd wordt in activiteiten die passen bij de transitie naar een duurzame economie. Om ook in de toekomst geld te kunnen verdienen, zal de Nederlandse economie immers CO2-neutraal, grondstofarm, natuurinclusief en sociaal rechtvaardig moeten zijn. De huidige, vertrouwde verdienmodellen zullen in de economie van de toekomst niet meer voldoende geld opleveren om welvaart en welzijn op het gewenste niveau te brengen.

Toelichting

De focus die de raad voor het Groeifonds adviseert - investeren in een duurzame economie die ook op lange termijn internationaal concurrerend is – sluit aan bij de ambities van de Europese Green Deal om een nieuw economisch model te ontwerpen dat van Europa het eerste klimaatneutrale continent ter wereld maakt en zorgt voor nieuwe innovatie- en investeringsmogelijkheden en nieuwe banen. Die aansluiting is belangrijk, want de Europese maatregelen en wetgeving die uit de Green Deal voort (gaan) komen, gaan ook voor Nederland bepalend zijn.

Om de impact van het Nationaal Groeifonds op het duurzaam verdienvermogen van de toekomst te vergroten, doet de raad in het kort de volgende aanbevelingen:

Ga in de opdracht aan het Groeifonds uit van ‘duurzaam verdienvermogen’ zoals bedoeld in de groeistrategie van het kabinet en richt de investeringen op versterking van het verdienvermogen binnen een CO2-neutrale, grondstofarme, natuurinclusieve en sociaal rechtvaardige economie.

In de opdracht van het Groeifonds ligt nu de nadruk op structurele groei van het bruto binnenlands product (bbp). De raad adviseert het kabinet om te bewaken dat het geld uit het Groeifonds dat wordt ingezet om het bbp structureel te vergroten, ten goede komt aan projecten die zich, conform de eigen groeistrategie van het kabinet, ondubbelzinnig richten op het realiseren van daadwerkelijk duurzaam verdienvermogen. Dat wil zeggen verdienvermogen dat past binnen de ecologische grenzen van de planeet en die sociaal rechtvaardig zijn. Vermeden moet worden dat de investeringen vanuit het fonds onderdelen van de economie ondersteunen, die in de toekomst niet langer houdbaar zijn.

Geef richting aan de investeringen die vanuit het Groeifonds worden gedaan, door aan te sluiten bij al geformuleerde doelstellingen voor relevante maatschappelijke opgaven die een duurzame economie helpen realiseren.

Structurele bbp-groei blijkt een doelstelling die onvoldoende richting geeft aan de publieke investeringen uit het Groeifonds. Er kan op talloze manieren invulling aan worden gegeven, hetgeen blijkt uit de veelheid aan ingediende investeringsvoorstellen met sterk uiteenlopende invalshoeken. De raad meent dat het kabinet in zijn opdracht voor het Groeifonds richting moet geven aan de investeringen door een duidelijke missie (of enkele missies) centraal te stellen. Daarvoor kan worden aangesloten bij de doelen die het kabinet al heeft gesteld voor de maatschappelijke opgaven die passen bij de overgang naar een duurzame economie en bij de route die is uitgezet met de Europese Green Deal.

Creëer duidelijkheid over het type publieke investeringen waarvoor het Groeifonds, gegeven zijn specifieke doelstelling, kan worden ingezet. Expliciteer daarbij de inhoudelijke additionaliteit ten opzichte van reguliere begrotingsbudgetten en fondsen, in het bijzonder ten opzichte van investeringen uit het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds en zorg voor voldoende vulling van de bestaande fondsen.

De ambitie om het duurzaam verdienvermogen van Nederland zeker te stellen voor de toekomst wordt niet uitsluitend gerealiseerd met de investeringen uit het Groeifonds. Ook delen van het reguliere overheidsbeleid richten zich al op die ambitie. Het is daarom van belang om scherpe keuzes te maken over de investeringsdoelen waarvoor het Groeifonds wordt aangewend. Het moet volgens de raad gaan om investeringsvoorstellen die inhoudelijk meerwaarde hebben ten opzichte van dat reguliere beleid. De opgave om het duurzaam economisch verdienvermogen voor de toekomst veilig te stellen en te verbinden met de duurzaamheidstransities is namelijk zo groot en zo fundamenteel voor de Nederlandse economie, dat de investeringen uit het Groeifonds echt iets zouden moeten toevoegen aan bestaande beleidsinspanningen. Wat de raad betreft moet worden voorkomen dat het Groeifonds wordt gebruikt om de (financiële) gaten van bestaande fondsen, zoals het Mobiliteitsfonds, te dichten.

Voer regie op de samenhang tussen (a) de investeringen vanuit het Groeifonds en (b) het Groeifonds en andere fondsen/beleidsinstrumenten. Doe dit vanuit de invalshoek van duurzame economische groei: wat is er nodig om de daarbij horende maatschappelijke doelen te behalen?

Het kabinet geeft aan dat investeringen uit het Groeifonds additioneel moeten zijn aan bestaande publieke investeringen, maar wat daarmee precies wordt bedoeld is niet duidelijk. De investeringen vanuit het Groeifonds zullen gezamenlijk Nederland verder moeten brengen in de richting van een CO2-neutrale, grondstofarme, natuurinclusieve en sociaal rechtvaardige economie, om daarmee ons duurzame verdienvermogen voor de toekomst zeker te stellen. Als de investeringen die worden gedaan onderling samenhang vertonen en samenhangen met overig overheidsbeleid, vergroot dat de kans om de missie(s) van het Groeifonds te laten slagen. Die samenhang wordt nu onvoldoende gestimuleerd of bewaakt. Het kabinet zou hier meer regie op moeten voeren. Maar ook de commissie van het Groeifonds zou in haar advisering meer nadruk kunnen leggen op de samenhang tussen investeringen. Ook van de indienende consortia mag aandacht worden gevraagd voor hoe hun investeringsvoorstellen zich verhouden tot andere investeringen en beleid gericht op de missie(s) van het Groeifonds.

Neem expliciet in het beoordelingskader op dat moet worden gekeken naar de bijdrage van voorgestelde projecten aan het duurzame karakter van het verdienvermogen.

Het bbp-effect en het saldo van maatschappelijke kosten en baten hebben een prominente plek in het beoordelingskader dat door de commissie voor het Groeifonds wordt gebruikt voor investeringsvoorstellen. De raad meent dat deze indicatoren slechts in beperkte mate geschikt zijn voor het beoordelen van het duurzaam verdienvermogen in een economie in transitie. Daarom adviseert de raad om voorgestelde projecten voortaan mede te beoordelen op hun bijdrage aan voor de groeistrategie relevante maatschappelijke doelen of missies, en een positief afweegcriterium te introduceren dat voorstellen honoreert naarmate zij een grotere bijdrage aan transitiedoelen leveren. Daarbij moeten ook, als randvoorwaarde, harde ondergrenzen worden gehanteerd voor de effecten op de ecologische en sociale grenzen van de planeet, afgeleid van de voor de groeistrategie relevante maatschappelijke doelen.

Communiceer meer met de buitenwereld over de (beoogde) resultaten van het Groeifonds en over de werkzaamheden van de commissie van het Groeifonds. Beperk deze communicatie niet tot het domein van experts en indienende partijen. Gebruik de keuzes die met het Groeifonds worden gemaakt als inbreng in het maatschappelijk debat over de ontwikkeling naar een duurzame economie en het wenkend perspectief dat deze duurzame economie oplevert.

Voor de politieke en maatschappelijke verantwoording van rijksuitgaven is het belangrijk dat zowel het kabinet als de Nationale Commissie Groeifonds helder communiceren over het waarom van de investeringen uit het Groeifonds en over de bereikte resultaten. De richting die daarbij gekozen wordt, bepaalt mede de toekomstige economie van Nederland en is dus van groot maatschappelijk belang. Goede communicatie over de wijze waarop het Groeifonds wordt ingezet levert een bijdrage aan het maatschappelijk debat over de ontwikkeling van een duurzame economie in Nederland, schept draagvlak daarvoor en vergroot de kans op succes.

Publicatiedatum

Het advies is op 14 oktober 2021 aangeboden aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK), Economische Zaken en Klimaat (EZK), Financiën, Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).

Meer informatie

Voor meer informatie over het advies kunt u contact opnemen met de projectleider Bart Swanenvleugel, bart.swanenvleugel@rli.nl, 06 52012691.