Inclusieve verduurzaming

Verwacht in het voorjaar van 2025
Hoe kan het duurzaamheidsbeleid rechtvaardiger en inclusiever worden vormgegeven? Wat betekent dat voor de verdeling van lasten en lusten en de manier waarop afwegingen worden gemaakt?
Wonen vlak naast chemische industrie van het Chemelot in Geleen

Aanleiding en adviesvraag

De verduurzaming van Nederland leidt tot grote maatschappelijke veranderingen die diep ingrijpen in de levens van alle Nederlanders. Het is dan ook cruciaal dat de overheid aansluiting weet te vinden bij burgers, dat het duurzaamheidsbeleid als eerlijk wordt ervaren en niemand uitsluit. Bovendien kan een grotere inbreng van burgers tot beter beleid leiden. Dit betekent dat iedereen gelijke kansen moet krijgen om betrokken te zijn bij de verduurzaming van de Nederlandse samenleving en dat de lusten en lasten van verduurzaming rechtvaardig worden verdeeld.

Op dit moment is de uitwerking van veel duurzaamheidsbeleid niet eerlijk en leidt het soms zelfs tot meer sociaaleconomische ongelijkheid. Dikwijls zijn duurzaamheidsmaatregelen slecht te gebruiken voor de mensen die het het hardste nodig hebben, bijvoorbeeld omdat ze te ingewikkeld zijn of om forse financiële investeringen vragen.

Inclusiviteit betekent ook dat burgers zich door de overheid gezien en gehoord weten en dat ze ervan overtuigd zijn dat er een eerlijke afweging van belangen is geweest. Bij veel Nederlanders ontbreekt dit gevoel, waardoor er enerzijds brede steun is voor verduurzaming (70% van de Nederlanders ondersteunt de verduurzamingsdoelen) en anderzijds het verduurzamingsbeleid veel minder breed gedragen wordt. 

Tegelijkertijd kent het uitstellen van verduurzamen een schaduwzijde, niet in de laatste plaats voor mensen met een lage sociaaleconomische positie. Juist zij ervaren de lasten van ‘onduurzaamheid’. Zo staan de huizen van huishoudens met een kleiner inkomen vaker in een minder gezonde buurt. En zijn het werknemers ‘op de vloer’ die in de zware industrie de meeste schadelijke stoffen inademen, en niet de directie. 

Er is de laatste tijd meer aandacht voor inclusieve verduurzaming in het politieke en maatschappelijke debat. Maar nog steeds is veel duurzaamheidsbeleid niet inclusief en zoeken beleidsmakers naar instrumenten om duurzaamheidsbeleid inclusiever te maken. Hierbij is er vooral aandacht voor een eerlijke energietransitie en komen andere duurzaamheidstransities op het gebied van natuur, landbouw en gezonde leefomgeving, er bekaaid van af. Inclusieve verduurzaming betekent ook dat burgers die de duurzaamheidsdoelen niet delen, betrokken worden bij de verduurzaming van Nederland. Maar hoe? Welke ruimte is er voor hen om de duurzaamheidsdoelen niet te onderschrijven terwijl de overheid – gesteund door wetenschappelijke feiten en inzichten – verduurzaming als onvermijdelijk ziet?

Dit brengt ons tot de volgende adviesvraag:

Hoe kan effectief duurzaamheidsbeleid zo worden ontwikkeld dat de samenleving in den brede daarin wordt betrokken en doelen en instrumenten zowel verbeterd als breed gedragen worden? Welke eisen stelt dat aan de verdeling van de lusten en de lasten van verduurzaming, de manier waarop afwegingen daarover worden gemaakt en hoe beleid wordt vormgegeven en uitgevoerd?

Planning

Publicatie van dit advies wordt verwacht in het voorjaar van 2025

Samenstelling raadscommissie

André van der Zande, Rli-raadslid en voorzitter van de commissie
Erik Verhoef, Rli-raadslid

Externe commissieleden:

Margreet van Gastel, voormalig wethouder, zelfstandig adviseur duurzaamheid en energietransitie, vice-voorzitter van Liberaal Groen
Reint Jan Renes, Lector Psychologie voor een Duurzame Stad aan de Hogeschool van Amsterdam
Katrien Termeer, Hoogleraar bestuurskunde aan de Wageningen Universiteit

Informatie of reactie

Voor uw reactie of voor meer informatie kunt u contact opnemen met Evert Nieuwenhuis, projectleider, evert.nieuwenhuis@rli.nl, 06 2192 6501